Vossenplein
Eén van de leukste wijken van Brussel is arbeiderswijk Marollen. Deze wijk ligt aan de zuidkant van het centrum. Marollen is een echte arbeiderswijk waar veel verschillende nationaliteiten vertegenwoordigd zijn. Het leuke aan Marollen is de grote hoeveelheid aan snuffelwinkeltjes waar antiek en brocante verkocht wordt. Ook vind je hier meerdere kunstateliers waar kunst in allerlei vormen en verschillende prijsklassen aangeboden wordt. Hoogtepunt van de wijk wordt gevormd door de vlooienmarkt op het Vossenplein, die alle dagen gehouden wordt.
Geschiedenis
Het gebied waar nu de Marollen liggen, groeide rond de Kapellekerk, zo genoemd omdat men er in 1134 een kapel bouwde gewijd aan Onze-Lieve-Vrouw. Vlug kwamen daar wat woningen van ambachtslui rond. Nog een kilometer verder, langs de oude Romeinse heirweg, kwam een leprozerie (een plek waar melaatsen in quarantaine konden verblijven). Dat zijn de twee plaatsen waartussen de Marollen zouden groeien: de Kapellekerk enerzijds en anderzijds het Sint-Pietershospitaal. Daartussen loopt de Hoogstraat.
In de 13e eeuw werd Brussel omringd door de eerste omwalling. De Marollen vielen daarbuiten, want die omwalling diende vooral om de armen op afstand te houden en minder om de stad te beschermen tegen de vijanden van buiten de stad. 's Avonds werden bij het sluiten van de stadspoorten de klokken geluid en moesten de arbeiders, bedelaars en ander plebs dat elders hoorde de stad verlaten.
De wijk was een logische aankomstplaats voor migranten uit het zuiden en werd bezocht door Franstalige handelaars en ambachtslui.
De handwerkers veroorzaakten vanaf de 14e eeuw voortdurend onlusten. De Marolliens, wevers en anderen, eisten hun rechten op.
Een tweede omwalling bracht de Marollen in 1383 volledig binnen de stadsmuren. In de wijk vestigden zich veel kleine ambachtslui. Deze beroepen vindt men terug in de straatnamen: de huidevetters (leerlooiers), goudsmeden, stoelenmakers, borduurders, timmerlieden. De bevolking groeide maar aan, met als gevolg dat de spanning ook steeg.
In 1405 woedde er brand in de wijk en werden vooral lakenmakers getroffen. Meer dan duizend huizen en weefgetouwen werden vernield.
Nogal wat kloosterorden zagen de grote armoede in de Marollen en kwamen zich hier vestigen. De kloosters zelf zijn niet bewaard, wel een tweetal kerken.
19e eeuw
De industrialisering van de 19e eeuw bracht verarming in de Marollen. De mensen leefden opeengepakt in krotwoningen zonder hygiëne.
De 19e eeuw bracht ook grote stedenbouwkundige ingrepen in de Marollen. Vooral de bouw van het Justitiepaleis op de Galgenberg is opvallend. Niet omdat dit werk van Joseph Poelaert toen het grootste gebouw van Europa was, maar omdat de eerste onteigeningen in de Marollen plaats hadden. "De gebouwen waren van een dusdanige slechte kwaliteit, dat de vergoeding voor onteigening te verwaarlozen is”, was de verantwoording van de overheid. De gigantische werf sleepte aan van 1866 tot 1883.
20e eeuw
De repressie haalde voorlopig de bovenhand, maar de autoriteiten beseften dat ze de leefomstandigheden in de Marollen moesten verbeteren. De armoede werd steeds maar groter, de bevolking groeide aan, maar het sanitair was beperkt aanwezig. In sommige cafés bleven de minstbedeelden slapen "op de koord". Ze sliepen op hun stoel, met hun armen op een koord dat de bazin had gespannen. Eind 19e en begin 20e eeuw werden sociale woningen gebouwd.
Kort voor de Tweede Wereldoorlog arriveerden nieuwe groepen migranten in de Marollen: Spanjaarden en Poolse Joden. Ondanks de overbevolking was er een zekere samenhorigheid. Tijdens de oorlog was er een zwarte markt, maar tevens spanden de Marolliens samen om Joden stiekem te herbergen. Op 3 september 1942 hield het Duitse leger met groot machtsvertoon een geweldadige aanval in de Marollen. Veel Joden hadden wijselijk geen Jodenster afgehaald, maar werden nu opgespoord op basis van de Jodenregisters. Die dag werden er 718 van hen opgepakt en per vrachtwagen afgevoerd naar de Dossinkazerne, eindbestemming Auschwitz.
De Marollen zijn wat men noemt een volkswijk. Niet verwonderlijk, als men weet dat 47,30% van de bevolking arbeiders zijn en 30,80% bedienden. Dit wil echter niet zeggen dat al deze mensen een betaalde baan hebben: 50% van de mensen leeft van een vervangingsinkomen.
Vlamingen, Walen, Spanjaarden, Joden, Polen, Italianen, gevolgd door Magrebijnen en Afrikanen zijn in de Marollen voorbij gekomen.
Vossenplein
Op het Vossenplein (Place du Jeu de Balle) wordt dagelijks een vlooienmarkt gehouden. Deze drukbezochte markt beslaat het hele plein. De markt begint rond 8 uur ’s morgens en duurt officieel tot 2 uur ’s middags. In de praktijk beginnen de eerste handelaren echter al rond een uur of 1 hun spullen op te ruimen. De vlooienmarkt wordt ook op feestdagen gehouden, dus ook met Pasen, Kerstmis, Pinksteren en op Nieuwjaarsdag. Het aanbod op de markt bestaat alleen maar uit tweedehands spullen en rommel. De markt is niet alleen populair onder toeristen, maar ook zeer druk bezocht door lokale bevolking. Het is een goede plek om goedkoop aan tweedehands kleding te kunnen komen.
Straatje in de Marollen