Parenteel van Simon van der Leth
I. S i m o n v a n d e r L e t h, van Rijnsburg bij Leiden.
II. Adriaen Simons van der Leth d' Riniaborch, van Leiden, (1) tr. Leeuwarden 23-02-1599 met Jantien Alberts, van Kuinre. Met Gerard Heinsius beschreven in een buitengewoon pleidooi tussen Buwe Taeckes en Arriën Simons, onder de klokslag van Lekkum, m.b.t. de huisinge bij Sicco van Camminga (1613). Op de Rechtsdag 10-07-1620 accuseert Willem Pieters, adelborst onder hopman Jan Fransz van Stellingwerff, de gardenier Ariën Simons, i.v.m. de juridische contumacie (Recesb., fol.150). Op 01-03-1632, in het sterfhuis, de inventarisatie van het bezit (fol.230-), door pres.-burgemr. Dr. Johan van Beyma en burgmr. Dr. Joannes de Veno, in het sterfhuis van Jantien Alberts, nagelaten weduwe van Ariën Simons, guardenier op Oldegaleijen, t.v.v. Simon Ariënsz. ende Jan Ariënsz., Grietje Ariënsdr. huisvr. van Sipke Thonis [Cnossens], Aeltje Ariënsdr. huisvr. van Jan Jansz. de Olde, ende Antje Ariënsdr. huisvr. van Emit [Emout] Rijx [van Bosse?], allen tesamen de erfgenamen van Jantien Allerts. In de uitbundige opschrijving o.m. goud, zilver, koper en juwelen. Evenals een decreetbrief betreffende land, gelegen op Poppingahuis bij Pieter Wolters [Aerntsma] en Reiner Gerbens, gekocht van Duco Gerrits [Van der Leck, Coltier] (1623); en een quitantie van Jkr. Johan van Heerma en Wytske van Camminga, betreffende pachtland onder de klokslag van Leeuwarden (1622). Verder nog pachtbrieven van Cornelis Sijbema en van Juffr. Buick van Camminga-Aebinga, bij haar man van grietman Keimpe Doema gekocht (1623). Bij de uitschulden o.m.: Hartcke Eepis Jeppema, Hopman Doitse Dirx, Hermannus Rennema, Dr. Sibrandus Hilarius, etc. Bij de vaste goederen: land op Poppingahuis en Oldegaleijen, alsmede de 4 tuinen gelegen op de voormalige Pijlsteechsterdwinger (van Hr. Pieter Waltha in pacht van Hr. Juckema).
III. Simon Arriëns van der Leth, geb. ca. 1600, guardenier, won. onder de klokslag van Leeuwarden, (1) tr. Leeuwarden 15-02-1623 met Bauckje Sipkes van Wybesma, geb. Leeuwarden ca. 1601, begr. Huizum 29-08-1656, dr. van Sipke Wybes en Engel Jacobs van Boelens Heerma.
IV. Hiltje Simons van der Leth, geb. ca. 1625, begr. Huizum 22-03-1689, (1) tr. Leeuwarden 27-01-1644 met Jacob Jacobs, burger en koopman binnen Leeuwarden (1649), overl. Leeuwarden 07-12-1657, (2) tr. Leeuwarden 17-10-1657 met Delius Oniae [Unia], notaris publicus te Leeuwarden. Op 07-12-1657 i.v.m. het overlijden van Jacob Jacobs, de aestimatie van het bezit, op verzoek van Arent Gerrijts, mr. brouwer, en Delius Oniae, notaris publicus, op het aangeven van Hiltje van der Leth, moeder van 3 kinderen bij wijlen Jacob Jacobs. Bij de vastigheden een ingebracht huis op de Smallezijde van de Nijestadt. Bij de profijtelijke boekschulden posten van: Jufr. Anskien van Lycklama, Heinsius Drogenham (zie ook Parenteel Drogenham), Coenraed Raerd muntmr., Secr. van der Leij, Jkr. Haringh van Sitiema, Fredrick van Popcama en Ritmeester Nauta. Tenslotte bij de sterfhuislasten: obligaties van 1.000 ggl. bij Rein Gerckes van Rheen, 1.300 ggl. bij Claes Rijcks van Bosse (x1 Fokeltje Jacobs; x2 Geertje van Vierssen, zie Stambk.) en 324 ggl. bij Simon Ariëns van der Leth. De landen op Oldegaleijen, gelegen bij Jufr. Eelckien Kann en Ida van Sickma, van omtrent 14 pondemaat, werden in 1689 voor 195 car.gl. verkocht door Hiltje Simons van der Leth, aan Mr. Outgerus Regneri. NB ondertekend door: Jelbe Tijmens van Oosten (x Bauck van der Leth), Dr. Joannes Winsemius (x Foockel van der Leth), Dr. Sijmon van der Leth, en door Annius Rudolphi, notaris publicus.
V. Dr. Simon Jacobs van der Leth, geb. Leeuwarden 1656, stud. en dr. in de rechten Harderwijk (1681), proefschr. "de Usufructu" (1681), advocaat a/h Hof van Friesland (1681), (1) tr. Leeuwarden 20-10-1694 met Jetske Rinses, van St. Annaparochie. Kinderen: Jacob (1695) en Rintze (1697).
VI. Hiltje Simons van der Leth, geb. ca. 1707, (1) tr. Oenkerk 14-05-1730 met Sippe Harings Holwerda, geb. Oudkerk 1703, zn. van Haring en Wytske Halbertsma, (2) tr. Leeuwarden 23-02-1747 met Hendrick de Raedt, geb. ca. 1710, burger van Leeuwarden, afk. van Soubach in Nassau (1748). Kinderen: Sippe (1738) en Jetze (1747).