Een fabel is een korte, verzonnen vertelling waarin dieren (of soms ook planten of dingen) als handelende en sprekende personen optreden. Deze verhalen bevatten vaak een zedenles of moraal. Het bekendste subgenre van de fabel is het dierdicht, waarin menselijke eigenschappen op dieren worden overgezet. Denk aan Aesopus’ fabel van de haas en de schildpad, die ons leert dat we nooit iemand mogen onderschatten.
Kenmerken
Een fabel is een verhaal dat:
dieren met menselijke eigenschappen (antropomorfisme) in de hoofdrol heeft
via een voorbeeld een moraal aanschouwelijk maakt
meestal in versvorm is opgesteld
Oorsprong
Waarschijnlijk is het duizenden jaren geleden ontstaan in het oude India, en later wellicht via Mesopotamië en Egypte naar Klein-Azië en Griekenland gebracht. In het Oude Testament vinden we ook fabels, zoals die van Jotam en de Israëlitische koning Joas. Vooral in het klassieke Griekenland waren fabels succesvol. Eigenlijk weten we dus niet echt waar de fabel vandaan komt.
Functie
De functie van een fabel is om een morele les en boodschap over te brengen. Fabels bevatten vaak pratende dieren als handelende personen, waarbij menselijke ondeugden worden bekritiseerd. Ze kunnen ook dienen voor satire en kritiek.