Al vele jaren schrijf ik memo's aan vrienden. Eerst om mijn schrijven te stimuleren, later om te communiceren met maten die mijn woorden waardeerden omdat ze afleiding in hun leven konden gebruiken. Het werd een zwaan-kleef-aan en de Maandag Memo Groep groeide. Dit mondde uit in memo's die ik via de groep aan mezelf ging schrijven en die uiteindelijk Ik en mijn kanker omspanden. Hier plaats ik ze teruglopend in de tijd. Soms refereren ze aan gebeurtenissen die daarvoor beschreven zijn. Soms is het gewoon maar schrijven om te schrijven en soms vertellen ze wel wat. Als het te dichtbij familie of vrienden komt heb ik wat redactie toegepast. Met terugwerkende kracht kijken we de koe in zijn kont. Ik heb enkele naar voren gehaald om het hoe en waarom van latere memo's te verklaren.
Maandag Michiel dag 124, 6 november 2006
Week 40 2006
Het is maandag en het is al middag. Het is een hele tijd geleden dat ik aan het Maandagmemo heb gewerkt. Er is veel gebeurd en het voelt alsof ik opnieuw moet leren lopen. Terwijl ik in de afgelopen weken wel geschreven heb, een verhaal voor Metapart over Verkade en een brief aan een vriendin waarin ik mijn vriendschap opzeg, maar het schrijven over wat dichterbij zit, dat kwam er niet van. Dat komt voor een deel door het bezet houden van de bovenkamer door de schilders, die zijn nu eindelijk weg, dat brengt weer wat rust, ook al zit ik nu niet op die zolderkamer en wel achter de nieuwe computer in mijn werkkamer, maar het komt voor het grootste deel door het feit dat de kanker waar ik in het laatste memo van week 39 op 4 oktober over schreef bij mijn vader op fatale wijze heeft toegeslagen.
Op 16 oktober speelde hij nog golf, maar die vrijdag de 21e kon hij al niet meer zijn bed uit om naar de dokter te gaan en daar de uitslag van zijn pet-scan te vernemen. Mijn zus en moeder gingen naar het ziekenhuis in Hoofddorp en hoorden dat het helemaal niet goed was en dat er overal uitzaaiingen waren. Irma en ik zaten in Haarlem aan zijn ziekbed en daar is hij daarna eigenlijk niet meer uit geweest. Na de eerste klap en het heftige en verdrietige realiseren van het onvermijdelijke zijn we de laatste twee weken aan het afscheid nemen. Afscheid nemen en het voorbereiden van de laatste periode van mijn vader in levenden lijve. Ik heb nog geen huilreacties gehad, maar wel van die dikke strotmomenten. Bijvoorbeeld gisterenavond toen Marije in tranen een brief aan haar opa gaf over de dingen die ze hem wilde zeggen en het lezen ervan mijn vader weer in huilen deed uitsnikken. Ik weet niet of bij mij het grote verdriet nog komt. Tussen mijn vader en mij is alles wel opgeschoond, er is niets, bij mijn weten blijven liggen. We weten wat we aan elkaar hebben, en dus vooral aan elkaar hebben gehad. Wel had ik nog het plan om met mijn vader en zijn enige nog in leven zijnde broer naar Maagdenburg te rijden om mij daar uit te laten leggen wat hij in zijn verromantiseerde boek over de oorlog zelf had meegemaakt. Mijn zus voelde beter dan ik aan dat hij er al slechter aan toe was, dat is dus eigenlijk het enige wat is blijven liggen.
Deze situatie beheerst wel de ruimte in mijn hoofd. Dwars door de dagelijkse dingen van mijn denken schieten er zinnen die ik wil zeggen bij de crematie en het beheerst natuurlijk ook heel erg je dagelijkse agenda; we gaan veel naar Haarlem en we zijn bezig de afscheidszaken te regelen. Ik heb zelf de aankondiging gemaakt die we straks zelf laten drukken en Feik en ik hebben ook aangeboden de kist zelf te timmeren en daar zijn we nu steeds druk mee bezig. Hij is al voor een deel klaar. We hebben hem gemaakt van het hout dat ik gesloopt heb van de steiger waar zo’n 25 jaar zijn boot aan vast heeft gelegen in de Ketelsloot van Jisp. Zo zet je de mate van emotie bij het verliezen van je vader om in de maten van zijn kist. Iedereen die we het vertellen reageert eerst een beetje geschokt, wat macaber, maar zeggen daarna toch dat ze het wel een mooi idee vinden.
Zo nemen we dag voor dag en kijken wat er nodig is. Vader Toon wordt steeds zwakker, maar geniet van alle aandacht en vindt het belangrijk dat hij de regie nog zelf in handen heeft. Komt met nieuwe namen voor de adreslijst en heeft de muziek uitgezocht en de procedure na zijn overlijden. Hij ligt nu in een speciaal anti-doorlig bed in de werkkamer naast de woonkamer. Mijn moeder redt het in de verzorging met een beetje thuishulp nog geweldig dus we hoeven nog niet in Haarlem te slapen. Vorige week hadden we een vakantie in Amsterdam gepland en hebben ons daar ook behoorlijk aan kunnen houden. Geen tv en computer en wel veel toneel en film en we zijn afgelopen weekeinde met Peter en Ans naar een klein huisje bij De Koog op Texel geweest. Een klein beetje doen wat we altijd met de grote groep in het najaar doen. Nu lekker gewandeld, geklaverjast en veel, te veel gegeten.
Nu toch maar een poging om de verloren weken heel kort vast te leggen.
Maandag, 2 oktober, de 517) ste niet-schrijfdag, regende het en was er lekkage in de winkel. Peter Oostendorp kwam het verhelpen en beloofde een nieuwe kraag om de paal van het balkon te zetten. Heeft hij nog steeds niet gedaan. Ik schreef het begin van de 123 MMM en maakte een oorkonde voor de stervende rugbymaat die die avond tijdens de ALV tot erelid benoemd zou worden. Ik kreeg een leuke reactie op mijn snelle voorstellen voor het energiedrankje Vortex. ’s Avonds had ik een mooie speech om Hannie namens de club te bedanken voor zijn werk voor de club, niet makkelijk om iemand toe te spreken die aan het sterven is. Daarna veel bier gedronken. Toen ik ’s avonds thuis kwam en met mijn dronken kop Rakker nog uit moest laten, lag die hond zo zwaar te slapen dat ik dacht dat hij dood was. Mijn benevelde geest en het bezig zijn met de dood die avond zal daar wel de oorzaak van zijn, maar het was wel vreemd dat ik die hond bijna niet wakker kon krijgen om mee naar het park te gaan.
