1968 HEDEN VERLEDEN TOEKOMST Werkweekeind Demosthenes, Laren 3 mei 1968 Bron: OCR-scan uit Aspecten van Psycho hygiëne in de Doetinchemse Methode. Scan AvdH
Beste Vrienden,
Ik zal proberen een paar gedachten te ontwikkelen over een onderwerp waar ik met één van jullie onlangs over gesproken heb, n.l. de kwestie of je in je eigen ontwikkeling vooruit moet kijken en je richten moet, via je middelen, op je doel, of dat je terug moet kijken in je verleden en eerst je verleden moet zuiveren, voordat je aan een nieuwe positieve ontwikkeling kunt beginnen.
Om je wat meer in het thema te brengen; de kwestie was:
"Ik zit met minderwaardigheidsgevoelens, als het ware een minderwaardigheidscomplex, dat ik mij in mijn leven heb laten toebrengen of mijzelf heb toegebracht en nog steeds komen allerlei eigenschappen naar voren die met dit minderwaardigheidscomplex samenhangen. Ik wil nu eens onderzoeken hoe dat komt, hoe dat in elkaar zit en wat dat met mijn ouders te maken heeft en met m'n jeugd".
Dit is dus de poging om, door terug te kijken een probleem op te lossen.
Of kun je nu deze zaken, die je nu weliswaar nog storen, maar die in je verleden gebeurd zijn zonder meer laten liggen en je via je middelen richten op je toekomst?
Het belangrijkste is: "het feit". Welk feit dat ook mag zijn. Het is het feit dat je stottert, het is het feit, dat je je minder voelt dan anderen. Het is niet zo belangrijk waar het vandaan komt, maar wel het antwoord op de vraag:”Wat moet ik nu doen?" of "Hoe moet ik op dit moment stelling nemen tegenover dat wat mij stoort?"
Bij het antwoord dat daarop te geven is, spelen natuurlijk thema's als ontspanning, acceptatie, etc. een belangrijke rol, maar daar wil ik niet te zeer op in gaan. Ik wil even wat spelen met de begrippen: verleden en toekomst.
Wij willen in het werk, dat wij samen doen - jullie aan de kant van je eigen ontwikkeling, mijn vrouw en ik aan de kant van onze ontwikkeling een daarmede ook aan de kant van de ontwikkeling van de therapie - ons richten op de toekomst.
Wij willen proberen duidelijk te zien wat wij in de toekomst willen zijn. In die richting zetten we dan onze tussendoelen uit en zoeken de middelen om deze doelen te bereiken. Kennen we onze middelen en vertrouwen we op de juistheid en doeltreffendheid ervan dan laten we ons doel zoveel mogelijk los en richten ons op de middelen.
Werkende met onze middelen werken we immers in het heden aan de toekomst. Daarbij kun je je verleden gerust laten rusten, want als je met je middelen vandaag aan je eigen verbetering werkt, dan werk je daarmee ook aan je verleden, omdat je n.l. vandaag het product bent van alle goede en verkeerde houdingen en lessen uit het verleden. Wat je vandaag bent is de optelsom, van alles wat er in je verleden was. In je heden ligt je verleden en je neemt het verleden mee in de toekomst.
Anderzijds kun je zeggen, dat er binnen een therapie, binnen een poging om jezelf te ontwikkelen, in feite geen verleden en geen toekomst bestaat. Deze begrippen zijn zogezegd werkhypothesen. Dat moeten we onszelf elke keer opnieuw duidelijk maken Er bestaat alleen maar een heden en vanuit dat heden moeten wij besluiten, moeten wij oefenen, moeten wij kiezen tussen positief en negatief en dit heden gaat met ons mee.
Zo gezien is er geen morgen. Want als dát wat wij nu morgen noemen, als dat er is, d.w.z. als ik met dat begrip morgen - n.l. op het moment dat de zon opgaat - iets kan doen, dan is het weer mijn aanwezigheid in die dag en dat is weer heden, dat is weer nu, dat is weer vandaag. Dan is morgen weer vandaag geworden.
