Parenteel van Jan Boelens / van Boelens Heerma

I. B o e l e  J a n s z n, reizende landschapsbode a/h College van Gedep. Staten van Friesland (1592-1612), overl. Leeuwarden 30-01-1615; vader van Pietrick, Joannes (volgt bij II) en Thijs, (1) tr. met Hiltje Mathijs.

II. Jan van Boelens Heerma, won. te Noordhorn, reizende diender te Groningen (1628), (weduwnr. van Tziets Auckes, overl. voor 19-07-1617), (1) tr. Leeuwarden 06-08-1617 met Engeltje Jacobs (weduwe van Sipke Wybes, schuijtemacker, begr. Leeuwarden 10-03-1614 en van Johan de Marées?). Verzocht Gerard Heinsius te benoemen, met de aangehuwelijkte oom Gerrit Jans van de verzoekers, tot curator, tutor en toeziend voogd over de kinderen (zie III.b), die echter de beëdiging aanvankelijk weigerde. Op 27-10-1617 de inventarisatie van het bezit van wijlen Sipcke Wijbes, op verzoek van Gerrijt Jans en Gerard Heinsius, op aangeven van de beëdigde weduwe Engel Jacobs. Bij de vastigheden een woning met erf op Oldegaleijen gelegen bij de schuitenmaker en scheepstimmerman: Joris Jans en Jacob Jacobs [x1 Sjuw Martens, x2 Antje Jans]. Onder de (in- en uit-) schulden posten van o.a.: Titus Lieuwes [Bossenius], Phoppe Sapes, Rincke Robijns, Joris Jans, Lieuwe Jeronimus en Metcke Sipkes [wed. Rommert v. Uylenburch?]. De genoemde koopbrief uit 1606 heeft een koopsom van 245 goudguldens, t.n.v. Tiedt Alonso [Legentil?] met Jetske Sipkes en Sipke Wijbes met Engel Jacobs, op het huis gelegen omtrent Taede Sioerdts. In het register 1606 werd Sipke Wybes te Oldegaleijen nog aangeslagen op nr. 9. In 1619 verkopen Sipke Wybes en Engel Jacobs 2 kamers aaneen, gelegen bij Sicke Hans en Willem Simons de Wilde, aan Suijrdt Wybes en Wopckje Sydses te Lekkum, bij notaris Mathias Everardi op een akte dd. 17-3-1613. In 1619 verkopen Jan Boelens en Engel het huis aan Duco Gerrits [Coultier]; de opgegeven akte werd echter teruggevonden op nr.3623. In 1619 koopt curator Gerrit Jans hun huis gelegen aan de Eewal, hebbende de Opvaart ten zuiden en Gooijtzen Reilofs ten noorden, van Duco Gerrits [Coultier] en Bauck Andries (zr. van Wybe en Trijn), middels het niaarrecht dat Gerard Heinsius, de naastligger, inroept voor de (halfwees)kinderen, voor een koopsom van 332 goudguldens.

Kinderen:

III.a. Jacob Jans van Boelens Heerma, zn. van Jan en Engeltje Jacobs, geb. ca. 1620, vaandrig in de Compagnie van kapitein Jkr. Ruurd van Feytsma, garnizoen houdende binnen Schenckenschans (1643; 1648, 1649, zie hierna), (1) tr. Leeuwarden 02-07-1642 met Imckje Gabriëls van Keimpema, ged. Leeuwarden 09-09-1621, dr. van Gabriël van Keimpema, gezworen klerk ter Griffie a/h Hof van Friesland, en van Anna van Beyma, (zie Stambk.). Verkochten een huis in de Bollemanssteeg bij de weduwe van w: Meinte Eilaerdts bewoond (fol.128-) bij notaris Dr. Ruardus Bantert (1648) en verkochten nogmaals een huis aldaar omtrent de Lat. school (fol.96-), voor 805 ggl, bij notaris Tacitus Ipkema (1649). 

IV.a. Engeltje Jacobs van Boelens, ged. Leeuwarden 14-05-1643.

III.b. Bauckje Sipkes van Wybets, dr. van Sipke en Engeltje Jacobs?, zuster van Jetze en Wybe, halfzuster van Jacob, geb. Leeuwarden ca. 1601. Stammoeder fam. van der Leth. Zie verder bij Parenteel Van der Leth.