In een land hier ver vandaan..... werden farao's begraven in piramides. Tot op een dag een farao tegen zijn volk zei: 'Jullie hoeven voor mij geen piramide te bouwen.'
'Waarom niet?' vroegen de mensen. Eigenlijk waren ze wel opgelucht dat ze geen zwaar werk hoefden te doen.
'Hoe goed we de piramides ook laten bewaken,' zei de koning. 'toch zijn er altijd rovers die binnen weten te komen om de schatten van de farao's te stelen.'
'Maar wat wilt u dan?' vroeg de koninklijke schatbewaarder.
'Zoek een plek, ver weg in de woestijn.' zei de farao. 'Als ik dood ben, moet je mijn mummie en mijn rijkdommen begraven in een grafkamer diep onder het zand. Dan kan niemand mij meer vinden en kom ik veilig aan in het hiernamaals.'
Zo ontstond het Dal van de Koningen. En naast het Dal van de Koningen kwam een Dal van de Koninginnen, want ook de koninginnen lieten hun mummies voortaan in grafkamers in de woestijn leggen.
Vele jaren gingen voorbij. Op een dag was de archeoloog Howard Carter aan het graven in de woestijn toen hij iets hards in het zand vond. Het bleek dat het de trede was van een trap, want al snel vond hij er nog één en nog één. Na een paar dagen graven stond Howard voor een deur. Op de deur stond het teken van een koning: Toetanchamon. Achter de deur vond hij drie kleine kamertjes. De eerste twee kamertjes stonden volgepropt met rijkdommen: beelden, meubels, speelgoed, bedden en strijdwagens.Het mooist van alles vond Howard de gouden troon. Ten slotte kwam hij in het laatste kamertje. Daarin stond een gouden sarcofaag met daarin de mummie van farao Toetanchamon. Howard liet de mummie waar hij was. Alle andere spullen liet hij naar het museum in CaÏro brengen. In het museum keek Howard Carter nog eens goed naar de gouden troon. Op de leuning zag hij een afbeelding van een jongen op een troon. Naast de troon stond een meisje. Wie was zij? Howard bestudeerde alle spullen die hij in het graf had gevonden nog eens. Samen vertelden zij het verhaal van een kind dat koning werd.
Toen koning Aknaton stierf, moest er een nieuwe farao komen. Gelukkig had farao Aknaton een zoon: Toetanchamon. De jongen was pas negen, maar het gebeurde wel vaker day een kind farao werd. Toch was er een probleem. Toetanchamon was wel de zoon van de koning, maar koningin Nefertiti was niet zijn echte moeder. De moeder van Toetanchamon was een van de bijvrouwen van de farao. Toetanchamon was dus wel een prins, maar niet zo'n bijzondere prins.
Er kwamen drie belangrijke mannen naar het paleis om een oplossing te bedenken. Het waren Horemheb, de generaal van het leger, Eje, de eerste minister en Maja, de schatbewaarder. Ze riepen het prinsje bij zich en zeiden: 'Prins Toetanchamon, ons land heeft een nieuwe koning nodig. Bent u bereid om farao van Egypte te worden?'
'Ja, dat ben ik,' zei de prins.
'Fijn,' zei Horemheb. 'Maar een koning heeft ook een koningin nodig. Bent u bereid te trouwen met een prinses?'
'Ja, dat wil ik wel,' zei de prins. En hij dacht aan mooie prinsessen uit verre landen.
'We hebben iemand op het oog,' zei Eje.
'Ze heet Ankese-na-amon,'zei Maja.
'Ankese?' riep de prins verbaasd uit. 'Maar dat is mijn eigen halfzusje!'
'Ankese-na-amon is een dochter van uw vader en van de koningin. Dat maakt haar heel bijzonder. Door met haar te trouwen wordt u een belangrijke koning.'
'Dan is het goed,' zei de prins.
na de bruiloft gingen Toetanchamon en Ankese-na-amon in een paleis in Thebe wonen, aan de oever van de Nijl.
Lang en gelukkig leefden ze er niet. Toen de koning achttien jaar was, ging hij dood en werd hij begraven in dat kleine kamertje onder het zand van de woestijn. Wat was er met de jonge farao gebeurd? Had hij een ongeluk gekregen? Toetanchamon had een gevaarlijke hobby. Soms racete hij door de woestijn op een strijdwagentje. Dan probeerde hij staand in dat karretje met zijn pijl-en-boog op struisvogels te schieten. Was de farao misschien ziek geworden? Of was iemand zo jaloers op hem geworden dat hij hem had vermoord? En wie was dan de moordenaar? Horemheb? Eje? Maja? Niemand zal het ooit met zekerheid kunnen zeggen.
Wat we wel weten is dat het graf van Ankese-na-amon nooit is gevonden. Dat ligt nog ergens veilig verborgen onder het zand van de Egyptische woestijn.
Als je de kans krijgt, moet je zelf maar eens gaan kijken in Egypte. Alle rijkdommen van de farao staan uitgestald in het museum in Caïro: zijn bedden, zijn strijdwagens, zijn speelgoed en zijn gouden troon.
Uit: In een land hier ver vandaan- Arend van Dam & Alex de Wolf