Ik ben in juni verhuisd naar een andere locatie. Dat moet zo af en toe voor de opleiding. Van een afdeling met reguliere zorg, dus mensen met voornamelijk lichamelijke klachten, zit ik nu op een verpleegunit. Ja, zo’n afdeling met pincodes op elke deur. Je komt er niet in of uit als je de pincode niet weet.
De eerste ochtend dat ik daar kwam voelde ik me dan ook een beetje opgesloten. De voordeur kreeg ik wel open door op de bel te drukken. Maar daarna kwam ik in een ruimte met vier gesloten deuren. Twee woonkamers, een lift en de trapopgang. O wacht, de deur naar de trapopgang zat niet goed dicht. Dus een verdieping omhoog gelopen. Denk je echt dat dat werkt? Bovenaan zit nog een deur en die zat wel goed op slot. Ik voelde me dus echt een beetje verloren. Nog geen telefoonnummers van de nieuwe collega’s en zo vroeg op de ochtend, voor 07.00 uur, is de coordinator ook nog niet aanwezig.
Gelukkig had mijn collega boven het na een paar minuten door. De lift maakte geluid en mijn collega kwam naar beneden: "ik dacht al, dat komt niet helemaal goed". Ik kon niets anders dan opbiechten: "Nee, ik heb de code niet onthouden van mijn kennismakingsgesprek". Tsja, dat kan gebeuren. Eind goed, al goed. Tijd om kennis te maken met mijn huiskamer. Hier wonen acht dementerende mensen. Allemaal verschillend, zowel qua karakter als qua type dementie. Geen mens is hetzelfde, dementerend of niet.
Wat me van de eerste dag vooral is bijgebleven? Meerdere dingen. Het gezamelijke broodeten tussen de middag. Het personeel eet tegelijk met de bewoners, we hebben geen lunchpauze (scheelt ook een half uur in je werktijd ;)) Gezellig een praatje maken en ondertussen voor iemand een broodje smeren. Tussendoor je eigen broodje opeten. Het is gewoon werken.
Maar ook de onrust krijg ik niet uit mijn hoofd: Wat doe ik hier, waarom ben ik hier, ben ik gek, ik ben mijn geheugen kwijt, wat moet ik doen, hoe gaat het hier eigenlijk. Of bewoners die onrustig heen en weer lopen, op elkaar reageren, boos worden. Heel heftig, die onrust en interactie. De bewoner die kwijlt door medicatie wordt door anderen uitgescholden voor viezerd. De bewoner die rustig zit kan zomaar heel boos worden om een schuivende stoel, of om niks.
Gelukkig is er ook heel veel fijns. De bewoner die je gerust kunt stellen. De bewoner die vraagt of je nog wel tijd hebt om van het mooie weer te genieten. Bewoners die grapjes maken, die je meehelpen met de plantjes water geven.
Kortom, genoeg om over te bloggen de komende tijd.