Met deze grondgedachten kun je geloof ik alle vragen over het al of niet je richten op de toekomst of op je verleden beantwoorden. Daarbij horen ook alle vragen over z.g.n. schuldgevoelens en zelfverwijt.
Alleen vanuit dit ene gegeven moment, dit "vandaag", moeten wij proberen goed te leven, dat is ook goed te stoppen en goed te corrigeren. Wie zichzelf dat kan bijbrengen, die heeft veel voor zichzelf gedaan.
Fletcher zegt weliswaar: "Het heden is het enige moment waarop er werkelijk iets gebeurt", dat is waar, maar beter is: "Het heden is het enige moment waarop ik iets voor mijn toekomst kan doen”.
Je zult merken dat je vanuit deze houding, de houding van- "alleen vandaag is belangrijk, dus zeg ik ja tegen vandaag", dat je vanuit deze houding, veel makkelijker een innerlijke zekerheid vindt tegenover moeilijkheden die van buitenaf zich aan je opdringen. Het is zoveel gemakkelijker om te denken en te praten over nu, over vandaag, over nú corrigeren, nú op de juiste manier corrigeren en op de juiste manier mijn houding tegenover andere mensen te vinden. Als je je ontwikkelingsgebied van de komende jaren, als je dat hele ontwikkelingsgebied inkrimpt tot deze ene dag of nog beter - tot deze ene spreeksituatie waarin je probeert zo goed mogelijk te ontspannen, danontneem je jezelf bij voorbaat de mogelijkheid tot verkramping.
Als je in deze ene spreeksituatie werkelijk dat doet wat je kunt en wat je dus moet, (immers als je wilt weten wat je in het leven moet, dan moet je je afvragen wat je kùnt, want wat je kunt dat moet je ook) dan heb je zinnebeeldig gesproken in deze ene situatie, je toekomst actueel gemaakt: dan heb je een begin gemaakt voor een goede toekomst en dat is natuurlijk veel gemakkelijker dan met een gerichtheid op "goed spreken in de toekomst" te werken.
En nee … van terugwerkende kracht, dat is een begrip dat komt geloof ik alleen naar bij financiële kwesties aan de orde, maar niet in het persoonlijk leven. Wat geweest is, is geweest; gedane zaken nemen geen keer, niet in ons eigen leven en ook niet in het leven van een ander. De pijn die we leden, de tijd die we verkwistten, kunnen we niet van terugwerkende kracht verzachten of inhalen. Wij kunnen niemand de pijn wegnemen, die we hen uit onverschilligheid., onvoorzichtigheid, gedachteloosheid hebben aangedaan. Want in feite kun je geen verdriet en geen domheden uit de wereld helpen. Je kunt het béter doen vanuit een béter inzicht.
Wat achter je ligt dat zijn de kleine onkruidjes, nou ja, misschien zijn het hele pollen onkruid en je weet dat de wortels van dit onkruid diep zitten, ze zitten diep in de grond, naar ze, zitten in de grond van vandáág en daar moet wieden door het gewoon vandáág maar goed te doen. Het mooiste stuk land heeft wel wat onkruid, ook al lijkt het aan de oppervlakte niet zo en als een stuk land helemaal geen onkruid heeft omdat men er zoveel verdelgingsmiddelen opgegooid heeft, dan groeit er niets meer, ook niets positiefs.
Zeg "ja" tegen vandaag. Zeg "ja" tegen 't onkruid dat na een flinke wiedpartij blijft zitten. Zeg "ja" tegen de piep van een ander en stop, doe het over. Zeg "ja" tegen de leiding van deze dagen en maak er wat moois van, dat kunnen jullie omdat je aan de goede kant staat van de lijn die loopt tussen opbouw en afbraak. Zeg "ja" tegen vandaag en help de ander door jouw voorbeeld in zichzelf te leren geloven. En.... zeg "ja" tegen het onkruid in het land van de buurman.