Dinsdag, 3 oktober, de 518) ste niet-schrijfdag, ging ik met een houten kop naar Margriet mensendieck. Voor de erker was de vorige dag een steiger gebouwd en daar waren de schilders nu begonnen met hun lawaaiige krap- en schuurwerk. Ook de timmerman kwam een verrotte regel in het kozijn uithakken. Een voorbode van de drukte die nog in mijn kop zou komen. Tot overmaat van ramp ging het mobieltje stuk en had ik geen toegang meer tot een groot deel van mijn telefoonnummers. Met Irm afgesproken om ’s middags beide een nieuwe mobiel aan te schaffen. Allebei een nieuw abonnement maar met dezelfde mobiel, nu hoeven we maar één gebruiksaanwijzing te lezen (Ik dus). Marije en oma Cor kwamen eten en ’s avonds brachten Irma en ik onze verhuisdozen naar haar Sri Lankaanse taalhulp vriendin.
Woensdag, 4 oktober, de 519) ste niet-schrijfdag, zouden we buiten gaan fotograferen voor de Keukenmeiden, maar omdat de verwachting zo slecht was hebben we het uitgesteld. Was inderdaad maar beter ook. Nu schreef ik MMM 123 af en was er druk mailverkeer tussen de huisbewoners over de steiger voor het huis. Iedereen begint een beetje kriebelig te worden van al het lawaai. Omdat het zulk slecht weer was heb ik de schilders de bovenkamer gegeven als schatverblijf. Toen ik met Rakker in het park liep besloot in een opwelling een handige riem voor hem te kopen, want hij kan eigenlijk niet meer los in het park. Blijkt het dierdag te zijn, toeval bestaat het? Marja kwam met Engels vriend Ted borrelen met door hem meegebrachte Engelse kazen. Hij heeft boot van 23 meter gekocht en gaat die van het voorjaar naar Engeland overbrengen om er daar buitengaats op te gaan wonen. Als er bezoek ik draai ik altijd LP’s uit de oude tijd. Ik had mijn vader aan de telefoon die meldde dat hij zich niet lekker voelde.
Donderdag, 5 oktober, de 520) ste niet-schrijfdag, kwam de vriend van hulp Joke met gebak op de koffie en probeerde ik weer tevergeefs mijn brommer geregistreerd te krijgen. Ik maakte afspraak om de volgende week bij Hennie en Hermen in Hoorn te gaan werken en bij Bart en Lies te overnachten. Toon ging iets beter en Gijs had contact met Loes over de uitwerking van haar huisstijl. Bij AAC over sponsoring gesproken. Ze hebben me gevraagd om het hele traject voor mijn rekening te nemen. Zou er nog over nadenken en besloot later het te doen.
Vrijdag, 6 oktober, de 521) ste niet-schrijfdag, voelde het lijf heel lekker tijdens mijn nu bijna dagelijkse rondje park. Irma ging als een opgewonden jonge schoolmeid op uittocht met haar gymmeiden. Ik schreef laatste stukje voor AWV en stuurde rekening aan Metapart. Dronk vrijgezellenbiertje bij Heuvel en at een snelle Indische hap. Zag met Marije, Emilie, Hilde en Marianne Robert een vreselijk toneelstuk, Hemel boven Berlijn. Later zou ik me weer verbazen over de milde kritiek in de NRC, het was een absolute flop. Daarna zag ik thuis op tv Intimacy en was een man alleen in bed.
Zaterdag dronk ik eerst koffie bij Astrid in Amstelveen, werkte daarna bij RKAVIC met Gijs de laatste voorstellen voor Loes haar huisstijl uit om die vervolgens bij haar in Bovenkerk te presenteren. Ze schrok van wat alles zou moeten gaan kosten. Ik liet het er nu even bij, maar daar is later de boel nog behoorlijk geknald. Ik zag thuis een rugbywedstrijd op tv en at met de meiden bij Eeske Japans. Daarna wonnen Feik en ik met poelen in de Keu en was ik ’s avonds weer een man alleen in bed.
Zondag deed ik een rustig rondje park met Rakker, zag AAC weer winnen en ging met Marije naar een Duitse film van Elementaire Deeltje. Was zeer de moeite waard. Daarna aten we bij het laatste deel van Jane Eyre een bezorg pizza op de Overtoom. Drie avonden vrijgezel en drie avonden met dochter op stap.
Ik zie nu in mijn agenda dat het die zaterdag volle maan was en dat was het gisteren ook. Een hele maanstond lang niet aan het MaandagMemo geschreven. Ik probeer het straks in te halen. Nu ga ik Rakker uit laten en stuur ik deze vast door.
Dikke zoen
Leo
Amsterdam, maandag 6 november 2006
Schrijfproductie
Aantal schrijfvoornemensdagen
521
Aantal geproduceerde romanpagina’s
0,5
Schrijfrendement
0,12 %
Memo aan Leo 1, 8 mei 2023
Is er schrijven na de dood? Na de dood van Hans viel de directe drang om te schrijven weg. Op een regenachtige zaterdag hebben we hem begraven op de Nieuwe Ooster. Weinig over de fase van zijn leven als stadsgids kwam over het voetlicht. Toch waren we met een mooie groep gidsen en het bier en de ballen na afloop verbroederden.
Maar wat nu? Is er schrijven na de dood van Hans? Er is altijd schrijven. Dat is de grond onder mijn voeten. Het schrijven was er eerst voor opdrachtgevers die er royaal voor betaalden; altijd onbezoldigd voor de rugbyclub, uitnodigingen voor golfwedstrijden, reünies van het studentenhuis en voor lezingen en wandelingen van MeeInMokum. Het schrijven in een poging tot communicatie over dat wat me onder het dagelijkse leven beweegt, kreeg gestalte in 1999 met een jaar heerlijk ronddobberen in de taal voor de lessen van de Schrijversvakschool Colofon. Dat had uit moeten monden in het ‘Grootte’ schrijven van proza of toneel. Dat gebeurde niet.
Het mondde wel uit in Maandag Memo's die ik aan Colofon schrijfvriend Michiel stuurde en waarbij ook meelezers aanhaakten. Het werden zeer onregelmatig verstuurde berichten over wat me bezig hield en waarin ik me er rekenschap van gaf dat ik niet toekwam aan het ‘hoge’ schrijven. Die struikelende stroom memo’s eindigde, ik kan me dat nog goed herinneren, toen mijn vader aan het doodgaan was in 2006. Ik zat in de kamer naast de kamer waar hij aan het sterven was en ik alle tijd had om te schrijven, maar er kwam niets. Dus maar gestopt.
Toen kwam Paul, een vriend in een groep waar ik mee ging skiën en golfen, bij hem kwam kanker terug na een prostaat traject. De Maandag Memo’s verschenen weer en dat duurde zo te pas en te onpas tot hij in 2009 overleed. Die zomer namen we afscheid van drie leeftijdgenoten: Paul dus, Erik mijn partner in veel reclame avonturen en Irma haar broer Berry. Toen was het wel weer even genoeg.
