ABOUT
ABOUT
I studied Monumental Arts at the Royal Academy of Fine Arts in Antwerp. Textile arts or more broadly, ‘art with flexible materials’ was part of the programme. I have always been fascinated with the concept time and transience, or its transformation process and the new thing which results from it. Materials can change appearance through time and take on a different connotation. A piece of corroded metal is different from the robust object it once was. Cloth can be luxurious and at the same time worn out. There is a story there, it has lived and a fragility has been added.
After my studies in 1998, I met Estelle Verhaegen, a teacher of Contemporary lace. She convinced me to learn how to make lace. I soon became intrigued by the game of the threads, the chaos through which structure emerges, the meditation in the action, the sea of possibilities offered by the technique and the history linked. Also, in lace I saw the perfect metaphor for the empty spaces which develop through time. Think of the skeleton of a leaf, which looks like a delicate piece of lace.
Lacemaking allows me to represent fragility.
I look on lace as a drawing without a carrier. No paper for a basis, only the lines and surfaces. In the same way as the term ‘punto in aria’ refers to stitches without a carrier, I see lace as ‘lines drawn in the air’.
What is more, lace allows playing with shadow by leaving space between different layers. The elusive shadow becomes a part of the work.
Tijdens mijn opleiding Monumentale Kunst aan de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten in Antwerpen kwam ik in contact met textielkunst of ruimer opgevat, “kunst met flexibele materialen.
Ik ben altijd gefascineerd geweest door het concept tijd en vergankelijkheid of het transformatieproces dat hiermee samenhangt en het nieuwe dat daaruit voortkomt. Materialen kunnen door het verstrijken van de tijd van uitzicht veranderen,
waardoor ze een heel andere gevoelswaarde krijgen. Zo is metaal dat aangetast is door corrosie anders dan het robuuste object dat het eerst was. Textiel kan weelderig of luxueus zijn, maar ook tot op de draad versleten. Hierdoor krijgt het voor mij juist meer betekenis. Er hangt een verhaal aan vast, het heeft ‘geleefd’ en krijgt hierdoor ook iets kwetsbaars. Na mijn studies Monumentale Kunst kwam ik in contact met Estelle Verhaegen, docente Hedendaagse kant. Zij overtuigde me om te leren kantklossen. Al snel raakte ik gefascineerd door het spel van draden, de chaos waarin structuur tevoorschijn komt, het meditatieve van het kantklossen, de zee van mogelijkheden die de techniek biedt, de geschiedenis die eraan vasthangt. Bovendien zag ik in kant de perfecte metafoor voor vergankelijkheid. Denk aan het geraamte van een blad, dat eruitziet als een fijn kantwerkje. Het maken van kant geeft me de mogelijkheid om een bepaalde fragiliteit weer te geven. Voor mij is
kant als een tekening zonder drager. Geen papier als ondergrond, enkel de lijnen en vlakken. Zoals de benaming “punto in aria” verwijst naar de steken die bestaan zonder drager, zo zie ik kant als “tekenlijnen in de lucht”. Bovendien biedt kant ook de mogelijkheid om te spelen met schaduw, met ruimte tussen de verschillende lagen. De ongrijpbare schaduw gaat vaak deel uitmaken van mijn werk.
Lieve Smets
° 1976, Leuven (Belgium)
Lives and works in Rillaar
Education: Master Fine Arts option Monumental Art – Royal Academy of Fine Arts Antwerp
Teacher lace - Hagelandse Academie voor Beeldende Kunst