1968 Gevoelens
Het doet ons groot plezier dat de vereniging Demosthenes en verschillende zelfhulpgroepen in het hele land zo zelfstandig en zinvol functioneren. Aan je stotteren werken doe je ongetwijfeld beter in een groep dan alleen op je kamer. Toch is het idee om alleen op je kamer te oefenen geen slechte gedachte. Bij het gebruik van een spreektechniek gaat het immers om een gedragspatroon dat je gevoelsmatig nog niet vertrouwt. Je zou bijvoorbeeld in verschillende situaties veel gemakkelijker je spreektechniek gebruiken als je gevoel je zou zeggen dat het juist was, maar, omdat je je spreektechniek nog wat weinig hebt geoefend ‑ dat geldt voor vele van jullie ‑ zegt je gevoel je, dat je iets vréémds doet als je je spreektechniek gebruikt. Welnu, het oefenen van spreektechniek op je kamer maakt dat deze spreektechniek, met de eventuele daarbij behorende beweging, door je gevoel wordt opgenomen. Daardoor zal er een volgende keer makkelijker vanuit je gevoel een impuls ontstaan die je zegt, dat het goed is om je spreektechniek te gebruiken. In de eerste fase is het zeker zo, dat je gevoel je zal zeggen, dat het gebruiken van je spreektechniek iets vreemds, iets niet vertrouwds, iets ongewoons, iets onbehaaglijks, iets onveiligs is.
Ik wou op deze kwestie van het gevoel graag algemeen wat verder ingaan. We onderscheiden gewoonlijk positieve‑ en negatieve gevoelens. Gevoelens die nuttig zijn voor de binding met onze medemensen en voor onze eigen ontwikkeling (zoals: achting, liefde, hartelijkheid, vriendelijkheid, zelfvertrouwen, rust e.d.), die noemen we positief, en gevoelens die de relatie met de medemens storen, die noemen we negatief. Als regel worden gevoelens (emoties) beschouwd als de motor voor ons handelen. Deze gevoelens produceren we ‑weliswaar als regel onbewust‑ zelf, met bepaalde bedoelingen.
We produceren b.v. gevoelens van ergernis om onszelf daarmee tot actie aan te zetten. Zonder deze ergernis menen we n.l niet goed in staat te zijn, om de ander te laten weten wat we van hem vinden en wat we van hem eisen. Zo is het ook met gevoelens van blijdschap.
We produceren -onbewust meestal- gevoelens van blijdschap om daarmee te kunnen uitdrukken hoe het met ons is. We geloven, dat we onze toestand niet duidelijk genoeg aan de ander in gewone bewoordingen kunnen overbrengen, en daarom produceren we onze blijdschap en die straalt dan aan alle kanten van ons af.
Gewoonlijk zullen dus onze handelingen, onze uiterlijke gedragingen de uitdrukking zijn van onze gevoelens. Toch moet je, als ik nu spreek over gevoelens, niet alleen denken aan emoties, maar ook aan spiergevoelen, aan houdingsgevoel e.d. Als je gewend bent om op een bepaalde manier te lopen, b.v. met je hoofd naar beneden toe gezakt, dan zegt je spier‑ en houdingsgevoel je dat dat goed is, want zodra je begint te lopen op een andere manier, b. v. met je hoofd fier en recht op je romp, dan zal je gevoel je zeggen dat er iets geks aan de hand is. Dus gewoonlijk zijn onze handelingen de uitdrukking van onze gevoelens; zowel van onze emoties als van onze lichaamsgevoelens.
Dit laatste geldt, zoals je al begrepen hebt, ook voor het spreken. We spreken zó zoals ons gevoel ons dat als juist aangeeft. Mensen, die lijden aan negatieve gewoontehandelingen ‑dat kan stotteren zijn, maar dat kan b.v. ook de neiging zijn om voortdurend uiting te geven aan ergernis of de neiging om de mensen onomwonden de waarheid te zeggen, of de behoefte om ‘s morgens te lang in bed te liggen‑ doen in al deze gevallen dát wat hun gevoel hun aangeeft.
