Je leert hoe planten en dieren samenleven en hoe planten via fotosynthese energie vastleggen. Dieren gebruiken deze energie door verbranding.
Daarnaast ontdek je hoe voedselketens werken en hoe elk organisme een rol speelt in eten of gegeten worden. Ook leer je hoe organismen en hun leefomgeving elkaar beïnvloeden. Dieren en planten passen zich aan hun omgeving aan, zoals roofdieren met scherpe klauwen of planten met lange wortels voor wateropname.
Tot slot leer je hoe je zelf ecologisch onderzoek doet en de invloed van omgevingsfactoren op de natuur kunt meten. Zo begrijp je beter hoe alles in de natuur samenhangt!
Aan het eind van dit hoofdstuk maak je een praktische opdracht van dit hoofdstuk.