Met het signaal van collega stadsgids Hans dat hij wel gecharmeerd was van mijn stijl van schrijven en me wilde steunen als ik wat buiten de lijntjes zou willen kleuren, werd een zaadje geplant. Dat groeide uit toen Hans uitgezaaide blaaskanker bleek te hebben. De Maandag Memo’s vielen bij Hans in de smaak en ook hier haakten meelezers bij aan.
Wat nu met de Maandag Memo’s? Er zijn natuurlijk weer, in die leeftijdscategorie vallen we nu eenmaal, dierbaren waarvan het einde van hun leven zich nadrukkelijk heeft aangekondigd. Ze zijn al meelezers en willen denk ik best wel ‘slachtoffer’ van de Memo’s zijn. Maar daar heb ik al schrijfafspraken mee. Vriend die getuige was op ons huwelijk heeft Parkinson en liet in Den Haag zijn levensverhaal optekenen, maar hij gaf aan dat er toch wel verhalen onbesproken zijn gebleven. Daar gaan we verder over afspreken. En dan zeer dierbare vriendin die kanker in haar longen heeft - op dit moment is ze bij OLVG West voor weer een scan om te kijken hoe de behandeling aanslaat - en die ook aangegeven heeft dat ze het fijn zou vinden als ik haar levensverhaal in woorden ga vastleggen. Ze aten gisteren bij ons. We hadden allemaal Hiske Dibbets gehoord die een boek over haar leven en haar fatale ziekte heeft geschreven (Zie link) en dat verdiepte het gesprek over de vriendin haar verontrustende vooruitzichten. Moeten nog afspreken hoe we het gaan aanvliegen.
Ik realiseer me dat het schrijven van de Memo’s vooral met ‘me eige’ te maken heeft en dat de kapstok maar een kapstok is. Een zetje om even stil te staan bij mijn leven tegen de achtergrond van het leven van anderen. Dus schrijf ik nu de Memo’s maar direct aan mezelf. De innerlijke drang om iets van mezelf met anderen te delen ga ik nu invullen met Memo’s aan Leo. Ik had al eens aangegeven dat ik wellicht eens een blog zou starten Dit ben ik, Leo Bogers, maar die stap is nog eentje te ver. Mijn zieleroerselen in deze Memo ́s de vrije ruimte geven, doe ik maar heel voorzichtig, en dat een niveau dieper brengen en dan ook nog eens de wereld in slingeren, dat is een bruggetje dat ik niet, nog niet, ga nemen. Hiske Dibbets zei al dat ze bij het nadrukkelijk naderen van de dood eerlijker, onbezorgder en veel stoutmoediger te werk is gegaan. Schroom viel van haar af om een ego-document te maken waarin ze veel van zichzelf bloot geeft en waarin ze confrontaties niet uit de weg gaat. Dus wie weet. Maar zover is het met mij nog niet.
Jullie als meelezers moeten het dus voorlopig maar doen met mijn oppervlakkige verkenningen van de triviale gebeurtenissen in mijn vluchtige leven. Hapsnap, want tussendoor moet ik natuurlijk naar de opera met Marije - zagen zaterdag een overrompelende Maria Stuarda - met Irma er ook bij naar toneel, golfen, reünies organiseren en in Jisp genieten (varen met kleinzoon Luke) en klussen (nieuwe koelkast inpassen).
Je hoeft ze natuurlijk niet te volgen. Laat maar even weten dan ont-meelees ik je, maar ik vind het wel heel dierbaar als je blijft meelezen en een publiek bent waartegen ik kan laten weten dat ik ertoe doe.
Dikke zoen,
Leo
Jisp, 8 mei 2023
https://www.parool.nl/ps/zij-schreef-een-ontluisterend-eerlijk-boek-over-haar-fatale-ziekte-ik-bleef-vechten~b6e1e9cf/?referrer=https%3A%2F%2Fwww.google.com%2F
Memo aan Leo 2, 24 mei 2023
Belofte brengt stress. Ja, daar zit ik dan met mijn goede voornemen om het schrijven aan de MOMers nu vanuit mijzelf aan mijzelf te laten gebeuren. Ik speel een spelletje patience en ik drink nog eens een kopje koffie. Waar gaan we het over hebben? Wordt het voortaan schrijven vanuit mijn eigen innerlijk naar mezelf? Hoe daal ik af tot onder het alledaagse om tot een intimiteit te komen die het bloed in beroering brengt. Een dame schreef in NRC dat verliefdheid een mogelijkheid is om jezelf te resetten. Daar kan ik me wel in vinden. Je boort een nieuwe bron van intimiteit aan om jezelf op een andere manier te bekijken. Het beeld dat je van jezelf hebt wordt via een spiegel, onder een andere hoek, bijgesteld. Maar dat verliefd worden is wel een gedoe. En daarna doe je dezelfde wijn misschien wel in nieuwe zakken maar de afdronk blijft gelijk. Een kater ligt op de loer. Kan ik dit omzeilen door aan mijn eigen hand af te dalen in mijn krochten om zonder ‘outside agency’ onbelichte kanten van ‘me eige’ bloot te leggen.
Allemaal leuk en aardig, maar laten we maar eerst een aanloop nemen door het alledaagse door te nemen. Het is nu woensdag 24 mei. 'Me zus' wordt morgen zeventig, maar dit terzijde. Sinds 8 mei is er veel gebeurd. De boekpresentatie ‘De Houten Eeuw van Amsterdam ‘ door Gabri van Tussenbroek was weer een warm bad waarin we werden ondergedompeld in de geschiedenis van Mokum. Nu gaat het meer dan 500 pagina's over de ontwikkelingen die uitmondden in de “Gouden” Eeuw. Toch maar gekocht, want een prachtige uitgave. Maar staat natuurlijk wel naast alle andere boeken over de geschiedenis van Amsterdam die nog gelezen moeten worden. Toen een tocht naar AVL voor de 3-maandelijkse controle van de kanker in de keel door middel van een echo scan. Geen reden voor een punctie en zeker niet voor een biopsie, dus dat was weer geruststellend. Later nog twee telefonische consulten met radioloog en hoofd- en halschirurg die bevestigden dat de lymfeklieren rustig zijn. Wel de aansporing om over 3 maanden toch langs te komen voor een fysiek consult, wat bij mij altijd weer de cynische overweging doet opkomen; dokter zijn is ook een verdienmodel en fysiek consult levert meer op dan even aan de telefoon zeggen dat er niets aan de hand is. Maar goed, een jaar geleden zat ik midden in de bestralingsronden. Toen was de gang naar AVL een dagelijkse routine, nu is het steeds toch wel even een klimmetje dat genomen moet worden.