De mens stottert uit zijn "GEWOONTE-SPANNINGSGEVOELENS", uit zijn "GEWOONTE-ANGST", hij zegt mensen onomwonden de waarheid vanuit zijn gevoelens van "ERGERNIS" of "GEKWETSTHEID". Hij blijft te lang in bed liggen vanuit zijn luiheidgevoel of eenvoudig omdat hij daar zin in heeft. Kortom: hij gedraagt zich overeenkomstig zijn gevoelens.
Als iemand nu heeft ingezien, dat het niet juist is om iedereen zonder nadenken de waarheid te zeggen op grond van de leuze: "de waarheid mag gezegd worden, of iemand dat nu kwetst of niet", dan begint hij op grond van dit inzicht zichzelf te controleren. Zo ook, als hij heeft ingezien dat het niet juist is om gewoon maar te stotteren. Dan gaat hij zichzelf in de gaten houden. Het begint hem dan op te vallen als hij weer de neiging krijgt om als vanouds te reageren en roept zichzelf dan een hált toe. Dit zichzelf een hált toeroepen, dit moment van STOPPEN, is het begin van verandering.
Bedenk: "Bij STOP begint de menswording!" Dit stopmoment komt dus ná de eerste gevoelsimpuls om op de oude manier te reageren en na dat stopmoment reageert de mens, die aan zichzelf wil werken, dan op een andere, nieuwe manier. Hij reageert meer ontspannen, hij reageert milder, hij reageert positiever, hij reageert met zijn spreektechniek.
Toch zijn zijn gevoelens nu nog niet direct overeenkomstig zijn positieve gedragingen. Het kan zelfs zijn, dat hij positief reageert, terwijl hij van binnen nog steeds wat negatief geladen is. Het kan zijn dat hij met zijn techniek reageert terwijl hij eigenlijk van binnen nog steeds wat gespannen is. Het kan zijn dat hij bewust zijn techniek gebruikt, terwijl "een stem van binnen" hem zegt dat het gebruik van zijn spreektechniek eigenlijk een vreemde zaak is. Je zult nu wel vastgesteld hebben, dat, als je aan een nieuwe ontwikkeling begint er een verschil is tussen dát wat je voelt en dát wat je doet. Immers, als je altijd doet wat je gevoel je ingeeft, dan doe je dat wat je altijd gedaan hebt.
In dit groeiproces, in deze overgangsfase, zijn er mensen die zichzelf oneerlijk voorkomen. Er zijn b. v. mensen, die op anderen de indruk maken rustig en zelfverzekerd te zijn. Daarin hebben ze zich geoefend. Van binnen voelen ze zich echter vaak onzeker. Er zijn niet zo heel veel mensen, die zichzelf volledig zeker voelen. Als nou iemand anders tegen hun zegt: "Ik vind dat jij zo'n rustige en zelfverzekerde indruk maakt", dan hebben sommige scrupuleuze mensen het gevoel, dat ze oneerlijk zijn: ze voelen zichzelf van binnen anders dan ze naar buiten toedoen. Sommige mensen die gaan dan zover dat ze zichzelf eerlijk noemen, als ze dan maar gewoon doen, wat ze van binnen voelen. Als ze zich rot voelen, dan doen ze rot, als ze zich verdrietig voelen, dan doen ze verdrietig en als ze zich opstandig voelen, dan doen ze opstandig. Ze zeggen dan tegen zichzelf dat dát eerlijk is. Als ze zich gespannen voelen, dan gedragen ze zich gespannen; als ze geen zin hebben om uit hun bed te komen, dan komen ze niet uit hun bed; als ze zich geërgerd voelen dan snauwen ze iemand af; en ze zeggen dan tegen zichzelf dat het eerlijk is.
