00 [Home] Stotteren voorkomen

 
Stotteren voorkomen
Stuttering Prevented

William H. Perkins

 
 

 Als lezer kunt u kiezen uit de volgende mogelijkheden.   
    • Als u een overzicht van dit boek wilt krijgen alvorens er dieper op in te gaan, kunt u de samenvattingen lezen die in de zijbalk en/of in de blauwe kaders achterin de hoofdstukken geplaatst zijn.
    • Als u een beknopte schets wilt hebben waarin wordt uitgelegd wat de oorzaak is van stotteren en wat iemand ertoe brengt een stotteraar te worden (dat zijn heel verschillende zaken), dan kunt u zich misschien beperken tot het lezen van de 'Korte antwoorden'. (Zijbalk)
    • Als u wilt weten wat ten grondslag ligt aan deze korte antwoorden, vindt u uitleg in 'Wat is de oorzaak van stotteren? 'en 'Wat maakt iemand tot stotteraar?' in Afdeling I.
    • Als u zich meteen wilt richten op wat u kunt doen om stotteren te voorkomen, begin dan bij Afdeling II
    • Als uw belangstelling ligt bij het verhelpen van stotteren nadat het al begonnen is, is Afdeling III van toepassing.
    • Als uw hoofdprobleem is te voorkomen dat uw kind een stotteraar wordt, ga dan naar Afdeling IV
     
    Download Stotteren voorkomen PDF
    Els Versteegh-Vermeij 1917-2007 >>>
    Prof.emeritus William H. Perkins 1923-2008 >>>
    Contact en vragen over deze website: Adrie van der Horst    >>>
    Verantwoording bij deze digitale uitgave
    Inleiding

    Dit boek is bedoeld voor ouders die denken dat hun kind begint te stotteren. Een jaar geleden zou ik het nog niet hebben kunnen schrijven. Ik had toen het onderzoek, waar ik tegen het eind van de jaren veertig aan begonnen ben, nog niet voltooid. Als ik niet eerst de oorzaken van stotteren zou begrijpen, zou alles wat over de preventie ervan gezegd werd niet meer dan giswerk zijn.

    Van meet af aan heeft in professionele kringen de mening geheerst dat stotteren onoplosbaar en ongeneeslijk is. Jarenlang leek die stelling van mijn voorgangers onaanvechtbaar. Toen ik echter door uitwisseling van ideeën met enkele universiteitscollega's geleidelijk aan méér leerde over de problematiek dan ik ooit door officiële instructie van deskundigen op stottergebied had geleerd, groeide mijn zelfvertrouwen. Daarmee groeiden tevens de twijfels aan de onfeilbaarheid van mijn vakgenoten.

    Mijn koppige aard, beslist een gevolg van mijn afkomst uit Missouri, kreeg tenslotte de overhand. Het idee dat het stotterprobleem onoplosbaar zou zijn, betekende een uitdaging waaraan ik geen weerstand kon bieden. Ik ging die uitdaging aan en nu stel ik met tevredenheid vast dat ik grotendeels gelijk heb gekregen. Of stotteren genezen kan worden als het eenmaal een deel van iemands leven is geworden, blijft een open vraag. Dat het Voorkomen kan worden als het vroeg genoeg wordt aangepakt, staat voor mij vast.

    Aangezien de theorie die mijn collega's en ik over stotteren ontwikkeld hebben pas kort geleden is geformuleerd, zal zij waarschijnlijk nog verschillende jaren door andere deskundigen getest worden. Ik heb lang geaarzeld of ik zou wachten met het schrijven van deze gids voor ouders totdat al die tests zouden zijn uitgevoerd. Ik realiseerde me dat als ik dat zou doen, dit boek waarschijnlijk nooit geschreven zou worden, althans niet tijdens mijn leven. De theorie strookt met alle feiten die over stotteren bekend zijn, en dus besloot ik door te gaan omdat de tests ongetwijfeld eindeloos zullen duren. Aangezien alle in dit boek gepubliceerde preventiestrategieën hoe dan ook voor elk kind nuttig zijn en direct inwerken op de oorzaken van stotteren zoals wij die nu zien, kwam ik tot de conclusie dat wachten met schrijven in niemands belang zou zijn.

    Binnen mijn beroep ben ik speciale dank verschuldigd aan Raymond Kent van de universiteit van Wisconsin, Richard Curlee en Thomas Hixon van de universiteit van Arizona, Roger Ingham van de universiteit van California in Santa Barbara, en aan Sulyn Moore van de universiteit van South Carolina. Hun strikt wetenschappelijke aanpak en hun omvangrijke kennis van de spraakfysiologie zijn van onschatbare waarde geweest bij het moeizame formuleren van een wetenschappelijk verantwoorde stottertheorie ten behoeve van de research, die de springplank werd voor de ideeën in dit boek. Zonder de wijze adviezen van Robert Blakeley van de universiteit van Oregon zou dit boek nooit bij de ouders van stotterende kinderen terechtgekomen zijn.

    Binnen mijn eigen universiteit ben ik vooral die collega's dankbaar die mij wegwijs gemaakt hebben in filosofie, geschiedenis, geneeskunde, godsdienst, muziek, kunst en literatuur, alsook in fysica, biologie en gedragswetenschappen. Ik heb daar dertig jaar lang van geprofiteerd.

