Doelen van deze webquest
Conflicten oplossen op een vreedzame manier (zonder ruzie) en ook denkend in het belang van een ander. "Niemand van jullie is een ware gelovige totdat hij voor zijn broeder wenst wat hij voor zichzelf wenst" (Sahih Bukhari).
Eigen mening bespreken met je klasgenoten.
Ontdekken en accepteren dat jouw meningen en opvattingen niet altijd hetzelfde zijn als je klasgenoten.
Zich kunnen inleven in de mening en opvatting van je klasgenoot.
Met elkaar communiceren op een respectvolle en serieuze manier.
De doelen van deze webquest dragen bij aan de levensbeschouwelijke ontwikkeling van de kinderen. Door herkenbare situaties die aansluiten bij hun belevingswereld, kunnen zij een eigen mening ontwikkelen en ervaren zij dat niet iedereen hetzelfde denkt als zijzelf. Hiermee moeten leerlingen leren omgaan. Tijdens de Webquest zullen zij dat met (on)eerlijke situaties gaan ervaren en oplossen, en zullen zij ook beseffen dat niet alles eerlijk hoeft te zijn, maar ook niet altijd is.
De Webquest is opgezet voor groep 2, waarbij de kinderen nog niet zelf kunnen lezen. Hierdoor zal de leerkracht de webquest klassikaal behandelen. Eventueel kan de Webquest ook worden ingezet in groep 3/4, waarbij er andere werkvormen kunnen worden gebruikt.
De opdrachten
Inleiding
Voor het gebruik van de Webquest, die nog niet eerder door de kinderen is gebruikt, is het handig om deze globaal met hen door te nemen en het doel ervan uit te leggen. De Webquest is ontwikkeld voor kleuters en er wordt begeleiding geboden bij het bekijken van pagina's, filmpjes, kringgesprekken en het uitvoeren van opdrachten. De juf begint de inleiding met een herkenbaar verhaal dat de kinderen als oneerlijk ervaren.
Opdrachten 1:
Voor Opdracht 1 bekijken de kinderen samen met de leerkracht een filmpje van Woezel en Pip. Hierna worden er enkele vragen gesteld waarbij de kinderen elkaars mening delen en naar elkaar luisteren. De vragen voor deze opdracht zijn te vinden in de Webquest. Vervolgens maakt de leerkracht samen met de kinderen een mindmap om in kaart te brengen wat (on)eerlijkheid voor hen betekent. Het is aanbevolen om het filmpje en het maken van de mindmap gezamenlijk met kleuters te bekijken. Hiervoor worden grote vellen papier gebruikt en mogen kinderen tekeningen maken om de mindmap te verduidelijken.
Opdracht 2:
Voor Opdracht 2 zitten de kinderen in de kring en leest de leerkracht tien situatiekaartjes voor. De kinderen moeten gaan staan als ze de situatie als oneerlijk beschouwen en blijven zitten als ze het als eerlijk zien. Vervolgens kan de leerkracht kort een kind uitnodigen om zijn of haar mening te delen. De situatiekaartjes zijn als bijlage toegevoegd.
Opdracht 3
Voor opdracht 3 vergt enige voorbereiding met benodigdheden. De spullen die nodig zijn:
15 knikkers en 2 bakjes
Kleurplaten
Kleurstiften
25 Kralen en 2 touwen (ontwikkelingsmateriaal)
9 Blokken
De 4 situaties van opdracht 3
Tafel 1: Hier moeten een toren gebouwd worden. De helft (drie kinderen)van de groep heeft vijf blokken en de andere helft (drie kinderen) krijgt vier blokken. De kinderen moeten het samen oplossen.
Tafel 2: Beiden helften van de groep moeten een mooie kralenketting maken. De ene helft krijg 5 kralen en de andere helft krijg 20 kralen. Hoe gaan beide groepen een mooie ketting maken?
Tafel 3: Jullie hebben allemaal een kleurplaat alleen zijn er niet zoveel kleurstiften zoals we dat gewend zijn. De helft van het groepje krijgt alleen een rode stift en de andere groep heeft vijf verschillende kleuren. Hoe ga je dit oplossen?
Tafel 4: Er staan twee bakken met knikkers op tafel. In het ene bakje zitten tien knikkers en in het andere bakje zitten vijf knikkers. Stel je voor jullie gaan een knikkerwedstrijd houden, drie tegen drie. Hoe gaan jullie dit eerlijk verdelen?
Na afloop is het de bedoeling dat de leerkracht tijdens het kringgesprek met de kinderen bespreekt hoe zij deze situaties hebben opgelost. Was het voor hun duidelijk dat het allemaal oneerlijke situaties waren en er niet eerlijk gedeeld kon worden. Hoe hebben zij het opgelost zodat iedereen toch tevreden was? Het is belangrijk dat de kinderen overleggen en samenwerken. En kinderen weten dat het belangrijk is dat er met elkaar gesproken wordt en aan elkaar denken, elkaar gunnen en iedereen tevreden probeert te houden.
U grijpt ook terug op het verhaal van de juf over de taart. Het is van belang dat de kinderen zich bewust worden van het feit dat sommige situaties eigenlijk niet zo ernstig zijn. Soms kunnen ze worden opgelost door met elkaar te praten en rekening te houden met elkaars behoeften. In andere gevallen is het misschien niet mogelijk om tot een oplossing te komen, maar dat is ook niet per se erg, omdat iedereen soms pech en soms geluk heeft.
Eindopdracht voor de komende week
In de klas wordt een schema opgehangen dat de komende drie dagen ingevuld zal worden door de kinderen tijdens het vrijspelen. Het is de bedoeling dat zij momenten waarop zij een oneerlijke situatie hebben ervaren, noteren op het schema. Als de situatie succesvol is opgelost, kunnen zij dit aangeven met een blije emoticon. Indien dit niet het geval is, kunnen zij een verdrietige emoticon gebruiken. Het doel van deze oefening is dat de kinderen zelf oneerlijke situaties leren herkennen. Tijdens de kring kan er vervolgens teruggeblikt worden op het ingevulde schema. Het schema is ook terug te vinden in de bijlage.