Vermoord voor 2 stoopjes jenever
Op 5 augustus 1919 om 9 u. ‘s avonds vertrokken de douaniers Van Heeckhaute en Vercauteren op dienstronde van op de Blauwe Kei richting Brug 13, die Lommel met Postel verbond via de Postelsedijk.
Topografische kaart uit 1900 met Brug 13. (Collectie Erfgoed Lommel)
Even later betrapten ze een smokkelaar met twee stoopjes jenever ...
Tekening: leerling 5 STW, Atelier Expressie, WICO - Campus Overpelt.
De smokkelaar vuurde onmiddellijk enkele kogels af op de douaniers. Beide douaniers werden daarbij geraakt. Vercauteren vocht echter terug en ook Van Heeckhaute krabbelde terug recht waarop de smokkelaar nogmaals enkele kogels op hem afvuurde. Dit laatste salvo zou Van Heeckhaute niet overleven. Hij werd later dood teruggevonden zittend tegen een boom met een kleine wonde onder het linkeroor.
De smokkelaar kon ontkomen en Vercauteren moest in het ziekenhuis van Mol een kogel laten verwijderen uit zijn rechterarm die gebroken was.
De kogel die in het Molse hospitaal uit het lichaam van de ongelukkige Vercauteren werd verwijderd. (Rijksarchief Hasselt, Onderzoeksdossiers van het Hasseltse parket, nr. 187.)
Krantenartikel over de moord in Lommel op tolbeambte Van Heeckhaute. (Uit: 'Het Belang van Limburg', zondag 17 augustus 1919.)
Tekening: leerling 5 STW, Atelier Expressie, WICO - Campus Overpelt.
Onder leiding van een Hasseltse onderzoeksrechter voerden de Lommelse politie en de gendarmerie van Mol een grondig onderzoek uit.
De politie tekende een situatieschets om het verhaal bevattelijker te maken.
Schets van de misdaadplaats, gemaakt door de Lommelse politie. (Rijksarchief Hasselt, Onderzoeksdossiers van het Hasseltse parket, nr. 187.)
Tekening: leerling 5 STW, Atelier Expressie, WICO - Campus Overpelt.
Het onderzoek werd ‘ieverig’ verdergezet en de politie ging haar licht opsteken in Luyksgestel. Daar, in een herberg net over de grens bij Brug 12, vertelde men dat er op 5 augustus vier smokkelaars uit Mol waren geweest die sigaren wilden kopen. Maar omdat ze geen sigaren vonden, hadden ze dan uiteindelijk maar stoopjes jenever gekocht. Zo kwamen vier gekende Molse smokkelaars in het vizier van de politie en de gendarmerie terecht.
Aanvankelijk ontkenden de smokkelaars die dag in Lommel te zijn geweest ...
Tekening: leerling 5 STW, Atelier Expressie, WICO - Campus Overpelt.
De gendarmen deden daarna huiszoekingen bij de vier smokkelaars maar in hun woningen werd niets verdachts - en zeker geen wapen - gevonden. En ook de reisweg ‘heen’ en ‘terug’ die ze beschreven, toonde aan dat ze ’s avonds nooit op de plaats van de moord geweest waren, zelfs niet in de buurt. Om hun verklaringen te illustreren, tekende een Molse gendarme een mooi kaartje.
Daarna liep het onderzoek dood en op 15 januari 1920 werd het definitief stopgezet.
Situatieschets, gemaakt door de Molse gendarmerie, met de reisweg van de vier smokkelaars. (Rijksarchief Hasselt, Onderzoeksdossiers van het Hasseltse parket, nr. 187.)
De smokkel van onmiddelijk na de Eerste Wereldoorlog was meestal 'kleine smokkel'. Kleine hoeveelheden koopwaar, vaak jenever, werden illegaal de grens overgebracht en de lijnen tussen smokkelaars en handelaars waren kort. Grootschalige, goed georganiseerde en gefinancierde smokkel, zoals in latere periodes, kwam toen zeer zelden voor.
Bijna zou men in de verleiding komen om de smokkel te romantiseren, ware er niet de brutale moord op een Lommelse douanier door een gewelddadige smokkelaar. En dat voor enkele stoopjes jenever ...