Voormalige spaarvijvers van de Watermolen, langs weerszijden van de Gaversesteenweg.
Deze watermolen (zou een onderslag korenmolen geweest zijn) - vermeld in 1476 - is niet meer te situeren. Maar de spaarvijvers lagen langs beide zijden van de Gaversesteenweg (aan de huizen met nr. 634 en nr. 765), waar het terrein een diepte vertoont. In 1864 werd die plaats nog altijd de Meulenvijver genoemd en de bijhorende beek Meulebeek.
DE POTTER F. en BROECKAERT J., De Gemeenten der provincie Oost-Vlaanderen, Eerste reeks Arrondissement Gent, deel 5, Gent, 1864-1870.
Dit was de jongste van de 2 watermolens in Melsen. Hij werd gebouwd tussen 1790 en 1821.
Deze foto werd genomen van de gevel van de woning en volgens de huidige bewoner was het op die plaats dat het rad aan het gebouw hing. Tevens zou de "Molenbeek" vroeger een kronkel gemaakt hebben tot aan de gevel.
De watermolen moet volgens het boek van De Potter en Broeckaert (1864-1870) gestaan hebben dicht tegen de plaats waar toen de Molenbeek onder de "steenweg" vloeide. Volgens hen zag je dat in die tijd nog aan het huis dat er stond. En nu nog blijkbaar.
Uit het proces-verbaal van afpaling van de gemeente Melsen uit 1821: "... En proportion des évaluations ci-dessus et pour les mêmes raisons etablies sur le même travail, l'expert est d'avis que le moulin à eau, situé dans la commune de Melsen, doit être évalué à un revenu brut de fl. 90 dont le tiers déduit pour frais d'entretien et réparation donne un revenu net impossable de fl. 60."
Lieven DENEWET & Herman HOLEMANS
De watermolen moet opgericht geweest zijn door Joannes Van Oostende op een perceel grond dat zijn vrouw, Petronella Van Bockstaele, erfde van haar zuster op 06/06/1790. Vervolgens kwam de watermolen in eigendom van Augustinus Van Oostende, deze overleed te Melsen op 22/11/1834 en dan werd er in zijn nalatenschap geen melding meer gemaakt van de watermolen, maar enkel nog van het perceel grond. Dus vermoedelijk was deze watermolen niet meer operationeel dan. De watermolen bestond wel nog op 28/01/1825.
DE COCKER J., Geschiedenis van Melsen, 1988, p.30.
Beide windmolens van Melsen op dezelfde foto ( voor 1940)
Gebouwd
15de eeuw en heropgebouwd 1704
Verdwenen
8 augustus 1960, omgewaaid
Type
Staakmolen met open voet
Functie
Korenmolen, later ook oliemolen
Foto's van de omgewaaide molen in 1960. De molen viel zuidwaarts ten gronde en ging door de val onherstelbaar verloren. Bij onderzoek bleek dat de steunpunten op de stenen teerlingen volledig rot waren. Bij Koninklijk Besluit van 15/04/1965 werd de molen gedeklasseerd en werd bijgevolg niet meer beschermd. De molen was tegen de wil van de eigenaars geklasseerd bij K.B. 12.7.1951.
De molenberg werd vervolgens afgevoerd als zavelwinning en elk spoor ervan verdween.
Foto's van de houten windmolen
Foto's van de Molen
Geschiedenis van de molen :
Flandria illustrata 1641
We vinden het eerst iets over de houten windmolen terug in 1477. De heer van Melsen, Gillis van der Gracht, overleed. Zijn weduwe, Gertruide van Massemenen, hertrouwde met Augustinus Wulveric. De nieuwe Heer van Melsen, Jan van der Gracht, spande tegen hem een proces aan bij de Raad van Vlaanderen omdat deze overdreven uitgaven in rekening zou hebben gebracht. Eén van die betwiste uitgaven zou gegaan hebben over de houten windmolen.
Villaretkaart 1745 - 1748
Er gebeurde waarschijnlijk een heropbouw van de molen in 1704. In het onderstel van de houten molen waren er 2 data gekerfd : op een hoekstijl stond 1704 en op de grote staak stond : GOUBEAU D.M. 1724 (D=de, M=Melsen), vermoedelijk de 2 data van grote herstellingen of van wederopbouw.
In 1758 zien we dat de Heer van Melsen, Georges Goubeau, de korenwindmolen samen met de molenberg verkocht aan Pieter Mehauden uit Munkzwalm. Bij deze verkoop kwam de molen dus volledig los van de Heerlijkheid. Na zijn overlijden kwam de molen in bezit van Jozef Bernard De Saeger, griffier van de heerlijkheid, die er nog in het bezit van was bij zijn overlijden te Bottelare in 1808.
