Een sprookje is in oorsprong een mondeling overgeleverd volksverhaal waarin vaak magie een rol speelt en een beroep wordt gedaan op de fantasie van de lezer of luisteraar. Het begint vaak met de stereotiepe openingsformule “Er was eens…” en speelt zich af op een onbepaalde plaats in een onbepaald verleden, wat ook een bepaalde sfeer oplevert1. Sprookjes behoren tot een oude orale traditie en bevatten vaak een zedenles of diepere wijsheid. Ze kunnen variëren van de klassieke verhalen van de gebroeders Grimm tot de creatieve werken van schrijvers zoals Hans Christian Andersen
Kenmerken
Sprookjes herken je aan de volgende kenmerken.
Ze spelen zich af op een onbepaalde plaats en in een onbepaalde tijd. Zo beginnen ze
vaak met ‘Er was eens, in een land ver van hier ...’.
In sprookjes zit veel magie en fantasie. De sprookjeswereld is er een van sprekende dieren en wonderbaarlijke gebeurtenissen. Kabouters, heksen, feeën, maar ook prinsen en prinsessen spelen er vaak de hoofdrol.
De personages zijn vlak. Vaak verwijst het uiterlijk van een personage naar zijn innerlijk: heksen zijn lelijk en slecht, prinsessen zijn mooi en goed.
Er is een happy end. Slechte personages worden afgestraft en de andere personages leven ‘nog lang en gelukkig’.
Sprookjes tellen veel herhalingen, vaste formuleringen en getallensymboliek. Denk maar aan de zin ‘Spiegeltje, spiegeltje aan de wand’ uit Sneeuwwitje. Of aan de drie biggetjes, de zeven dwergen ... Door de vele herhalingen en de eenvoudige zinsbouw is het verhaal gemakkelijk te volgen.
Getallensymboliek: wanneer men denkt dat getallen of een combinatie van getallen, magische eigenschappen hebben. De meest voorkomende getallen in sprookjes zijn:
2 ( 2 stiefzussen, ...)
3 ( de drie biggetjes, 3 wensen, ...)
6 ( de zes dienaren)
7 ( de 7 dwergen, de 7 geitjes, ...)
12 ( de dansende prinsessen, ..)
13 (het geluksgetal)
40 ( Ali Baba en de 40 rovers)
...
Doelgroep van een sprookje
Een sprookje is in oorsprong een mondeling overgeleverd volksverhaal waarin vaak magie een rol speelt. Sprookjes
waren oorspronkelijk voor volwassenen bedoeld, en bevatten soms gewelddadige en erotische passages. Pas later, onder meer door diverse bewerkingen en vertalingen, werden sprookjes aangepast voor kinderen
Doel van sprookjes
Waar sprookjes vandaan komen en waarom ze vertelt werden, daar is tot op de dag van vandaag nog heel wat discussie rond. Wat we wel kunnen zeggen is dat er vaak een moraal of een zedenles terug te vinden is in sprookjes.
Opbouw van een sprookje
De opbouw van sprookjes is voor vele variaties dezelfde. In het begin van het verhaal zit onze protagonist/held in de problemen. Verder in het verhaal worden de problemen van onze protagonist opgelost met behulp van magie en/of een nevenfiguur. Het einde is vaak gesloten en vaak is er een happy end. Let op dit geldt niet voor alle sprookjes.