Daarnaast waren we weer druk met het opsnuiven van cultuur. Zagen geweldige ballet/dance voorstelling Dorian. Op werkelijk heerlijke moderne muziek werd het verhaal verteld van de man die niet oud dacht te willen worden. Maar dat ging natuurlijk helemaal mis. Maandag zagen we de toneelvoorstelling John en Gena over het filmpaar Cassavetes en Rowland. Met de geweldige Elsje de Brauw. Die ooit ook in de naar toneel vertaalde bewerking van Opening Night bij Ita speelde. Kwam ook nog naar voren. Echt heerlijk toneel. Die bewerking van Opening Night deed Ivo van Hove. En van hem zagen we zaterdag een meer dan overweldigende bewerking van Don Giovanni bij de Metropolitain in New York, gestreamd naar Tuschinski. In modern jasje, heel naturel gespeeld met prachtige stemmen. En dan hadden we 14 mei ook nog een fijne reünie met het oude studentenhuis. Lekker Amsterdamse avond bij café Scheltema. De Dievenwagen kwam nog voorbij. De ontmoetingen bij de reünie zijn ook eigenlijk de reden dat ik hier zit te sparren met woorden. Daar liggen twee schrijf uitdagingen bij dierbare vrienden. Een heeft behoorlijk Parkinson en wil het levensverhaal dat hij al maakte met een Haagse schrijfster - hij had het eerst aan mij gevraagd, maar de afstand Den Haag-Amsterdam leek me te arbeidsintensief - toch op sommige punten uit te diepen. Dat kan denk ik makkelijker nu het grootste deel van zijn verhaal al gevat is. De andere is de vriendin Ellen die ik langer ken dan Irma omdat ik bij hen op het Singel voor het eerst Irma leerde kennen. Zij heeft kanker in haar longen en we hebben afgesproken haar leven in woorden te vatten. Daar hebben we gisteren weer lekker over gesproken. Over de vorm en natuurlijk, en daar komen we terug bij de opening van dit memo, hoe diep ga je wroeten in je eigen verleden. Het in woorden vatten van haar bedoelingen en mijn inbreng daarin is een manier om even los te komen van het alledaagse. Even door de werkelijk zakken en elkaar prikkelen om tot een uitwisseling te komen waarmee ik dienstbaar kan zijn. Want dienstbaar schrijven dat is mijn stiel en daar moet ik ruimte voor vinden. Misschien mijn dagelijkse gedoe wat afdempen. De agenda zit voor de komende tijd al weer zo vol dat sommige sociale verwachtingen niet ingepast kunnen worden.
Tot hier maar even. Nu een proefstuk schrijven voor Ellen om de toon van haar verhaal, het kader en de vorm te verkennen. Dinsdag weer afgesproken. Nu even de schouders ontspannen want dat nadenken gaat behoorlijk in je kouwe kleren zitten.
Dikke zoenen en heb fijne Pinksteren,
Leo
Amsterdam, 24 mei 2023
Memo aan Leo 3, 12 juni 2023
Ja, daar zit je dan, je schrijft ’Belofte brengt stress’ en het lijf schiet in de weerstand. Het lijf jeukte en koortste zo dat er bezoek aan dokter aan te pas kwam. Mind blokkeert body. Naast jeuk geen duidelijke klachten maar bloedwaarde niet goed. Vorige week bloedwaarde veel beter en koorts ook weg. Woensdag weer overleg met huisarts. Reactie op bestraling voor de kanker? Pinksteren vergleed in een koortsdroom en ook het 50e Sevens liet ik aan me voorbij gaan.
De schrijflust verdwijnt dan als sneeuw voor de zon die nu heerlijk hartelijk schijnt in Jisp. Waar de hittegolf goed te verdragen is met een verkoelend windje uit het noorden. Langzaam komt het gewone weer terug. In de up-s-and-downs was er gelukkig nog wel energie genoeg om naar opera Rusalka te gaan en ook de vermusicalde versleuteling van Wuthering Heights konden lichaam en geest nog goed verstouwen. Rusalka was geweldig, wat een mooie muziek en best aardige enscenering in New York van jaren dertig, en ook Wuthering Heights was vooral tot de pauze zeer boeiend en prikkelend. Na de pauze was het traag en was de verrassing ook weg.
Oké, genoeg om ‘the bush gebeat’, daar gaan we weer. Voorzichtig een aanloop nemen. Aan de overzijde van de sloot zijn tuinmannen met knetterende heggenscharen de natuur aan het bedwingen. Doet me denken aan een uitspraak van Midas Dekker die ooit zei; ‘Oorverdovend maken we onze wereld oogverblindend’. Hier in Jisp op het kamp wordt steeds meer kluswerk uitbesteed aan professionals. De mensen hebben geld en geen tijd. Ik ga me daar ook schuldig aan maken en heb een schilder gevraagd om de kozijnen en schuurtjes een nieuwe coating te geven. Schilderen is geen hobby, ook niet van de andere familieleden. De leuke klussen doen we nog wel zelf. Mondjes maat, dat wel. Zo heb ik zelf de Yamaha aan de praat gekregen en er ook nog een noodknop op gemonteerd. En de tuin doet Irma hoppend van urgentie naar urgentie. Of dat wat op een urgentie lijkt.
Dan terug naar de basis; schrijven. Hoe lekker ik hier ook zit, onder een parasol met windje op de kop, het schrijven komt nog niet lekker op gang. Het proefstukje voor Ellen staat in de steigers, maar moet nog een slinger krijgen. De belofte aan vriend in Den Haag hou ik nog even ‘on hold’. Morgen met twee MIM-gidsen de quiz ombouwen voor Feikje haar werk. Daar ga ik nu het voorwerk voor doen. Dus deze is maar kort. Een summiere poging om tot schrijven te komen.
Tot hier maar even.
Dikke zoenen en hou het ‘cool’.
Leo
Jisp, 12 juni 2023
Memo aan Leo 12, 23 november 2023
Klaboem, dat was schrikken. Ik had andere plannen om dit memo te beginnen, maar deze donderdag na de verkiezingsuitslag waarbij Wilders de andere partijen wegvaagt, vraagt toch een kleine aanpassing van de overpeinzingen. Hier en daar hoorde ik in mijn omgeving al wel wat Wildersaanhang opkomen, maar niemand had dit natuurlijk verwacht. Staat in het rijtje Brexit, Trump en ook een beetje wat er nu in Argentinië aan de hand is. Ik vraag het aan onze hulp Joke: ‘Ja, wat er nu gebeurt, dat is ook niks. Geen huizen voor mijn kleinkinderen’. Denk je dat Wilders daar voor gaat zorgen? ’Weet ik niet, maar dat is met die anderen ook niet opgelost’. Ik denk dat zij zo het gevoel en de motivatie van ontevreden Wilders stemmers benoemt. Haar dochter stemt zelfs op FvD, maar daar gaan we het echt niet over hebben.
Over de politiek ga ik maar niet hebben. De analisten zullen het wel gaan duiden. Ik ga eraan voorbij. Duik onder in het bezoeken van voostellingen om zo mijn vluchtgedrag een inspirerend randje te geven. De debatten hebben we niet gezien. In de krant alleen de kopregels over wat er in Den Haag gebeurt. Net zo ontwijkend ben ik over Gaza, de klimaatcrisis en welk ander wereldnieuws dan ook. Alleen als het culturele zaken of de ‘human condition’ aangaat, ga ik verdiepend verder lezen.
