Wat is de invloed van geletterdheid op de wijze waarop iemand taal construeert?
Dit artikel beschrijft een aantal onderzoeksresultaten hierrond en laat ons kennis maken met Roba, een 29-jarige laaggeschoold cursist Engels uit Ethiopië. Belangrijkste conclusie: wie met zwak- of analfabete cursisten werkt, moet vooral inzetten op het ontdekken van hun mondelinge sterktes en van de technieken en strategieën die cursisten gebruiken om de taal te leren. Dit vormen dan ook de beste aanknopingspunten om aan de schriftelijke geletterdheid van elk cursist te werken.
Wat is de invloed van geletterdheid op de wijze waarop iemand taal construeert? Dit artikel beschrijft een aantal onderzoeksresultaten hierrond en laat ons kennis maken met Roba, een 29-jarige laaggeschoold cursist Engels uit Ethiopië.
Onderzoek binnen de cognitieve psychologie wees reeds uit dat geletterdheid een invloed heeft op de manier waarop iemand taal construeert, ook in de moedertaal.
Zo blijkt er bij voorbeeld weinig verschil te zijn tussen ongeletterde en geletterde volwassenen wanneer men hen vraagt een aantal gekende woorden (zoals dierennamen) te herhalen. Elke respondent kan zich deze woorden visueel voorstellen. Verschil tussen beide groepen treedt wel op wanneer men dezelfde opdracht geeft met pseudowoorden. Wie kan lezen en schrijven zal deze woorden gemakkelijker onthouden dan wie dat niet kan.
Een ander onderzoek met PET-scans toonde aan dat dezelfde hersenactiviteit plaats vindt bij lezers en niet-lezers wanneer ze bestaande woorden dienen te herhalen, maar dat bij memorisering van pseudowoorden de hersenactiviteit verschillend is. De conclusie van de onderzoekers was dat leren lezen en schrijven tijdens de kindertijd een grote invloed heeft op de ‘organisatie’ van het volwassenen brein.
Ook Jeanne Kurvers gaf reeds aan dat voor de meeste ongeletterde volwassenen taal een referentiesysteem is, een medium tot communicatie. Taal is geen object om op te reflecteren of is geen verzameling elementen die opgedeeld kunnen worden in structurele eenheden. Het feit dat men grafemen kan koppelen aan fonemen, zo stelt de onderzoeker, heeft dus een belangrijke invloed op het mondelinge taalproces.
Ander onderzoek toont aan dat meer geletterde NT2-leerders sneller een complexere zinsbouw gebruiken met meer bijzinnen en relatiefzinnen (zinnen met een betrekkelijk voornaamwoord b.v. de jongen die daar staat / het huis waarin ik woon. )
Al deze studies zijn momentopnames en daarin verschilt het onderzoek naar Roba, een 29-jarige laaggeschoold cursist Engels uit Ethiopië. Engels is zijn zevende taal en de taalcursus zijn eerste kennismaking met het Latijns alfabet. Men observeert hem gedurende 6 maanden en men maakt gebruik van zowel kwalitatieve als kwantitatieve onderzoeksmethodes.
Men wil onderzoeken of de complexiteit van zijn mondeling taalgebruik evolueert naarmate zijn schriftelijke (alfabetische) geletterdheid evolueert.
De belangrijkste conclusie is dat men de relatie tussen geletterdheid en taalconstructie niet moet overschatten. Waarschijnlijk is er een invloed op de complexiteit van de zinsbouw, zoals ook eerder onderzoek uitwees, maar op andere vlakken was het resultaat helemaal niet zo eenduidig. Eén respondent levert natuurlijk geen wetenschappelijk generaliseerbare resultaten en meer gelijkaardig onderzoek is nodig.
Interessant echter zijn de pedagogische lessen die men uit deze studie trekt. Wat sterk opviel was de creativiteit waarmee Roba zijn nieuwe taal leerde. Als ongeletterd cusist was hij meer gericht op observatie en imitatie van wat hij zag en hoorde. Ook bepaalde uitdrukkingen, contextgebonden woordenschat (dialecten), lichaamstaal en paralinguïstiek vielen hem op en nam hij over, waarschijnlijk meer dan wanneer hij de taal vooral zou leren vanuit geschreven ondersteuning.
Men concludeert dat wie met zwak- of analfabete cursisten werkt vooral moet inzetten op het ontdekken van hun mondelinge sterktes en van de technieken en strategieën die cursisten gebruiken om de taal te leren. Dit vormen dan ook de beste aanknopingspunten om aan de schriftelijke geletterdheid van elk cursist te werken.
Nederlandst. bewerking Wim Verbinnen
Pettitt, N.M. & Tarone, E. (2015). Following Roba: what happens when a low- educated adult immigrant learns to read. Writing Systems Research, 7 (1), 20-38. Doi: 10.1080/17586801.2014.987199