Ik had het in mijn vorige blog al over school. Nou, dat is best nog wel een dingetje. Ik ga weer naar school, hoe lang is dat wel niet geleden? En dan direct zo’n grote klas. We zijn met dertig begonnen maar inmiddels zijn het er helaas een paar minder. Dus, hoe gaat dat nou, zo’n schooldag?
De eerste keren waren voor mij erg chaotisch. Allemaal nieuwe dingen, inloggegevens die nog niet bij de hele klas werken, boeken online bestellen, digitale bibliotheek app, grote lange gangen, allemaal nieuwe gezichten, noem het maar op. En dan ook nog de eerste oefenopdracht. Gelukkig had daarvan de hele klas het gevoel van wat is dat, hoe moet dat, hoe, wat, waarom. Onze docente pakte die vragen gelukkig goed op, zodat we met elkaar als klas de antwoorden vonden op die vragen. Want dat komt er ook nog eens bij: we moeten wel dingen leren, maar wat wij als klas aan vragen hebben telt ook heel zwaar mee.
Neem nou de praktijkles steunkousen. Veel mensen deden dat al in de praktijk, anderen nog niet. Het leek daarom logisch om de uitleg alleen te geven aan de mensen, waaronder ik, die nog geen steunkousen hadden aangedaan. Maar uit het deel van mensen met ervaring kwam heel duidelijk de vraag: ik doe het wel en het lukt ook wel, maar ik weet niet hoe het officieel moet, volgens de regels, dus doe het alsjeblieft voor. Wel fijn dat die mogelijkheid er dan is, dus de eerste uitleg van een nieuw praktijkonderdeel wordt nu eerst klassikaal gegeven. En daarna mogen we op elkaar oefenen. Dus ik heb medestudent een steunkous aangetrokken en zij bij mij. Wat zit dat ding strak!! Ik snap nu waarom sommige bewoners het aanmeten van steunkousen zo lang mogelijk uitstellen tot ze echt niet anders kunnen.
Of iemand helpen met eten. Ja, zoals je een baby voert. Soms is dat nodig. In de praktijkles kreeg je een blinddoek voor en moest je op de handen gaan zitten, zodat een medestudent je van eten of drinken kon voorzien. Nou had de praktijkdocent vla meegenomen om te voeren, maar dat eet ik niet. Ik kwam er dus relatief makkelijk van af. Bekertje water met een rietje erin. Een raar gevoel, als je niet mag meehelpen en het over je heen moet laten komen. Niet het water uit het bekertje over je kleren heen laten komen, maar gewoon hulpeloos op een stoel zitten en je laten voeren. Sommige bewoners ploeteren zelf heel lang op hun eten, maar dan doen ze het wel zelf. Ik snap nu een heel klein beetje waarom.
De klas zelf is heel divers. Omdat het zij-instroom is, heeft bijna iedereen al gewerkt. In het toerisme, als secretaresse, administratief medewerker of als vertegenwoordiger. Bij sommigen speelt ook een lange tijd van werkloosheid of bijstand mee en hebben mensen van het UWV deze kans gekregen. Maar ook een enkele helpende die verder wil leren of mensen die ooit begonnen waren met deze opleiding die nu weer verder gaan. Dus met zorg-ervaring en zonder zorgervaring, van mijn leeftijd maar ook twintigers. Dat is echt wat je noemt een gemêleerd gezelschap. En denk niet dat volwassenen braaf en stil naar de juf luisteren, het is soms net een kippenhok. Ik leer een aantal mensen nu wat beter kennen, het hoe en wat van het onderwijs begint een beetje duidelijk te worden, dus het wordt steeds beter in de klas. Erg leuk is dat er tijd is om ervaringen met elkaar uit te wisselen. Conclusie: even wennen, maar de klas is prima.