Maar goed, daar wilde ik dus niet mee beginnen. De dood van de vriendin had ik, zo attendeerde een memo-meelezer, niet goed gedateerd; ze is maandag 13 november overleden. Na een beroerte stierf ze in alle rust met haar zoons om haar heen. Wij waren in Berlijn, dus konden we het afscheid afgelopen zaterdag niet bijwonen. Gisteren heb ik ze daarom een brief geschreven. Daarin refereer ik aan een brief die ik haar in 2004 heb geschreven. Ik zal deze hier nu niet openbaren omdat dat te privé is.
Wij waren dus in Berlijn. Niet met de trein. Dat scheelde lekker veel geld en dat hebben we heerlijk uitgegeven. Veel geluncht en ook ’s avonds aten we er goed van. Heerlijke trip met de meiden. Heel Berlijn van Oost naar West verkend. Hop-on-Hop-off en veel wandelen. Hoogtepunten; lunch en uitzicht van de koepel op de Reichstag en de opera Medee, barok in modern jasje van Peter Sellars. Wij logeerden 5 minuten lopen van de Duitse Staatsopera aan Unter den Linden, was geweldig, al vonden veel Duitse Boe-roepers dat niet. De musea hebben we alleen als koffiegangers bezocht. En over het klaverjassen gaan we het maar niet hebben.
Hier laat ik het maar bij. Ga zo onderduiken in het nog half gelovige Sinterklaas leven van de mannetjes in Haarlem. En verder staat er veel theatrale versnapering op het programma. Kan ik verder voorbijgaan aan alle analyses en ellende in de wereld.
Het Nederland van vandaag is opeens niet meer het Nederland van gisteren. Dat kwam tenminste nu naar boven. Vluchten wordt steeds moeilijker.
Dikke zoen,
Leo
Overtoom, 23 november 2023
Memo aan Leo 13, 28 november 2023
Het memo van vorige week gaf een paar reacties . Van een memo-meelezeres kwam er een waardoor ik tot verder denken werd verleid. Zij schreef over het afscheid van de goede vriendin: 'Al haar zonen hebben bijzonder mooi over haar gesproken, ondanks dat ze niet altijd de moeder was die zij nodig hadden’. Waarop ik antwoordde: 'Maar zijn wij altijd de ouders geweest die onze kinderen nodig hadden?’ Geen verdere reactie, maar bij mij wel aanzet tot verder denken.
Wij hadden bij het opvoeden geen dr. Spock. Onze ouders wel. Zijn boek Baby and Child Care, gepubliceerd in 1946, behoort tot de grootste bestsellers aller tijden en het was de opvoeding bijbel voor de ouders in de jaren vijftig. Later zijn veel van zijn inzichten zwaar onder vuur komen te liggen. Wij hadden Ouders van Nu. Een tijdschrift voor nieuwe ouders en ouders met kleine kinderen. Geen bijbel maar wel veel handige tips en ook wel een medium dat met z’n tijd meeging. En gaat, want het bestaat nog steeds.
Hebben wij het goed gedaan? Ik schreef aan mee-lezeres ‘Laten we daarover maar niet in therapie met onze kinderen gaan’. Misschien moeten we dat wel doen, maar dan wordt de sector voor onze zielenzorg nog zwaarder belast. We rommelen maar een beetje door. Dat deden we ook bij het opvoeden. Onze opvoedingsaanpak bestond eruit dat we er zelf een goed gevoel over moesten hebben.
Nu was dat bij ons ook bijzonder. Met twee meiden die voor 98% hetzelfde genetische materiaal dragen was het ook zo dat als we iets deden en de één huilde en de ander niet, dan kon het niet aan ons liggen. We deden het vanuit ons onvoorwaardelijke gevoel van liefde. (Maar dat zegt niets, want dat zeggen de pedo’s die niet van hun kinderen af kunnen blijven, vast ook.) Dat er twee totaal verschillende supermensen uit zijn voortgekomen pleit dus niet voor onze aanpak. Wel dat ze super zijn, maar niet dat ze zo verschillend zijn en wellicht toch elke andere opvoeding gevoelens nodig hadden gehad. Zoals gezegd, we deden maar wat. En een juf van Feikje had ook het idee dat ik niet van haar af kon blijven, maar dat werd in het Ambulatorium met dr Bibber ontkracht. Ik had niet eens door dat het daarom ging. Dacht dat ze in algemene zin gingen kijken waarom Feikje rommelig met haar hoofd en kleine letters was. Later hoorde ik dat die juf erg gevoelig was op dit punt en wel meer zaken onterecht aanhangig had gemaakt.
Dat opvoeden, dat deden we er maar een beetje bij. Zoals gezegd, liefde was de basis. Een oergevoel dat je zonder na te denken gebruikte om beslissingen te nemen die in later perspectief misschien beter anders hadden kunnen zijn. Dat is het paard in zijn kont kijken en wat erin zit komt er toch altijd ook wel uit. Met pijn en moeite soms. Successen in het verleden zijn ook hier geen garantie voor de toekomst. Net als wij het moesten doen met alles wat onze dr. Spock ouders ons hebben meegegeven, moeten onze Ouders van Nu kinderen er ook maar het beste van maken. En dat gelukkig ook doen.
Hoe ik hier op kom is het feit dat Feikje nu in beweging is qua werk en dat ze een richting opgaat die verbanden met het verleden laat zien. Ik ga daar nu niet verder op in. Eerst maar kijken waar ze uitkomt. Maar het is opmerkelijk dat ze in haar kamer een boekenkast heeft staan die haar opa ooit door een bevriende zakelijke relatie heeft laten maken. Daarbij ook opgemerkt dat we allemaal in onze familie van tafels eten die met eigen handen gemaakt zijn. Die van Marije en ons met poten die door dezelfde relatie van mijn vader zijn gelast.
Dat brengt me weer bij een tekst die ik meer dan twintig jaar geleden schreef toen ik bij de Schrijversvakschool het Colofon de volgende schrijfopdracht kreeg:
Neem drie voorwerpen uit je top tien lijst met favoriete dingen bij je thuis en geef ze in een tekst een samenhang.
Daar sluit ik hier maar mee af.
Geniet van de zon die even doorbreekt over ons land dat door stormen wordt geteisterd.