Ferrariskaart 1775
De molen kwam in eigendom van Pieter Antoine Haesebeyt, advocaat en vrederechter, die het verkocht in 1812 aan Augustinus Van Oostende, hij was de neef van de vroegere eigenaar Pieter Mehauden bij wie hij vroeger in dienst was als molenaar.
Vervolgens kwam de Molen na zijn overlijden in bezit van Jacques Verhaeghe, schoonbroer van burgemeester Karel Van Poucke. Vervolgens kwam deze in bezit van zijn zoon Alfred, burgemeester van Melsen, die hem naliet aan zijn echtgenote Louise De Smet De Naeyer.
Vervolgens kwam deze in bezit van haar erfgenaam Christiaan De Keyser, in 1930 na zijn overlijden werd deze aangekocht door zijn moeder Marie de Pelichy, zij verkocht ten slotte de molen dan in 1950 aan een afstammeling van Augustinus Van Oostende nml. Arthur Van Oostende en zijn echtgenote Marie Schietecatte.
Het is wel zo dat de molen steeds bediend werd door de afstammelingen van Augustinus Van Oostende (eigenaar in 1812) : Romanus, Karel, Jozef en Arthur.
De molen werd door het achteruittrekkende Duitse leger enkele dagen voor de wapenstilstand op 11/11/1918 met een dynamietontploffing zodanig beschadigd dat hij op het kadaster als puin werd geregistreerd.
Korte tijd later werd de molen door de toenmalige eigenares Louise De Smet de Naeyer hersteld.
Bronnen :
- DE COCKER Jozef, Geschiedenis van Melsen, 1988, p.26-27.
- Flandria Ilustrata, online Ugent : https://libcatalog.ugent.be/nde/fulldisplay?context=L&vid=32RUG_INST:32RUG_INST&search_scope=MyInst_and_CI&docid=alma990007916730409161
- Villaretkaart : https://www.vlaanderen.be/datavindplaats/catalogus/villaretkaart
- Ferrariskaart : Geopunt digitaal Vlaanderen
Huidige toestand van de molen.
Eigenaar
Familie Beaumont
Gebouwd
1771-1772 / 1870-1871
Type
Stenen stellingmolen
Functie
Koren- en oliemolen
Kenmerken
Achtzijdige stenen onderbouw, ronde bovenbouw, (verdwenen) stenen galerij
Gevlucht/Rad
Was geklinknageld, nu verwijderd
Inrichting
Verdwenen
Toestand
Vervallen, stenen gaanderij gesloopt in 1982
Geschiedenis van de molen
De Stenen Molen was een stenen koren- en oliewindmolen aan de noordoostzijde van Stenen Molen (nr. 8). Aanvankelijk was hij een achtkante stenen grondzeiler; in de 19de eeuw werd hij verhoogd met een conische bovenbouw, zodat een stellingmolen bekomen werd.
Pieter Mehauden, mulder op de Houten Molen in Melsen (door hem aangekocht in 1758) bekwam op 17 april 1771 het octrooi van keizerin Maria-Theresia verleend op 17 april 1771 voor de bouw van de Stenen Molen. De molen was al in oktober 1772 in gebruik als oliemolen. De grond waarop de molen werd opgetrokken was "zes oude dagwand groot" en werd in cijnspacht verleend door de kerk van Vurste, met toesteming van de kerkmeesters, de baljuw en de burgemeester en schepenen van het Land van Gavere.
De aartsbisschop van Mechelen keurde als hogere overheid de erfpacht goed op 7 september 1771.
We zien de molen aangeduid op de Ferrariskaart (ca. 1775) met het rood symbool van een stenen molen
Op zaterdag 25 juli 1789 werd ten huize van Pieter Joannes van Lancker te Melsen openbaar verkocht: een stenen windmolen, onlangs geconstrueerd, zijnde een oliestampkot, staande in Melsen. Ingesteld op 425 £ gr. courant. De advertentie verscheen in de "Gazette van Gend" van 16 en 23 juli 1789.
In de "Gazette de Gand" van 25 maart 1811 verscheen de volgende verkoopsadvertentie: "Eenen stenen Wind-, Graen en Oliemolen tot Melsen te koopen. - Dat men met het houden van twee zittingen ... op woensdag den 3 april 1811, ten twee uren naer middag, in de herberge het Schutters-hof tot Melsen, canton van Oosterzele, bewoond by sieur Louis Leyman, publicq verkoopen zal eenen schoonen wel-gekalanten, over weynige jaeren uyt den grond nieuw gebouwden steenen wind-, graen- en oliemolen met het molenhuys, schuere en stallingen, staende bi nnen Melsen op een hectare 59 aren 69 centiaren grond, om met het tellen der koop-somme in het liber gebruyk te komen.
