Naamvallen

Vertalingen van de voorzetsels

Uitlegvideo: nach, zu, in als vertaling voor naar

Je leert in welke situaties je 'nach', 'zu' en 'in' gebruikt als vertaling voor het Nederlandse voorzetsel 'naar'.

SC: YGMTH | 10 items | hints

In deze oefening gaat het alleen om de vertaling van het voorzetsel 'naar'. Je vult telkens de juiste vertaling in.

SC: FGN4Q | 10 items | hints

Je oefent niet alleen met de juiste vertaling van het voorzetsel 'naar' maar je bepaalt ook de juiste naamval en vult ook de juiste vormen van het lidwoord, bezittelijk voornaamwoord, bijvoeglijk naamwoord en persoonlijk voornaamwoord in.

SC: CJZQS | 10 items | hints

Je oefent niet alleen met de juiste vertaling van het voorzetsel 'naar' maar je bepaalt ook de juiste naamval en vult ook de juiste vormen van het lidwoord, bezittelijk voornaamwoord, bijvoeglijk naamwoord en persoonlijk voornaamwoord in.

Uitlegvideo: vor of für als vertaling voor voor

Je leert in welke situatie je 'vor' en in welke situatie je 'für' gebruikt als vertaling van het Nederlandse voorzetsel 'voor'.

SC: 6GV4S | 10 items | hints

Je vult telkens alleen de juiste vertaling voor het Nederlandse voorzetsel 'naar' in en kiest daarbij uit 'vor' of 'für'.

SC: ZJZ2T | 10 items | hints

Je vult telkens de juiste vertaling voor het Nederlandse voorzetsel 'voor' in en kiest daarbij uit 'vor' of 'für'. Je bepaalt de juiste naamval en vult de correcte vormen van het lidwoord, bezittelijk voornaamwoord, persoonlijk voornaamwoord en bijvoeglijk naamwoord in.

Uitlegvideo: an of auf als vertaling voor op

Je leert in welke situatie je 'an' en in welke situatie je 'auf' gebruikt als vertaling voor het Nederlandse voorzetsel 'op'.

SC: EGV5H | 10 items | hints

Je vult telkens alleen de juiste vertaling voor het Nederlandse voorzetsel 'op' in en kiest daarbij uit 'auf' of 'an'.

SC: 7JZ3L | 10 items | hints

Je vult telkens de juiste vertaling voor het Nederlandse voorzetsel 'op' in en kiest daarbij uit 'auf' of 'an'. Je bepaalt de juiste naamval en vult de correcte vormen van het lidwoord, bezittelijk voornaamwoord, persoonlijk voornaamwoord en bijvoeglijk naamwoord in.

Uitlegvideo: nach, in of über als vertaling voor over

Je leert in welke situaties je 'nach', 'puber' en 'in' gebruikt als vertaling voor het Nederlandse voorzetsel 'over'

SC: HJZ49 | 10 items | hints

In deze oefening gaat het alleen om de vertaling van het voorzetsel 'over'. Je vult telkens de juiste vertaling in en kiest daarbij uit 'nach', 'in' en 'über'.

SC: 8JZ5H | 10 items | hints

Je vult telkens de juiste vertaling voor het Nederlandse voorzetsel 'over' in en kiest daarbij uit 'nach', 'in' of 'über'. Je bepaalt de juiste naamval en vult de correcte vormen van het lidwoord, bezittelijk voornaamwoord, persoonlijk voornaamwoord en bijvoeglijk naamwoord in.

SC: 4JZ6L | 10 items | hints

Je vult telkens de juiste vertaling voor het Nederlandse voorzetsel 'over' in en kiest daarbij uit 'nach', 'in' of 'über'. Je bepaalt de juiste naamval en vult de correcte vormen van het lidwoord, bezittelijk voornaamwoord, persoonlijk voornaamwoord en bijvoeglijk naamwoord in.

SC: 5JZ7J | 10 items | hints

Je oefent met het kiezen van de juiste vertalingen voor de Nederlandse voorzetsels 'naar', 'op', 'over' en 'voor'. Je bepaalt de juiste naamval en vult de correcte vormen van het lidwoord, bezittelijk voornaamwoord, persoonlijk voornaamwoord en bijvoeglijk naamwoord in.

SC: DJZ89 | 10 items | hints

Je oefent met het kiezen van de juiste vertalingen voor de Nederlandse voorzetsels 'naar', 'op', 'over' en 'voor'. Je bepaalt de juiste naamval en vult de correcte vormen van het lidwoord, bezittelijk voornaamwoord, persoonlijk voornaamwoord en bijvoeglijk naamwoord in.