Dikke zoenen
Leo
Amsterdam, 28 november 2023
2 oktober 2000
Houtverbindingen
Mijn opa zei nooit veel. Dat deed mijn oma wel. Mijn opa was timmerman en als hij in de crisistijd zonder werk zat maakte hij in zijn schuurtje de mooiste dingen van hout. Chinese puzzeltjes en een lamp aan een ketting die hij uit één stuk had gebeiteld. Als mijn opa naar het idee van mijn oma te lang thuis had gezeten ging zij met z'n baas praten of er niet weer wat werk was; antieke kasten maken ofzo. Hij maakte alles. Speelgoed zeilschepen en een paard met een wagen waarop prachtige ronde, houten vaten stonden. Allemaal voor zijn jongste kind, zijn enige zoon. Een nakomertje na drie dochters. Wij, kinderen van de dochters, mochten nooit met dat paard spelen, dat was voor de kinderen van zijn zoon. Dat die zouden komen, dat wist mijn oma zeker. Zij wist alles heel zeker en handelde overeenkomstig. Mijn oma was een dochter van een skûtsjevaarder. Zij was mijn heldin en ik was haar liefste kleinkind. Toen mijn opa's wil om te spreken op zijn vijf-en-zestigste ook nog eens door een hersenattaque werd gebroken, heeft zij hem twintig jaar lang in een rolstoel door hun welverdiende ouwedag geduwd. Mijn oma was er zelfs op haar doodsbed nog zeker van dat ze wakker wilde worden uit een droom waarin ze droomde dat ze niet meer wakker kon worden. Een paar dagen later moest ze de strijd van 93 jaar toch opgeven.
Alles was lang van tevoren keurig verdeeld; de lamp, de schepen, het paard en wagen; alleen het ouderwetse eikenhouten dressoir met die soepele laatjes, voorzichtige glazen schuifdeurtjes en ruime kastjes onderin, daar had niemand over nagedacht. Het was van een voorbije tijd. Wie heeft er plaats voor? Opa had het toch zelf gemaakt? Ik schoof het voorzichtig achter in de auto en zette het thuis tegenover de achthoekige eettafel die ik ooit zelf lijmde uit vurenhouten delen. Alle tafels in ons huis zijn zelfgemaakt en dat is te zien ook. Ik ben geen timmerman, ik ben een doe-het-zelver. Ambachtelijkheid was in mijn tijd uit de tijd. In de hal staat een tafel waaraan je niet kunt zien dat hij zelf is gemaakt. Van de hand van dochter Feikje, de meubelmakersleerling. Gemaakt van beukenhout en het heeft verjongde poten. Van de tafel in hal loop je langs de eettafel in de kamer naar het kastje bij de muur. Dat is een mooie wandeling
Memo aan Leo 14, 27 december 2023
Er is een cricketer dood gegaan. Is dat belangrijk nieuws? Nee, niet echt. Hij was van 1931. Geboren in Schiedam. Gestorven in Alkmaar. Niet in de wieg gesmoord zeggen we dan. Van een vrouw van een rugbyer die Pieter en zijn vrouw Miep in Alkmaar verzorgde, hoorde ik dat ze aangezet door de warrigheid van hun hoofd vaak ruzie maakten. Gebeurtenissen in de marge van het leven. Waarom dan dit Memo hiermee openen? Om ergens mee te openen. Je moet toch wat. Een aanloopje om achter toetsen te kruipen en weer eens wat de wereld in te schrijven. Pieter van Vliet zijn dood brengt je wel weer terug in de onbezorgde tijd van Hippopotamus Cricket Club in de jaren zeventig. Zoals ik aan zijn kinderen schreef: 'Jongens waren we in de cricket wereld, maar aardige jongen. En later meisjes ook.’
Dit schreef ik op 19 december omdat de brief aan de kinderen van Pieter een mooie prikkel was om te schrijven. Dat heeft me verder niet veel verder gebracht. Kerst kwam daartussen, dat resulteerde wel in het schrijven van het Kerstmenu. We hadden een mooie avond met alleen zussen en familie. Er waren twee filmbezoeken, Fallen Leaves en Le Pot-au-feu, allebei mooi, en er was een kerstconcert in Muziekgebouw om lekker in de stemming te komen. Maar er was vooral een bezoekje aan Utrecht. In de schouwburg aldaar een voorstelling van Urland die ik wilde zien en de Podiumpas is ook daar geldig. Bovendien een mooie aanleiding om eens bij de familie aldaar te gaan buurten. Het was een zeer memorabele voorstelling. Ze speelden De Eindtijd Revue. Ik had al een keer hun Gabber Opera gezien en was op zeer confronterend theater voorbereid. En confronterend was het. De Apocalyps werd ons in alle mogelijke vormen en verbeeldingen in het gezicht gesmeten. Keiharde rock afgewisseld met poëtische vertellingen. Maar laat ik hun eigen omschrijving maar het werk doen en de trailer zegt ook veel.
De Eindtijd Revue is een apocalyptisch en onheilspellend theaterfeest, waarin alle mogelijke eindes en Eindtijdverhalen clashen. URLAND’s credo is ‘WANHOOP DOET LEVEN’. En deze voorstelling vraagt: hoe leren we te wanhopen? Hoe bereiden we ons voor?
De Apocalyps duikt in de geschiedenis van de mensheid steeds weer op, en lijkt een maatschappelijk, historisch fenomeen. Van de Ragnarok tot de Vier Ruiters van de Apocalyps, van de kalender van de Maya’s tot de hedendaagse Doomsdaypreppers. Het is nu eens een belofte, dan weer een waarschuwing, of toch meer een bezwering. URLAND heeft nood aan de poëzie, de muziek en het ritueel, die de mens al sinds jaar en dag verbinden in de angst voor het Allesverslindende Niets.
Podiumvrienden konden het op geen enkele wijze appreciëren, maar ik vond de afwisseling en het vernuft van de verbeelding en de hardheid van de boodschap; ja, wat hoe omschrijf ik nou wat ik er van vond? Het sloot aan bij mijn gevoel van matheid die me deze tijd regelmatig overvalt. Nu zal dat ook anderen niet vreemd voorkomen in dit tijdsbestek waarin het nieuws niet veel reden tot vreugde geeft. Niet dat ik depri in mijn schulp wegkruip, maar ik zoek wel naarstig naar pick-me-ups. Van binnenuit komt er even geen energie om bijvoorbeeld achter de toetsen te kruipen.
Zo heb ik straks een pick-me-up met een wandeling door de Pijp en de Rivierenbuurt met een Haagse familie waarvan de ouders ooit in de Diezestraat woonden en dat nu aan hun kinderen die in Amsterdam gaan wonen willen laten zien. De Haagse familie waar ik langzaam voor aan het schrijven, zeer langzaam, zien we vrijdag als we met oud Hippo-cricketers een samenzijn hebben in het Haagse. Dan zijn er de 31e de oliebollen en op nieuwjaarsdag de Oud-Jong wedstrijd op AAC Rugby. En we hebben de vakantie naar Spanje in maart al gepland. Dus aanleidingen genoeg om niet in het zompige nieuws van alledag te verzanden. Maar hoe kijken we straks terug op deze tijd; we voelen het ongemak, maar wat doen we eraan?
Eerst maar even lopen in de Pijp.
Heb allen een fijn oude en een goed begin van het nieuwe jaar.
