Communicatie evident ... of toch niet ...
Communiceren doen we eigenlijk voortdurend. We wisselen gedachten en boodschappen uit met anderen op talloze manieren. We praten, schrijven, typen, appen, ... We communiceren niet alleen verbaal, maar ook non-verbaal. We gebruiken lichaamstaal, oogcontact, mimiek en gebaren om boodschappen kracht bij te zetten. Hetzelfde doen we met onze stem. We passen onze spreek- of schrijftaal aan de ander aan. We weten dat we op een andere manier praten met een belangrijk persoon dan met onze vrienden. We zijn er ons zelfs meestal niet van bewust, het gebeurt allemaal automatisch.
Voor mensen met autisme is communicatie veel minder evident. Hun autistisch denken zorgt er namelijk voor dat boodschappen anders binnenkomen en dat ze hier ook anders op gaan reageren. We sommen hieronder een aantal zaken op waarmee ze het vaak lastig hebben :
-oogcontact maken
-lichaamstaal begrijpen en gebruiken
-dubbele boodschappen
-humor
-figuurlijk taalgebruik, spreekwoorden, gezegdes, ...
-communicatie en gevoelens
...
Als we willen dat mensen met en zonder autisme elkaar toch begrijpen, moeten we onze communicatie aanpassen. We spreken dan van autismevriendelijke of concrete communicatie. Wat dit precies is en waar we rekening mee kunnen houden, lees je hieronder.
Communiceren we autismevriendelijk?
Benieuwd of je autismevriendelijke communicatie al herkent? Doe hier de test.
Wat is concrete communicatie?
Concrete of autismevriendelijke communicatie is het begrijpelijk maken van mondelinge of schriftelijke boodschappen en bij uitbreiding eigenlijk van de wereld rondom mensen met autisme. Concrete communicatie helpt om basisrust te bereiken en van daaruit nieuwe dingen te leren.
Concrete communicatie betekent kritisch zijn! Ga er niet van uit dat je elkaar begrijpt! Maar wanneer is communicatie dan concreet? Deze vragen uit de AutismeCentraalMethodiek kunnen helpen om je eigen communiceren in vraag te stellen.
Communiceer ik concreet?
Communiceer ik voldoende?
Te weinig informatie = onduidelijk / Te veel informatie = stress
2. Is mijn boodschap expliciet?
Expliciete communicatie maakt duidelijk wat je bedoelt en verwacht. (Zeg wat je doet, doe wat je zegt!)
3. Formuleer ik mijn boodschap op een positieve manier?
Het soms logische en juiste alternatief is voor mensen met autisme niet altijd vanzelfsprekend.
4. Is mijn informatie in de context beschikbaar?
Wat in de ene context wordt geleerd, wordt niet altijd getransfereerd naar een andere.
5. Is mijn communicatie begrijpelijk?
Ken ik het ‘begripsniveau’ van de persoon met autisme?
-sensatieniveau (=herkenbare routines en zintuiglijke ervaringen)
-presentatieniveau (=prikkels vergelijken)
-representatieniveau (=een betekenis koppelen)
-meta-representatieniveau (=meerdere verschillende betekenissen koppelen)
Let op! Tijdens stressmomenten kan het begripsniveau dalen!
6. Welke communicatievormen* gebruik ik?
Visuele, permanente en duidelijke communicatievormen genieten de voorkeur.
Communicatievormen*
-voorwerpen
-afbeeldingen
-geschreven taal
-gebaren
-gesproken taal
Hoe kies ik de juiste communicatievorm?
Welke communicatievorm is visueel? (Dit werkt het best voor mensen met autisme!)
Welke communicatievorm is het langst visueel? (Liefst permanent, in de context!)
Welke communicatievorm is het duidelijkst? (Zo weinig mogelijk verbeelding nodig!)
==> We kiezen dus bij voorkeur een visuele, permanente en duidelijke vorm van communicatie!
Nog enkele aandachtspunten ...
-De antwoorden op de vragen hierboven zijn uiteraard afhankelijk van de persoon zelf en de context.
-Mensen met autisme hebben meer tijd nodig om boodschappen te verwerken en hierop te reageren.
