Je kunt vier beenverbindingen onderscheiden.
Je kunt delen van een gewricht benoemen met hun functies.
Je kent twee typen gewrichten en hun functies.
Botten (been) kunnen op verschillende manieren aan elkaar vast zitten;
Vergroeiing
Naadverbinding
Kraakbeenverbinding
Gewricht
Botten (been) kunnen op verschillende manieren aan elkaar vast zitten;
Vergroeiing
De botten zijn aan elkaar vast gegroeid- dit is al zo vanaf het moment dat een organisme ter wereld komt!
het staartbeen
Geen beweging mogelijk
Naadverbinding
De botten zijn aan elkaar gegroeid maar je ziet wel nog een naadje lopen- de botten groeien aan elkaar in de eerste paar jaar van het leven.
de schedelbeenderen
Geen beweging mogelijk
Botten (been) kunnen op verschillende manieren aan elkaar vast zitten;
Kraakbeen
De botten zijn verbonden door een laagje kraakbeen, hierdoor kan er een beetje beweging zijn tussen de botten
De ribben en het borstbeen
Een beetje beweging mogelijk
Botten (been) kunnen op verschillende manieren aan elkaar vast zitten;
Gewricht
De botten liggen in elkaar (kogel en kom), hierdoor kunnen botten goed bewegen en kan jij je lijf bewegen
Het kniegewricht
Veel beweging mogelijk
Gewrichten hebben veel onderdelen.
Het gewricht ligt met de gewrichtskogel in de gewrichtskom
Boven op de kogel en de kom zit een laagje kraakbeen
Tussen het gewricht zit gewrichtssmeer
Om het gewricht zit het gewrichtskapsel, die houdt het bij elkaar.
Om het gewrichtskapsel zitten soms kapselbanden voor extra stevigheid.
Gewrichten zorgen ervoor dat je botten kunnen bewegen, er zijn 3 verschillende soorten gewrichten:
Kogelgewricht
Kan alle kanten op bewegen
de schouder, de heup
Rolgewricht
De botten kunnen om elkaar heen rollen (de maxima)
de pols, de enkel
Scharniergewricht
De botten kunnen op en neer bewegen (zoals een deur)
De elleboog, de vingers, de knie, de tenen