We weten wat positieve gevoelens zijn - positieve gevoelens zijn die gevoelens, die nuttig zijn voor de binding met de medemensen – we weten, dat mensen sociale wezens zijn en dat de één de ander nodig heeft. We begrijpen daardoor dat de zojuist besproken soort van redenering over eerlijkheid niet juist is. Je kunt niet zomaar dat doen, wat je gevoel je ingeeft. Hoe zou onze maatschappij eruit zien als we zouden handelen overeenkomstig onze eerste negatieve gevoelsimpulsen? Hoe zou de maatschappij eruit zien, als iedereen zou handelen overeenkomstig de eerste impuls, die bijv. van zijn driften uit gaat? We zullen een weg moeten vinden om onze negatieve gevoelens te herkennen en positief gedrag te produceren. Dat betekent dus, dat je eigenlijk die twee - "gevoelens en handelingen" - van elkaar gaat loskoppelen. Doe wat je negatieve gewoontegevoelens je zeggen en je doet de deur voor een positieve ontwikkeling dicht.
Er zijn mensen die al een hele tijd niet meer in therapie zijn geweest. Een aantal daarvan zou best wel in therapie terug willen komen, maar ze schamen zich dat ze in die tijd zo weinig aan hun ontwikkeling gedaan hebben. Wees ervan overtuigd, dat je therapeuten heel goed weten dat het werken aan jezelf en met name het werken aan je stotteren een heel moeilijke zaak is en dat daarvoor voor de meeste mensen een lange ontwikkelingsweg nodig is. Het is daarom helemaal niet nodig om je te schamen, dat je niet voldoende opschiet. We begrijpen ook wel, dat er behalve stotteren nog zoveel andere dingen in je leven zijn die ook je aandacht en je tijd nodig hebben. Als je je dan al wilt generen en als je dan al schuldgevoelens wilt maken over je gedrag tot nu toe, als je dat graag wilt doen, doe dat dan, maar gedraag je daar dan niet naar! Koppel dat gevoel los van je gedrag. Ga dát doen wat de situatie op dit moment van je eist. Zeg "stop" tegen dat gevoel en besluit dat te doen wat de situatie op dit moment van je eist. Zeg "stop" tegen gevoelens van angst en onbehagen, die je zeggen dat je je niet in die spreeksituatie of in die ontmoetingssituatie moetwagen, maar doe dát wat de situatie van je eist. De situatie eist dat je bijdraagt en niet bij je negatieve gevoelens te rade gaat om daaraan het recht te ontlenen om je van bijdragen en van zelfwerkzaamheid terug te trekken. Het lost vele innerlijke conflicten op, als je weet: wat ik nu moet doen is dát wat de situatie van me eist. Neem nog eens dat voorbeeld: iemand heeft de neiging om te lang in bed te liggen, hij heeft geen zin om op te staan. Voor zover het een probleem voor hem wordt is het zeker, dat hij ligt te vechten met het feit dat hij eigenlijk ziet dat hij moet opstaan en dat hij tegelijkertijd bij z'n gevoel te rade gaat dat hem zegt, dat hij geen zin heeft. Het is het conflict tussen dat, wat het gevoel aangeeft en dat, wat er eigenlijk gedaan moet worden. Het antwoord is: je moet doen wat de situatie van je eist. Het is nu tijd om eruit te gaan; dus hup... eruit, niet vragen wat voel ik eigenlijk van binnen. Wat je doen moet is dát wat de situatie van je eist. Als er een eindje verderop een huis in brand staat en je weet dat daar nog een kind in ligt en je gaat bij je gevoel te rade, dan zul je wellicht niks doen omdat je je onzeker voelt enz. enz. Wat je te doen hebt is dát wat de situatie van je eist: is het enigszins mogelijk op redelijke gronden, om het kind eruit te halen, dan haal je het kind eruit!
