Friesland ligt ingeklemd tussen de Waddenzee, Groningen, Drenthe, Overijssel en het IJsselmeer, en kent zowel open kustlandschappen als het meer besloten gebied van de Friese Wouden. Water speelt er een grote rol, met meren, kanalen en de omliggende eilanden. De economie was lang gebaseerd op landbouw, melkveehouderij en scheepsbouw; later kwamen zuivelcoöperaties, handel en toerisme op. Romeinse schrijvers beschrijven de Friezen als een kustvolk dat leefde van visserij en handel. Ondanks perioden van buitenlandse heerschappij bleef het gebied grotendeels zelfstandig, wat later bekend werd als de Friese Vrijheid. Tijdens de Tachtigjarige Oorlog vocht Friesland mee met de andere noordelijke gewesten en werd het een soeverein deel van de Republiek. Na 1798 verloor het zijn staatkundige zelfstandigheid en werd het een provincie van Nederland. In de 19e eeuw ontstond de Friese Beweging, gericht op behoud van taal en cultuur. Sinds 1997 is Fryslân de officiële Friese naam van de provincie.
© 2017 F.N. Heinsius