Leo
Amsterdam, 27 december 2023
https://www.youtube.com/watch?v=1sikebA36qI
Memo aan Leo 15, 11 januari 2024
Waar geschreven wordt is een weg. Een weg naar buiten door de gedachten in woorden te rijgen tot zinnen waarvan ik later denk, waar komt dat vandaan? Omdat ik nu druk bezig ben met het maken van websites merk ik dat het andersom ook opgaat. Als de gedachten stokken omdat ik steeds denk aan oplossingen voor de websites werpt dat een blokkade op om te schrijven. Of is het gewoon een slap excuus om niet met dat bezig te zijn wat me toch als talent mee is gegeven; schrijven. Doe ik wel genoeg met dat wat me gegeven is. Ik schrijf en als ik door de archieven scrol nu ik bezig ben weer een website in te richten, dan verbaas ik me erover hoeveel ik geschreven heb. En ook de kwaliteit staat me niet tegen. Maar het echt gebruiken om het te verheffen, het los te maken van het alledaagse, om er, zeg maar, kunst van te maken, dat is me de pijn niet waard. Dat heeft te maken met mijn instelling om de makkelijke weg te zoeken. Zo te manoeuvreren dat lijden dat uit het leven voortkomt omzeild wordt.
Met rugby had ik dezelfde instelling. Dat realiseerde ik me afgelopen zaterdag weer toen er een bijeenkomst van oud-internationals was. Ik heb zo’n tien officiële interlands gespeeld en daarom heen heel wat oefenwedstrijden, maar nooit een echt vaste kracht geweest. Terwijl ik van mijn negentiende tot mijn drieëndertigste op het hoogste niveau een belangrijke speler was. Maar ik ging niet elke wedstrijd tot het uiterste. Een paar keer per jaar had ik uitschieters die in competitiewedstrijden echt het verschil maakten. Alleen met de rugby-variant seven-a-side in toernooivorm aan het einde van het seizoen, was ik in topvorm en wonnen we bijna elk jaar.
Toen ik afgelopen zaterdag die andere oud-internationals zag, dacht ik wel; die had ik eigenlijk elke wedstrijd, net zoals met sevens rugby, in mijn zak moeten hebben. Ik was gewoon een betere rugbyer maar die dominantie heb ik nooit afgedwongen. Heb ik daar spijt van? Daar kijken we het paard weer in zijn kont. Wij hadden alleen voor Oranje een kootsj, zo schreven we dat toen alternatief als we waren, en daar kon ik niet goed mee. Als ik op clubniveau, daar hadden we geen coach, weer boven alles uitstak, kon hij niet om me heen. Maar dan zakte ik na een paar wedstrijden in Oranje toch weer naar het niveau van het moet me niet te veel pijn doen. No pain, no glory.
In mijn hoofd nu af en toe pijn omdat ik die websites aan het maken ben. Eén voor het studentenhuis waaruit mijn leven na 1970 is ontsproten. Daartoe experimenteer ik met een website voor mijn eigen schrijfsels. Gelukkig is Marije voorhanden om af en toe een onmogelijk lijkend probleem met een klikje op de juiste plaats op te lossen. De website voor het studentenhuis is alleen voor die bewoners toegankelijk, maar de website voor ‘me eige’ is open voor iedereen. Kijk maar hoe ik daarmee worstel en af en toe boven kom:
https://sites.google.com/view/test-leobogers-nl/homepage
Daarin ook een link van de podcast ‘De schoonheid van het theater’ waarvoor ik geïnterviewd ben in mijn hoedanigheid als bezoeker.
Leuke podcast:
In onze honger naar mooi theater waren we gisteren naar de bewerking van ‘De avond is ongemak’. Mooie en spannende bewerking. Maar Irma had toch wel het idee dat ze deze voorstelling liever niet had gezien, om dezelfde reden waarom ze het boek niet heeft uitgelezen. En dat wil wel wat zeggen, want ze is niet snel van haar stuk gebracht.
Verder staat er weer veel leuks op het programma. Vrijdag voorstelling over ons koloniale verleden, ‘Dit is van ons’. In een leuk theater, Podium Mozaïek in Oud-West. Mijn lagere school buurt, de Bos en Lommer. Zaterdag met Marije opera Agrippina. Straks een wandeling met twee personen langs de Zuidelijke Grachtengordel. Kortom, weer veel afleiding. En daarnaast blijf ik pielen aan de websites, dus weer geen ruimte om serieus te schrijven. Het zij zo. Zo is mijn leven.
Heb het goed en doe voorzichtig op het ijs. (Daar ging de voorstelling gisteren ook voor een deel over).
Leo
Amsterdam, 11 januari 2024
Memo aan Leo 16, 14 maart 2024
Het lijkt op een dip. Writersblock? Onzin. Schrijven is geen wachten op ingeblazen inspiratie. Schrijven is gaan zitten en de vingers op het toetsenbord het werk laten doen. Als je gaat zitten, dan stroomt het wel. Of het de moeite van het lezen waard is, dat is een heel ander verhaal. En er is altijd wel iets om te verwoorden. Schrijven is communiceren. Het schrijven van dit memo is communiceren over private zaken. En daar kwam het even niet van. Heel lang niet van. Niet dat er niet geschreven is. Voor een rugbymaat een mailing voor een plan om een team in ons Amsterdam 7’s te sponsoren. Voor Stadsherstel de Vriendenwandeling 2024 die van de Hallen tot de Oudezijds Armsteeg langs 70 panden loopt. Dat doe ik niet alleen, maar coördineer wel het geheel binnen een groep van zes mee schrijvende gidsen. En daar heb ik ook de opmaak van 42 pagina's voor gedaan. En tussendoor organiseren we met een groep van het oude Singelhuis elk jaar een reünie waar we maandelijks voor bijeenkomen in café Scheltema. Daar hou ik ook de website voor bij. Ja, ja, allemaal randzaken die een excuus zijn om niet te schrijven over private zaken.
Communiceren van privé zaken, dat is eigenlijk werken aan een dagboek. Dat zijn deze memo’s natuurlijk ook. Niet elke dag, ook niet elke week; ik denk als ik ga tellen dat ze zo ongeveer elke maand iets vertellen over dat wat me bezighoudt. In alle vormen waarin deze memo’s vanaf 2000 zijn verschenen.
Het is nu donderdag. En ik herinner me een uitspraak over dagboeken die ik afgelopen zondag hoorde. In ons favoriete radioprogramma OVT hadden ze het over dagboeken van een adellijke dame in Zeeland. Haar kleindochter probeert de relatie van deze dame met haar dienstmeid te achterhalen. De dagboeken van haar oma helpen daarbij. Het schrijven van dagboeken werd in de oorlog ook gestimuleerd door de overheid. Meer vanuit het oogpunt dat ze dan later oorlogsbewegingen konden achterhalen, maar een expert zei dat dagboeken veel interessanter waren als kijkje in de ziel van de schrijver. Dagboeken helpen mensen bij het vormen en bewust worden van hun identiteit. ’Lief dagboek’ en dan kun je losgaan. In de veronderstelling dat je het niet schrijft voor anderen: ‘For my eyes only’.
