2.1) Hardware
2.1.1) De docent toont aan diverse hardware te kunnen benoemen, aansluiten en bedienen
Naast het gebruik van mijn computer, gebruik ik chromebook, laptop en mobiele telefoon dagelijks. Ook voor het installeren van een moederbord, een harde schijf, of RAM geheugen draai ik mijn hand niet om. Het aansluiten van een beamer kan soms problemen geven, maar met de functietoets en F-knop is veel op te lossen. Een digibord moet vaak als uitgebreid beeldscherm worden gekloond. Bij internetstoringen is de eerste oplossing: klik de utp-kabel in een andere beschikbare poort. Een firewall zorgt voor een extra beveiliging met betrekking tot veilig internetgebruik, maar kan bij stroomstoringen het internet geheel blokkeren. Een server koppelt alle computers in een netwerk. Deze koppelingen zijn te beheren vanuit een zogenaamde patchkast. In 2016 kreeg ik een 3D-printer in de klas. We hebben de printer destijds helemaal zelf in elkaar gezet. Dit ging niet zonder slag of stoot. Toen hij eenmaal klaar was heb ik samen met de kinderen uren aan ontwerp en printen besteed. Ook voor mijn band heb ik destijds een leuke kam ontworpen (zie plaatje hiernaast)
2.2) Software
2.2.1) De docent toont aan over algemene kennis van ICT te beschikken en de vaardigheden ten aanzien van bestandsbeheer te beheersen.
In 2002 deed ik mee aan het Europees Digitaal Rijbewijs. Dit rijbewijs omvatte allerlei competenties ten aanzien van het computergebruik, zoals: Kennis van het Windows besturingssysteem, Kennis van bestandsbeheer en het gebruik van programma's als MS-Word en MS-Excel. Door de jaren heen kwam ik in aanraking met verschillende soorten software. Op school kwamen de educatieve programma's natuurlijk voorbij en thuis hield ik me bezig met foto bewerken en downloaden van muziek en films. In de weekenden ben ik vaak op pad met mijn band en om live te kunnen opnemen gebruik ik het programma Magix.
Veel software is op dezelfde manier ingedeeld. Je begrijpt dus vrij snel hoe een programma werkt. Dat neemt niet weg dat er veelal uren oefening zit om een programma optimaal te kunnen gebruiken. Hier ligt ook het gevaar voor verslaving. Toen ik de eerste computer games ontdekte, raakte ik enigszins verslaafd. Gelukkig voor mij waren het spellen die na 25 levels waren uitgespeeld en kickte ik vanzelf af. Tegenwoordig zijn de spellen oneindig en ik besef dat tieners gevaar lopen om zwaar verslaafd te geraken aan gamen. Ikzelf game nu bijna nooit meer.
2.2.2) De docent toont aan dat hij de vaardigheden beheerst om met software effectieve samenwerking en communicatie tot stand te brengen.
Tegenwoordig gaat bij ons bijna alles via mail en google docs. Incidenteel zit er nog wel eens iets in je fysieke postvak, maar dat is op één hand te tellen. Dit is een groot gebruikersgemak. Toch is hierbij een kanttekening te plaatsen. Er wordt erg veel gebruik gemaakt van het internet. Dit geliefde internet is niet altijd betrouwbaar. Hierbij valt te denken aan het wegvallen van de verbinding, hacking, virussen en natuurlijk ransomware. Ook vind ik het persoonlijk niet fijn dat er ergens in de organisatie iemand rondloopt die zich "Administrator" noemt en bij alle files kan. Alles klakkeloos delen is dus voor mij geen optie. Toch kan online delen een grote meerwaarde zijn voor je werk. In "Attitude" gaf ik als voorbeeld Microsoft Teams. Dit platform is uitermate geschikt voor het delen van werk en voor thuis werken.
2.2.3) De docent toont aan dat hij kan omgaan met standaard kantoortoepassingen: tekstverwerkers, spreadsheetprogramma’s en presentatiesoftware.
Eerder noemde ik al zaken als MS-Word en MS-Excel. Deze programma's gebruik ik dagelijks. Daarnaast maak ik al jaren gebruik van MS-Powerpoint. Een fijn programma waar weinig ervaring voor nodig is om het optimaal te gebruiken. Door de jaren heen zijn er natuurlijk veel alternatieven op de markt gekomen, zoals Prezi en Lesson up. Dit zijn programma's die doorgaans meer opties hebben dan Powerpoint. Toch is de gebruiksvriendelijkheid van deze programma's minder goed. Je krijgt minder opties als je niet wilt betalen, of lid wilt worden en je wordt constant lastig gevallen met mail en enquêtes. Ook krijg je door het web based karakter niet echt grip op je bestanden. Met de tijd meegaan is een goede insteek, maar programma's die prima voldoen, kun je heel goed gebruiken, ook in de toekomst!
2.2.4) De docent toont aan dat hij een presentatie kan ondersteunen door gebruik te maken van software en hardware.