Datzelfde geldt voor het gebruik van je spreektechniek. Je weet dat het voor je ontwikkeling nodig is, dat je je spreektechniek gebruikt. Zonder dat red je het werkelijk niet. Je weet ook: de mens is een sociaal wezen en ik dien daarom te zorgen dat ik van maand tot maanden van jaar tot jaar wat beter en verstaanbaarder mijn gedachten aan de luisteraar kan overbrengen. Dat is waar het om gaat, de situatie eist van je, dat je verstaanbaarder gaat spreken, van keer tot keer.
Wat je gevoelens je daarbij zeggen; of je je daarbij onbehaaglijk voelt e.d., dat is niet aan de orde. Bedonder jezelf dus niet door je negatieve gevoelens te volgen. Produceer positieve gevoelens, die de ontwikkeling van je gemeenschapsgevoel bevorderen. Hoe meer je dat doet, des te meer zul je gaan handelen overeenkomstig de situatie en des te meer zul je inzien dat je je negatieve gevoelens b. v. angst, onbehaaglijkheid e.d. werkelijk produceert om het kontakt met de gemeenschap te vermijden, om verantwoordelijkheden te ontlopen e.d. Ga dus niet te rade bij je negatieve gevoelens, maar doe in dienst van je vooruitgang dát wat je nu doen moet. Wat je nu moet doen is dat, wat de situatie als bijdrage van jou verwacht. Als je te lang niet in therapie bent geweest, kom dan zo gauw mogelijk terug. Dat is wat de situatie van je eist. Als in jullie zelfhulpgroep de zaken wat stilstaan, ga niet te rade bij mogelijke twijfels of bij negatieve emoties, die er tussen groepsleden bestaan, maar neem een nieuw initiatief en denk nog eens even aan de zeer geslaagde oefenweek, die indertijd door de oefengroep Apeldoorn is opgezet. Een week lang elke avond bij elkaar komen, van te voren een plan maken, de taken verdelen en zo een hele week consequent aan jezelf en met elkaar aan jezelf te werken.
Als je ophoudt met bij je negatieve gevoelens te rade te gaan, maar begint dát te doen wat de situatie van je vraagt, dan begint de lente van je ontwikkeling.
Sukses ermee!!!!!!
1968 De Positieve Situatie Beleving (P.S.B.) en de Accepterende Situatie Voorbereiding (A.S.V)
De positieve situatie beleving is een manier om je goed voor te bereiden op een spreeksituatie die je makkelijk vindt. Anders gezegd: een P.S.B. maak je voor een situatie die onderaan je hiërarchie staat. Je weet het nog wel:
Uitvoerige beschrijving van het beeld.
Positieve gedachten.
Positieve gevoelens.
Je kunt ook 's avonds voor je gaat slapen een goed geslaagde situatie nog eens voor de geest halen en die opnieuw beleven. We noemen dat een herbeleving van een positieve situatie of kortweg P.S.H.B. (Positieve Situatie Herbeleving). Zo leg je de nadruk op wat die dag goed gegaan is. Je piekert niet over wat verkeerd ging, maar je bouwt zelfvertrouwen op door positief te denken.
De Accepterende Situatie Voorbereiding (A.S.V.) is ook een soort P S.B., maar houdt wat meer rekening met de kans dat je zult stotteren. Tenslotte is het van te voren moeilijk na te gaan of een situatie werkelijk makkelijk zal zijn. Het is dus nuttig om je te bezinnen op de mogelijkheid dat het minder goed zou kunnen gaan. Toch is dat niet zo erg, want je hebt immers geaccepteerd dat je stottert. Je houdt voor ogen dat je al te veel vooruit bent gegaan, maar dat deze situatie nu eenmaal wat moeilijker is. Je gebruikt je middelen zo goed mogelijk en je neemt je voor om geen seconde na te piekeren als het wat minder goed ging. Dan ga je moedig en opgewekt de situatie tegemoet.