Geheim en afgeschermd kun je via woorden je zielenroerselen verwoorden. En in het verwoorden zit de heilzame werking voor de ziel. Ergens woorden aan geven – geschreven of gesproken – helpt de wirwar van gedachten in je hoofd in behapbare banen te leiden. Zo zal Anne Frank nooit gedacht hebben dat haar woorden door miljoenen gelezen zouden worden. Zo ook ging het met de dagboeken van Etty Hillesum. Die schreef ze niet op dat ze door anderen gelezen zouden worden, maar om zelf verder te kunnen met de ondenkbare chaos van het Joodse verhaal in de oorlog. En dat dan tegen de achtergrond van de wederwaardigheden van haar eigen leven en dat van haar familie. Ik ben nog niet toegekomen om te kijken naar de huidige serie De Joodse Raad waar Etty ook voor gewerkt heeft tot ze afgevoerd werd naar de vernietigingskampen. Ze ging vrijwillig met haar familie mee terwijl ze sterke vermoedens moet hebben gehad van het ondenkbare. Het Joodse verhaal dat nu weer zo gewelddadig en onoplosbaar opspeelt. Ik ga nu ook maar niet in op de opkomende polarisatie die ook rond de opening van het Holocaust museum weer zo slachtofferonterend manifest werd.
Ik schrijf geen dagboeken. Ik schrijf om me tot anderen te verhouden, niet om mijn diepe roerselen te begrijpen. Die heb ik misschien ook helemaal niet. In ieder geval heb ik niet de guts om af te dalen in donkere spelonken. De omstandigheden zijn er ook niet naar. Het leven kabbelt rustig door. Komt het er nog een keer van? Zal ik in een ‘vernietigende’ situatie terechtkomen waarin ik me alleen door te schrijven houvast kan geven? Ik hoop het niet. Vader Toon schreef een boek over een personage in de oorlog ‘De Opportunist’ noemde hij het. Hij zal er indringende belevenissen van zijn tijd in Maagdenburg in verwerkt hebben, maar het beklijfde niet echt. Als hij er een persoonlijk verslag van had gemaakt met af en toe een duik in het diepe, dan was het een waardevol tijdsdocument geworden. Nu bleef het bij een poging een roman te schrijven.
Jullie moeten het bij mij dus ook maar doen met op het persoonlijke gebied oppervlakkige beschouwingen. Ik ga echt niet blootleggen waar ik in het diepst van mijn gedachten mee bezig ben. Omdat ik daar sowieso niet bij kan komen en ook niet omdat ik dat gewoon niet zou trekken.
Dus schrijf ik maar over het feit dat ik een heerlijk boek van Paul Auster heb gelezen met heerlijke gedachten. Hij beschrijft ouderdom als een gebied van de afnemende meeropbrengst. En stelt dan dat je niet weet waar dat eindigt als je het eenmaal betreden hebt. Bevindt je je in een fase van je leven waarin je amper nog weet waar je bent en je jezelf in het heden niet meer bij kunt sloffen; dan is het gebeurd, stelt Paul Auster in Baumgartner.
En ik vertel dat we gisteren een heerlijk Lady en Lord Macbeth hebben gezien. Een geweldige bewerking van Tom Lanoye. Bijna net zo goed als zijn bewerking van alle Shakespeare drama’s tot het driedelige meesterwerk Ten Oorlog. We zagen Julie en De Wetten van ITA, twee mooie voorstellingen. De eerste kwam lekker binnen, de tweede bleef wat afstandelijker. We zien zoveel dat ik het in dit memo niet goed bij kan houden. Zeker niet als ik zo onregelmatig van me laat horen.
Dat ik niet van me laat horen knaagt omdat ik dan ook geen contact heb met de vriend in Den Haag. Hij zakt steeds verder weg in zijn Parkinson. Kan ook niet meer naar de reünie van het Singel komen omdat dat te veel prikkels zijn. Nu hoort hij weer even van me, maar het voelt toch een beetje als in de steek laten. Maak te weinig ruimte vrij om hem op te zoeken. Of om één-op-één met hem te schrijven. Een vriendin kreeg een slechte uitslag van haar drie maandelijkse scan. Gaat weer de molen in. Bij haar kan ik gelukkig op de e-bike, die nu trouwens stuk is, maar dit terzijde, stappen en even live gevoelens overbrengen. Bij haar kan ik gelukkig op de e-bike, die nu trouwens stuk is, maar dit terzijde, stappen en even live gevoelens overbrengen.
Het live steun geven aan Irma is makkelijker omdat ze er gewoon elke dag is. Ze raakte een paar weken geleden behoorlijk in paniek omdat ze wankel en suizerig in haar hoofd werd. Ze had daar altijd wel last van en dacht dat het door een vertroebeling van een deel van haar hoornvlies komt, maar de oogarts zegt dat het gedoe in haar hoofd niet van haar ogen kan komen. Een prettig consult bij de huisarts nam veel onrust over mogelijke neuro-aandoeningen weg. De optelsom van ouder worden, het troebele zicht en de bijwerking van de medicijnen die ze krijgt om de bloedkanker - een genmutatie die de aanmaak van rode bloedlichaampjes versnelt - te neutraliseren, zou weleens de oorzaak kunnen zijn. Irm behoorlijk gerustgesteld en heeft nu met de oncoloog van OLVG afgesproken dat ze de medicatie dosis minder strak maakt. Zes weken de dosering van Hydroxycarbamide en de plaspillen halveren dan weer kijken wat het doet met haar hoofd en de bloedwaarden, die nu steeds heel goed zijn. Gerustgesteld gaan we op vakantie naar Spanje. Irma en Marije gaan maandag met de trein naar Barcelona en dan donderdag naar Madrid. Ik ga zaterdag al met 9 golfers naar Marbella en voeg me donderdag na drie golf rondjes bij hen in Madrid. Daar zijn we 5 dagen en dan gaan Irm en ik door naar Sevilla en vliegen Goede Vrijdag terug terwijl Marije nog twee weken naar Granada en Malaga gaat.
U ziet het, het leven is vervuld van een ondragelijke lichtheid, dus wie verwacht van mijn zwaarmoedige overpeinzingen bij de centrale verwarming. Nu inflight koffertje pakken. Zuinig pakken, want kan maar 10 kilo mee in de cabine. Morgen even naar Jisp waar we echt veel te lang niet geweest zijn. Pas met Pasen, ontbijt op eerste Paasdag, zullen we er weer neer strijken. Nu schijnt de zon maar morgen wordt het weer herfst.
Tot na de Paas.
Dikke zoenen.
Leo
Amsterdam, 14 maart 2024