Door de jaren heen heb ik vele Powerpoints gemaakt die ik vooral bij instructielessen gebruik. Ook hier is een gouden regel boven komen drijven: "Gebruik niet meer dan 10 dia's per les!" Leerlingen hebben bij LAKS al jaren geleden aangegeven dat ze afdwalen met die lange saaie presentaties. Natuurlijk is het afhankelijk van wat de inhoud van de dia's is, maar ervaring heeft mij geleerd dat 10 dia's voldoende moet zijn. De docent moet dus beknopte dia's maken die door middel van kleuren, plaatjes en bewegingen de aandacht trekken van de leerlingen; een aardige uitdaging!
Tijdens de lessen gebruik ik de standaard hardware (desktop en digibord). Soms komt het voor dat er een presentatie moet worden gegeven aan een groter publiek. Dan wordt er ook gebruik gemaakt van een beamer.
2.2.3 Deze plaatjes heb ik gemaakt met een fotobewerkprogramma uit de jaren '90.
2.2.5) De docent toont aan dat hij kan werken met de elektronische leeromgeving, portfoliosoftware, (leerling gerelateerde) administratieve systemen van de school.
De school waar ik nu werk maakt gebruik van het leerlingvolgsysteem 'Magister'. In dit systeem houden we o.a absentie, logboeken, cijferadministratie en de agenda bij. Het is ook mogelijk om via dit systeem huiswerk en/of toetsen op te geven. Daarnaast kunnen we berichten sturen naar leerlingen en gebruik maken van de ELO. In het verleden heb ik ook veel gewerkt met LVS en Parnassys.
2.2.6) De docent toont aan dat hij educatieve software, serious games en mobiele apps kan inzetten.
Al jaren maak ik gebruik van educatieve software tijdens mijn lessen. In het begin waren deze programma's een toevoeging op de methode. Tegenwoordig is de software meer onderdeel, of zelfs vervanging van de methode geworden. Toen er meer behoefte ontstond voor formatief toetsen, ben ik rond gaan kijken bij collega's en het internet. Dit mondde uit tot het gebruik van Kahoot en Socrative, twee gemakkelijk te gebruiken games die een leuke toevoeging op je les kunnen bieden. Vanaf volgend jaar gaan we werken met Quayn. Ik weet inmiddels hoe het programma werkt, maar heb nog niet de tijd gehad om me er in te verdiepen. Ik weet zeker dat dit een succes gaat worden, daar we Quayn ook al gebruiken tijdens toetsen op de NHL.
2.2.7) De docent toont aan dat hij foto’s, video’s en audio digitaal kan maken, bewerken/converteren, publiceren en delen.
Eind jaren '90 kreeg ik mijn eerste scanner. Dit was een feestje en heb vele uren gescand en foto's bewerkt. Later wees mijn broer me op IrfanView. Met dit programma maak ik tegenwoordig transparante gifjes die weer goed te gebruiken zijn in mijn Powerpoints. Als cartoonist maak ik veel gebruik van een oud bewerkingsprogramma (Iphoto Plus) om mijn tekeningen te digitaliseren. Eerst scande ik mijn tekeningen in, maar dat duurde vrij lang. Al geruime tijd maak ik een foto en bewerk de foto tot een prachtige plaat. (zie bovenstaand plaatje). Op audio gebied ben ik zeer actief met het programma Magix. Ik maak liveopnames vanuit het mengpaneel met mijn laptop, die ik dan later weer bewerk op de computer. Soms maak ik opnames met een oude cassetterecorder (omdat die kleiner zijn qua omvang), maar dan moet ik een extra opname maken achter mijn computer. Ik maak ook regelmatig opnames met mijn fototoestel of mobiel tijdens een optreden. Zingen en filmen gaat dan tegelijkertijd. Als de opname acceptabel is upload ik ze naar Youtube onder mijn pseudoniem (zie Youtube voorbeeld hiernaast)
2.2.8) De docent toont aan dat hij kan werken met digitale toetssystemen.
Toen ik werkzaam was in Groep 8 maakte ik gebruik van de digitale cito-eindtoets. Later kwamen er meer digitale toetsen op de markt en stapten we destijds over naar de IEP-eindtoetsen. Op mijn huidige school is digitaal toetsen geen vast gegeven. Toch maak ik graag gebruik van de digitale methode toetsen, Socrative en soms zelfs Kahoot. In de toekomst zal daar Quayn bijkomen.
2.3) Storingen
2.3.1) De docent is in staat om kleine storingen zelf te benoemen en/of te verhelpen.
Ik los in principe alle kleine storingen zelf op en help collega's waar nodig. Ik vraag eigenlijk nooit hulp van de ICT-afdeling op school. Het afgelopen schooljaar ben ik welgeteld 1x bij hem binnen gelopen, omdat mijn wachtwoord niet werkte en hij de enige is (administrator) die het kon veranderen. De meeste storingen zitten vaak in het gebied van: herstarten van het systeem, kabels nalopen, bord kalibreren, instellingen, of 'vinkjes' uit-/aanzetten, etc. (geen spannende zaken)
Wanneer een leerling echter een groot probleem heeft aan zijn chromebook kijk ik eerst zelf. Is het niet binnen 5 min. op te lossen, dan stuur ik hem door naar ICT.