In een land hier ver vandaan..... golft het zand alsof het een zee is. Midden door die grote zandwoestijn stroomt het water van een rivier: de Nijl. Gelukkig is niet het hele land van zand. Dankzij de rivier wonen er al duizenden jaren mensen in Egypte. Want langs de Nijl groeit graan en staan bomen vol vruchten.
Niet ver van de rivier, net buiten de grote stad Caïro, staan de grote piramides waarin lang geleden de farao's van Egypte werden begraven.
De eerste Egyptische koning die een piramide liet bouwen was Djoser. Op een dag zei farao Djoser tegen minister Imhotep: 'Als ik dood ga, wil ik een heel bijzonder graf. Ik wil een graf als een paleis, met een tempel en een tuin met een hoge muur eromheen. In het midden moet een piramide worden gemaakt van blokken steen. In het binnenste van de piramide komt een grafkamer waarin je mijn mummie mag neerleggen.'
Imhotep zette duizenden boeren aan het werk. Ver in het zuiden hakten ze blokken uit de bergen, want woestijnzand kun je niet in steen veranderen. De blokken werden met zeilschepen over de Nijl vervoerd. Steen voor steen werd opgestapeld, en zo ontstond het grootste bouwwerk dat ooit door mensen was gemaakt: de piramide van Djoser. Het ging zoals koning Djoser had gewild: toen hij doodging, werd zijn lichaam in de grafkamer gelegd.
Ook farao Cheops zette zijn volk aan het werk. Hij wilde dat zijn piramide veel groter en mooier werd dan die van Djoser. Cheops liet meer de twee miljoen stenen uithakken en naar de bouwplaats brengen. Om de stenen op elkaar te krijgen, werden hellingen gemaakt. Ze legden de stenen op houten sledes en trokken die langs de hellingen omhoog. Elke boer, elke arbeider, moest een paar maanden per jaar komen helpen. Ook de kinderen moesten meewerken. Zij brachten eten en drinken rond: noten, vijgen, dadels, vers fruit en koel water. De piramide van Cheops werd de allergrootste van allemaal. Honderdduizend mensen hielpen bij de bouw. Na twintig jaar was de piramide eindelijk klaar.
'Als ik dood ga,' zei koning Cheops, 'moeten jullie van mijn dode lichaam een mummie maken. Bedek mijn lichaam met een laag zout en laat het een paar maanden drogen. Maak mijn schedel leeg en laat hem volstromen met hete was. Wikkel de mummie daarna in doeken en leg hem in een met goud versierde kist, een sarcofaag. Breng de sarcofaag met een schip naar de overkant van de Nijl en leg hem in de grafkamer. Haal daarna het schip plank voor plank uit elkaar en verstop het ook in de piramide. Het schip zal ik gebruiken om naar het hiernamaals te varen, waar ik het eeuwige leven zal hebben. Maak tot slot de piramide zorgvuldig dicht, zodat niemand er ooit nog bij kan komen.'
Toen de farao dood ging, deed het volk wat hij had gevraagd. Ze maakten een mummie van hem en legden hem in de piramide. Het schip werd uit elkaar gehaald en verstopt. Helemaal veilig was de mummie van de farao niet. Toen archeologen de piramide binnen gingen, vonden ze een lege grafkamer. De mummie van farao Cheops was verdwenen. Ook van de schatten die met hem waren begraven, was niets meer te vinden. Alleen de onderdelen van het schip werden gevonden. Het schip is plank voor plank weer in elkaar gezet. Je kunt het bekijken in een speciaal museum dat naast de piramide is gebouwd. Ook de piramide zelf kun je bezoeken, helemaal tot binnen in de grafkamer. Maar de farao zelf is er dus niet meer. Misschien leidt hij wel een eeuwig leven in het hiernamaals, zoals hij zelf hoopte.
De piramide van Cheops is één van de zeven wereldwonderen. Als je de kans krijgt, moet je er zelf maar eens gaan kijken.
Uit: In een land hier ver vandaan- Arend van Dam & Alex de Wolf