-Laat overbodige informatie weg als je concreet wil communiceren. Dit kan voor verwarring zorgen.
-Herhaling is vaak de sleutel tot succes wanneer je iets uitlegt of aanleert.
...
Letterlijk en figuurlijk taalgebruik, humor, ...
We gaven hierboven al aan dat mensen met autisme taal vaak heel letterlijk nemen. Dit kan soms zorgen voor gekke en zelfs lachwekkende situaties.
In de verschillende uitgaves van 'Mijn bloknootje' van Autisme Centraal staan zo en aantal leuke voorbeelden. Bekijk de afbeeldingen hieronder. Weet jij over welke letterlijke voorstellingen van figuurlijke begrippen het hier gaat? Klik hier voor de oplossingen.
Het letterlijk nemen van taal kan echter ook zorgen voor miscommunicatie en pijnlijke situaties. Hieronder enkele voorbeelden :
"Wie het hoogst gooit mag beginnen met het spel!" (Kind probeert de dobbelsteen zo hoog mogelijk in de lucht te gooien.)
De leerkracht is boos omdat een leerling iets onbeleefd heeft gezegd. Ze roept: "Zeg dat nu nog eens!" (Leerling herhaalt wat hij daarnet heeft gezegd.)
Ook op werkbladen of toetsen kan het wel eens mislopen. Wanneer vragen niet autismevriendelijk worden geformuleerd, kunnen ze al snel fout worden begrepen. Het antwoord dat je verwacht, krijg je dan meestal niet. Hieronder enkele voorbeelden van 'Meester Mark. Volg zijn account op Facebook Meester Mark of Instagram meester_mark voor meer voorbeelden.
Good practices
Hier volgen enkele mooie voorbeelden van concrete communicatie in het onderwijs.
==> In deze voorbeelden wordt niet alleen visueel duidelijk gemaakt wat 'niet' mag, maar ook wat wel. 'Als het regent spelen we onder het afdak en niet op het grasplein of in het zand.' Op glijbaan schuiven we op onze poep naar beneden, niet achterwaards en op onze buik.' De rode kruizen maken nog eens extra duidelijk wat niet OK is.
==> In deze voorbeelden zie je hoe SMOG-gebaren nog extra visueel worden verduidelijkt door er een foto bij te plaatsen. SMOG is een ondersteunende communicatievorm voor mensen die niet gewoon kunnen spreken. Op school kan dit worden ingezet om communicatie met kinderen met een verstandelijke beperking toch mogelijk te maken. Ook voor anderstalige nieuwkomers kan deze visuele communicatie ondersteunend werken.
Deze planning wordt gebruikt in de derde graad van de lagere school. In de eerste kolom staan de verschillende lessen die tijdens de schooldag aan bod komen. Daarnaast staan telkens de lesonderwerpen en extra's. In de laatste kolom staan pagina's in de leerwerkboeken. Dit geeft een mooi overzicht van het dagverloop. Voor sommige leerlingen zou deze planning nog kunnen worden aangevuld met de pauzes. Met een volgpijl of magneet kan nog extra worden verduidelijkt hoe de dag vordert.
Op deze daglijn worden alle activiteiten weergegeven die doorheen de hele schooldag zullen plaatsvinden. De pijl kan helpen om overgangen te verzachten en aan te geven waar we binnen het dagverloop al zijn. Het vraagteken wijst op iets dat nog niet duidelijk is. Dit ook visualiseren geeft toch een vorm van verheldering, ook al is het nog niet duidelijk wat er precies staat te gebeuren.
Op deze foto's zie je een 'vluchthoekje' voor een leerling die het moeilijk heeft. Hier kan hij zich even afzonderen en tot rust komen met speelgoed. Picto's en foto's verduidelijken de verwachtingen. Ben je boos of speel je niet mooi samen, dan moet je naar dit hoekje. Lukt het wel om goed samen te spelen, dan mag je bij de anderen blijven.
In dit voorbeeld zie je hoe dezelfde examenvraag op drie verschillende manieren kan worden gesteld. Bij het laatste voorbeeld geef je extra verduidelijking door aan te geven dat er 3 basisbehoeften moeten worden gegeven. Dit is duidelijker dan gewoon een blanco stuk of veel lijntjes te voorzien.