... Conditien van verkoopinge ten comptoire van den ontfanger P.F. de Saegher tot Vurste, deze verkoopinge dirigeerende".
Uit het proces-verbaal van afpaling van de gemeente Melsen uit 1821: "il y a deux moulins à vent servant à moudre des graines grasses et farineuses, exploitées par Aelbrecht et Van den Ostende. Les deux propriétés sont d'égale valeur; à défaut des baux, l'expert s'est informé de la valeur de ces biens dans la commune même et dans celles voisines. Il a raproché les renseignements obtenus avec les évaluations des moulins à vent dans les communes voisines et limitrophes déjà cadastrées et il en résulte qu'il est d'avis que ces deux moulins à vent doivent chacun être évalués à un revenu brut de fl. 150 dont le tiers déduit pour entretien et réparation donne fl. 100 pour revenu net imposable. En proportion des évaluations ci-dessus et pour les mêmes raisons etablies sur le même travail, l'expert est d'avis que le moulin à eau, situé dans la commune de Melsen, doit être évalué à un revenu brut de fl. 90 dont le tiers déduit pour frais d'entretien et réparation donne un revenu net impossable de fl. 60."
De Stenen Molen werd in 1834 ondergebracht in klasse 1 met een kadastraal inkomen van 278 frank.
Eigenaars na 1830:
- voor 1834, eigenaar: De Backer-Simoens Jean-Baptiste, molenaar te Melsen
- 03.12.1848, erfenis: De Backer Jean-Baptist en kinderen, landbouwer te Melsen (kinderen: a) De Backer Amelie, echtgenote Demey, landbouwster te Melsen, b) De Backer Claude, te Gent, c) De Backer Désiré, te Melsen, d) De Backer Peélagie, te Melsen, e) Van den Bossche Joseph, handelaar te Melsen, f) Van den Bossche Melanie, minderjarige te Melsen en g) Van den Bossche François, minderjarige te Melsen (overlijden van vrouw Simoens)
- 05.09.1850, deling: De Backer Jean-Baptiste, molenaar te Melsen (notaris De Saegher)
- 09.05.1854, deling: (ingevolge testament) De Backer Désiré, molenaar te Melsen (notaris De Saeghere)
- 24.07.1870, erfenis: de erfgenamen (overlijden van Désiré De Backer)
- 21.03.1887, verkoop: Goedertier-De Backer Primus, landbouwer te Vurste, later te Melsen (notaris De Saegher - stenen graanwindmolen en oliestamperij)
- 01.05.1889, erfenis: en de kinderen (overlijden van vrouw De Backer)
- 06.11.1894, verkoop: a) Goedertier Odile, b) Goedertier Remy, c) Goedertier Céline, d) Goedertier Emma en e) Goedertier Romanie, te Melsen (notaris De Saegher - stenen graanwindmolen)
- 07.07.1903, eigenaar: a) Goedertier-Hebelinck Remi (voor 1/4), landbouwer te Vurste, b) Goedetier Romanie (voor 1/4), molenarin te Melsen, c) Goeeertier Emma (voor 1/4), molenarin te Melsen en d) Goedertier Céline (voor 1/4) (onderhandse akte an het overlijden van Goedertier Odile)
- 07.09.1903, eigenaar: a) Goedertier Remi, b) Goedertier Romanie en c) Goedetier Emma (onderhandse akte na het overlijden van Goedertier Céline)
- 23.07.1909, eigenaar: a) Goedertier Romanie en b) Goedertier Emma, landbouwster te Melsen (onderhandse akte na het overlijden van Goedertier Remi)
- 20.07.1948, gift: (voor naakte eigendom) Goedertier Albert Emile en (voor vruchtgebruik) Goedertier Marie Romanie en Goedertier Emma (notaris Pede)
- 26.10.1950, erfenis: (voor naakte eigendom) Goedertier Albert Emile en (voor vruchtgebruik) Goedertier Emma (overlijden van Goedertier Romanie)
- 29.05.1951, erfenis: Goedertier-De Schamphelaere Albert Emile, landbouwer te Vurste (overlijden van Emma Goedertier)
- 22.11.1968, erfenis: en de kinderen (overlijden van vrouw De Schamphelaere)
- 26.08.1975, verkoop: Beaumont-Van Parijs Carolus Alexander, nijveraar te Melsen (notaris Pede - puin A203e)
- 11.11.1984, erfenis: (voor vruchtgebruik) de weduwe en (voor naakte eigendom) de kinderen: a) De Vloet-Beaumont Raphaël Gustaaf Hélène Joseph en b) Beaumont-Wuillaume Robert Georges Philomène (overlijden van Carolus Beaumont)
- 21.03.1990, einde vruchtgebruik: a) De Vloed-Beaumont Raphaël Gustaaf Hélène Joseph en b) Beaumont-Wuillaume Robert Georges Philomène (overlijden van de weduwe Van Parijs van Caroulus Beaumont)
- 16.09.1991, maatschappij: Vennootschap CB Invest (notaris De Wulf)
In 1870-1871 werd de grondzeiler verhoogd met een ronde bovenbouw, zodat een stenen stellingmolen met een gemetselde galerij werd bekomen en de molen een dubbele functie kreeg als koren- en oliemolen. Rond 1830 was Jan-Baptist De Backer, mulder te Melsen, er eigenaar van. Door erfenis en verdeling bleef de molen toebehoren aan zijn nakomelingschap in mannelijke lijn tot in 1887. In dat jaar werd de zaak verkocht aan Prime Goedertier-De Backer en in 1894 aan zijn vijf kinderen. In 1909 waren de twee overblijvende kinderen Romanie en Emma Goedertier, molenarinnen te Melsen, nog de enige eigenaressen. Zij hadden de aandelen van hun broers en zusters geërfd.
