De smaaksensoren zitten aan de binnenkant van onze mond en op onze tong.
Smaak kan heel bepalend zijn voor een persoon met autisme, in combinatie met geur, kleur en/of textuur.
Hierdoor komt het vaak voor dat een persoon met autisme ook eetproblemen ontwikkelt.
Iets nieuws leren, prikkels verwerken en informatie afleiden uit de omgeving zijn vaak moeilijk bij autisme, allemaal vaardigheden die belangrijk zijn bij het (leren) eten.
Zo herken je overprikkeling :
o beperkte variatie in voedsel
o voorkeur voor zachte smaken
o kokhalzen bij bepaalde smaken, gemakkelijk overgeven
o kieskeurige eters, geen aanstellers
o traag eten of kleine hapjes nemen omwille van overweldigende smaak
o heel snel eten
o Smaak wordt versterkt door een bepaalde geur, kleur en/of textuur.
o Een beetje zout in een gerecht kan smaken als een heel vat zout.
...
Tips bij overprikkeling :
o Geef geen druk om alles te eten of te lusten wanneer dit niet nodig is omwille van gezondheidsredenen.
o Geef tijd voor het verorberen van een maaltijd of snack. Langzaam eten of mindful eten is sowieso beter dan schrokken.
o Geef tijd en laat langzaam drinken.
o Laat alleen proeven wanneer gewenst.
o Maak een bord overzichtelijk, zodat smaken niet door elkaar gemengd worden.
o Pureer het eten.
o Werk samen met bv. diëtisten.
...
Zo herken je onderprikkeling :
o oneetbare dingen eten
o likken aan dingen of dingen in de mond stoppen
o mond volproppen om toch een smaak te waarnemen
o met de handen eten
o met de mond open eten
o pikante of ongewone smaken opzoeken (Soms zijn deze zelfs niet sterk genoeg!)
o een voorkeur hebben voor krakend voedsel
o te weinig beleving van smaak (Dit zorgt ervoor dat er nauwelijks plezier te beleven valt aan eten.)
...
Tips bij onderprikkeling :
o Bied genoeg variatie aan.
o Betrek kinderen bij het koken en laat hen proeven om de smaak gecontroleerd te verbeteren.
o Maak sociale verwachtingen duidelijk.
o kauwgom kauwen
o kauwsieraden ter vervanging van bijvoorbeeld vingers, haren of kledij in de mond stoppen
...
ARFID
Autisme kan gepaard gaan met ARFID: een vermijdende voedselinname stoornis.
Je mijdt dus bepaalde soorten voedsel.
Je wilt bijvoorbeeld bepaald voedsel niet eten door de geur, kleur of smaak, de temperatuur of door hoe het aanvoelt in je mond.