Sinds de middeleeuwen is dit een mirakelbeeld hetwelk door de Brugse bevolking wordt vereerd. Uit documenten blijkt dat er reeds een grote volksdevotie bestond in 1302. Het beeld zou dateren van ongeveer 1300. In 1304 moet het ongetwijfeld al een belangrijke plaats hebben ingenomen in Brugge want na de strijd op de Pevelenberg beloven de achtergebleven echtgenoten of de strijders zelf (verschilt naargelang de bron) jaarlijks een kaars te offeren aan het beeld van Onze-Lieve-Vrouw ter Potterie. Belofte die nog jaarlijks in ere wordt gehouden op 15 augustus.
Ook het mirakelboekje en de wandtapijten verwijzen naar de miraculeuze tussenkomsten van Onze Lieve Vrouw ter Potterie. Later werd het beeld beschilderd en volledig aangekleed en werd het ooit in twee gezaagd (om de kledij van het beeld te kunnen aantrekken).
Op het einde van WO I werd het beeld beschadigd door een Duitse bom die naast de kapel viel en delen van de kerk beschadigde waaronder het beeld. Beeldhouwer Alfons De Wispelaere heeft het beeld in 1917 grondig en zorgvuldig gerestaureerd.
Het beeld is gekapt uit witsteen en meet ongeveer 160 cm. Het is een werk in hooggotiek.
De typische S-houding komt te voorschijn in een slanke en gracieuze gestalte waar een fijn en sierlijk lijnenspel de weergave zijn.
Het wordt als een beeld van hoge kwaliteit beschouwd en zeker als een van de beste uit die periode in Brugge.