Wat gaan we doen?
Nu gaan we allemaal voor onszelf bedenken in welke situaties we vinden dat iets (on)eerlijk is. Zoals we net al zeiden, kan dat voor iedereen verschillen en dat is helemaal oké! We gaan dit met elkaar bespreken en naar elkaar luisteren. Ook gaan we een rollenspel spelen waarbij we een aantal bekende situaties naspelen. Zo kunnen we aan elkaar laten zien hoe we hiermee om kunnen gaan. Het wordt vast heel leuk en leerzaam!
We hebben kaartjes met verschillende situaties waarover we gaan overleggen of ze eerlijk of oneerlijk zijn. Maar voordat we beginnen, wil ik graag horen wat jullie ervan vinden. Ik lees bijvoorbeeld een kaartje voor met de situatie: "Jij mag na het eten nog een uur buiten spelen, maar je buurjongen mag maar een half uur. Vind je dat eerlijk?". Als je het oneerlijk vindt, ga je staan, anders blijf je zitten.
Vervolgens overleg je met je schoudermaat waarom je het eerlijk of oneerlijk vindt. Misschien vindt iemand anders het anders dan jij, en dat is prima. Weet iemand van jullie nog een situatie die (on)eerlijk is? Bijvoorbeeld als je broertje met papa gaat spelen, maar jij wilde dat eigenlijk ook? Of als iemand meer blokken of stukjes appel heeft dan jij?
Kunnen we dit naspelen met een rollenspel? Eerst speelt de juf een situatie na met een kind uit de klas en daarna mogen andere kinderen het proberen.