Is kredietweigering bij KMO’s slechts het topje van de ijsberg?
KMO’s hebben het vaak moeilijk om bankleningen te krijgen. Hoe moeilijk dit exact is en vooral hoe belangrijk deze leningen zijn voor hun groei en ontwikkeling zijn vaak niet algemeen gekend. Deze studie[i] gebruikt unieke halfjaarlijkse enquête data[ii] van 2010 tot 2014 om hier meer inzicht in te verschaffen.
Kredietweigering en ontmoediging bij Belgische KMO’s
Gemiddeld 21% van de KMO’s heeft een lening aangevraagd in de ondervraagde periode. (zie Figuur 1)
Dit zijn KMO’s waarvan de aanvraag volledig of gedeeltelijk goedgekeurd werd door de bank (19%) en KMO’s waarvan de aanvraag geweigerd werd of die een te hoge interestvoet aangeboden kregen waardoor ze het aanbod hebben afgeslagen (2%).
Echter, 4% van de Belgische KMO’s heeft geen banklening aangevraagd uit vrees dat deze toch geweigerd zou worden door de bank. Deze groep van ontmoedigde KMO’s is dus dubbel zo groot als de groep KMO’s waarvan de kredietaanvraag geweigerd werd.
De totale groep Belgische KMO’s die een banklening wou, maar uiteindelijk niet bekwam, was dus drie maal groter dan op het eerste zicht (nl 6% i.p.v. 2%). [iii]
Economische gevolgen van kredietweigering en ontmoediging
De investeringsgroei van ontmoedigde KMO’s ligt 4.7 procentpunt lager dan deze van KMO’s die een banklening gekregen hebben. Bovendien blijkt de investeringsgroei van ontmoedigde KMO’s niet te verschillen van deze van KMO’s die een kredietaanvraag geweigerd werden.
Voor werkgelegenheidsgroei (-2.7pp) en totale bedrijfsgroei (-2.9pp) vinden we gelijkaardige effecten.
Een gebrek aan bankleningen heeft dus significant negatieve gevolgen voor de groei en ontwikkeling van KMO’s ongeacht of de KMO een lening werd geweigerd of de KMO zelf reeds ontmoedigd was.
Maken ontmoedigde KMO’s kans om een kredietaanvraag goedgekeurd te zien?
Ontmoedigde KMO’s vertonen vaak een hoger risico (verslechterende vooruitzichten en financiële gezondheid) en zijn relatief jong en klein. Deze eigenschappen delen ontmoedigde KMO’s met geweigerde KMO’s en onderscheiden hen van goedgekeurde KMO’s.
Volgens onze schattingen maakten ongeveer een derde van de ontmoedigde KMO’s een kans om hun kredietaanvraag goedgekeurd te zien indien ze hadden aangevraagd.
Beleidsaanbeveling
Aangezien de verloren economische groei aanzienlijk is en de getroffen groep toch drie maal groter is dan enkel de KMO’s die hun kredietaanvraag geweigerd zien, is het aangewezen dat de overheid optreedt. Echter, de overheidsinterventie moet gericht zijn op die KMO’s die geweigerd of ontmoedigd zijn omwille van hun leeftijd of grootte en niet omwille van hun verhoogd risico.
De overheid heeft reeds maatregelen genomen die KMO’s moeten helpen de discriminatie op basis van leeftijd en grootte tegen te gaan (o.a. de waarborgregeling). Uit recent onderzoek[iv] blijkt echter dat veel van deze maatregelen niet gekend zijn bij de KMO’s. KMO’s beter informeren omtrent de reeds bestaande maatregelen is dus primordiaal om de discriminatie effectief weg te werken.
Verder kan de overheid ontmoedigde KMO’s informeren over hun geschatte kans om een kredietaanvraag goedgekeurd te zien en meegeven wat de voornaamste reden hiervoor is. Enerzijds kunnen zo ontmoedigde KMO’s met een grote kans op goedkeuring aangespoord worden en anderzijds kunnen ontmoedigde KMO’s met een lage kans op goedkeuring omwille van hun leeftijd of grootte, gericht geïnformeerd worden over de reeds bestaande maatregelen
Figuur 1: Belgische KMO’s en de vraag naar bankleningen 2010-2014 (gemiddeld percentage)
Prof. dr. Klaas Mulier, hoofddocent (Universiteit Gent)
Annalisa Ferrando, senior lead economist (Europese Centrale Bank)
[ii] De enquête is de Survey on Access to Finance of small and medium sized Entreprises (SAFE) waarin de Europese Centrale Bank (ECB) halfjaarlijks polst naar de toegang tot financiering bij KMO’s in de Eurozone.
[iii] Om dit wat in perspectief te plaatsen: in dezelfde periode is de totale groep in Griekenland 17% (5% geweigerd + 12% ontmoedigd) en in Duitsland 3.5% (0.5% geweigerd + 3% ontmoedigd).
[iv] Laveren en Bortier (2015): Onderzoeksrapport “KMO-financiering 2014”