Bij de aftocht van het Duitse leger werd de molen in 1918 zwaar beschadigd. Ze werd hersteld maar er werd tevens een mechanische maalderij aan toegevoegd. In de meidagen van 1940 werd de molen andermaal door oorlogshandelingen zwaar toegetakeld. De wijkende Belgische troepen staken hem in brand. De kap werd vernield, enkele pijlers van de gaanderij werden beschadigd. Sindsdien werd de schade niet hersteld. Deze molen was uitgerust met een gietijzeren askop van het bedrijf Wauters-Koeckx-J. Genat te Brussel. Deze grote askop bevindt zich thans in Gontrode. De nog bestaande ruïne geeft slechts bij benadering een idee van wat deze molen destijds is geweest.
De achthoekige onderbouw heeft de vorm van een afgeknotte piramide. De eigenlijke molenromp, die daarboven uitrijst, is een eerder licht conische kegel, die onder de stellinggaten een uitkraging heeft van een baksteen op klesoor. De eigenlijke galerij rustte op 16 gemetselde pijlers die onderling door segmentbogen verbonden waren. Metalen liggers verbonden de pijlers met de romp. De openingen waren met kegelvormige segmentwelfsels aangevuld en daarboven was de gaanderijvloer aangebracht.
Deze constructie was zeer zeldzaam en in Oost-Vlaanderen uniek. Ze was een compromis tussen de traditionele molenbouw, met de in de 18de eeuw verspreide stellingmolens en recentere technologische evoluties in de baksteenarchitectuur. Opmerkenswaardig is de overgang van een achthoekige piramidale onderbouw in een licht conische kegel.
De hele pijlergaanderij werd in februari 1982 afgebroken. Bij de molen hoort een 19de-eeuwse molenaarswoning met vijf traveeën en twee bouwlagen onder een zadeldak. De bakstenen voorgevel is met streekeigen getamponeerd cementpleisterwerk bezet. Deze woning harmonieert goed met de molen en ze is waardevol door verhoudingen, materiaalgebruik en algemene afwerking. Het profiel en het volume ervan hebben een beeldbepalende functie in dit molenlandschap.
De aangrenzende molenaarswoning en bouwgrond werden begin 2010 verkocht aan de eigenaar van de molenromp. Er bestaan nog steeds plannen om dit 19de-eeuws herenhuis (dat vanwege zijn opname in de inventarislijst van het bouwkundig erfgoed passief beschermd is) te vervangen door nieuwbouw, naar een verkavelingsvergunning uit 1975.
Bronnen :
- Lieven DENEWET & Herman HOLEMANS: https://www.molenechos.org/molen.php?nummer=419
- DE COCKER Jozef, Geschiedenis van Melsen, 1988, p.27-30.
- Ferrariskaart : Geopunt digitaal Vlaanderen
Op 1 oktober 2002 werd de molen beschermd als monument. Een eerdere bescherming uit 1981 werd, wegens procedurefouten, door de Raad van State vernietigd. De Vlaamse vereniging Molenzorg Vlaanderen vzw lanceerde in 2004 een STEUNFONDSACTIE om de molen een betere toekomst te geven. Hiertoe wordt een natuurgetrouwe bouwplaat, op stevig en gekleurd papier, te koop aangeboden voor EUR 20,- (zie foto). Ze werd vervaardigd door Mike Ekelschot uit Aalter.