    De meeste dank ben ik verschuldigd aan de ouders die dit boek in verschillende fasen van voorbereiding hebben gelezen. Zonder hun adviezen zou ik het geschreven hebben voor hetzelfde publiek waar ik me altijd op gericht heb: collega's die zijn opgegroeid met het bekende beroepsjargon. Zonder de ouders zou ik niet ontdekt hebben, dat hetgeen ik te zeggen heb ook in gewone taal gezegd kan worden.

    De laatste tien jaren van mijn loopbaan, tenslotte, zouden er heel anders hebben uitgezien zonder de uitnemende klinische bekwaamheid van Debora Sue O'Brien en de organisatorische, journalistieke en redactionele vaardigheden van Christine Sinrud Shade en Christopher Perkins. Hun gezonde denkbeelden waren inspirerend, terwijl hun toewijding, loyaliteit en aanmoediging mijn steun en toeverlaat zijn geweest.
     

    Los Angeles 1992

    William H. Perkins





     
     

    Korte antwoorden

     

    Waarom stotteren?

    Laten we beginnen met de vraag wat de oorzaak is van stotteren. Wanneer we spreken moeten er twee hersenactiviteiten worden gecoördineerd. De ene bestuurt de productie van de spraakklanken waarmee wij woorden vormen. De andere bestuurt de productie van lettergrepen waarin de spraakklanken moeten worden samengevoegd. Als één van deze twee activiteiten onbewust vertraagd wordt, hetzij door erfelijke oorzaken, hetzij door hersenletsel of een assertiviteitsconflict, zal het spreken tijdelijk worden onderbroken. Het is dan alsof de spreker struikelt; om onbekende redenen struikelt hij over zijn woorden. Dat overkomt bijna iedereen wel eens. De meesten van ons merken niet eens dat het gebeurt; je hoeft dus geen stotteraar te zijn om te stotteren. Sommige stotteraars die ernstige klachten hebben, hóór je zelfs in feite zelden stotteren. Zoals u ziet is een stotteraar zijn heel iets anders dan alleen maar stotteren.
     

    Waarom een stotteraar worden?

    Waarom wordt iemand dan een stotteraar? Terwijl begrijpen waarom stotteren plaatsvindt niet zo moeilijk is, is de reden waarom iemand een stotteraar wordt beladen met tegenstrijdigheden. Het is eigenlijk volkomen onlogisch; het is ook niet wat het lijkt te zijn. Ik ken bijvoorbeeld geen enkele stotteraar die wil stotteren, of die in staat is het te voorkomen. Toch wijst alles erop dat stotteren voordelen oplevert en een verslaving kan worden. Stotteraars willen ervan af komen, maar onbewust kunnen ze het niet opgeven. Hoe komt dat?

    Het antwoord dat ik op die vraag zal geven is niet in laboratoriumproeven getoetst. Het heeft niets te maken met de populaire verklaring dat stotteren wordt veroorzaakt door overmatige spanning in tong, lippen, keel of borst. Dat is slechts een beschrijving. De diagnostische vraag luidt: wat is de oorzaak van die spanning? Het antwoord dat ik u zal geven is het enige dat ik heb kunnen vinden als verklaring voor al die vreemde tegenstrijdigheden die ik in jaren van klinische observatie heb geconstateerd. Gelukkig is het zo dat als mijn verklaring niet klopt, daar niemand nadeel van ondervindt, behalve ikzelf in mijn eigendunk. Maar als de verklaring juist is, mag je verwachten dat voorkomen kan worden dat kinderen stotteraars worden. Het opent zelfs de ongehoorde mogelijkheid dat stotteren bij volwassenen kan worden genezen.

    Na deze lange inleiding volgt hier het korte antwoord. Kinderen die zichzelf als stotteraar gaan zien en hun leven rond dat zelfbeeld organiseren, zijn onzeker van zichzelf, niet assertief tegenover de mensen bij wie ze stotteren. In zo'n situatie wordt hun keel of borst samengetrokken, soms in een kramp. Dat is wat er gebeurt als ze de gesprekssituatie niet meer beheersen. Het resultaat is dat ze hun spreken niet meer onder controle hebben: ze stotteren. Als ouders weinig aandacht schenken aan zulke kinderen, behalve wanneer ze stotteren, wordt stotteren een eersteklas middel om de aandacht te trekken die ze anders niet krijgen. Het feit dat die aandacht meestal negatief is - ouders zeggen: 'Hou op' of  'Praat eens wat langzamer', luisteraars wachten ongeduldig totdat het stotteren ophoudt zodat ze door kunnen gaan met hun gesprek - wil niet zeggen dat het geen voordeel is. De onaangenaamste aandacht is altijd nog beter dan géén aandacht. Als kinderen wisten dat ze het stotteren gebruiken om aandacht te krijgen, zouden ze geen stotteraar worden. Omdat de voordelen onbewust zijn, staan stotteraars machteloos tegenover de verslavende gevolgen ervan. Als kinderen zichzelf eenmaal als stotteraar beschouwen, houdt dat zelfbeeld hun machtsfantasieën in stand. Het worden 'geketende reuzen', die - stotteraars als ze zijn - in de reële wereld niet op macht hoeven te rekenen.

    01 Afdeling I: Oorzaken

      

    Of stotteren genezen kan worden als het eenmaal een deel van iemands leven is geworden, blijft een open vraag.

    Dat het voorkomen kan worden als men er vroeg genoeg bij is, staat voor mij vast.

    Als Alex onzeker zou zijn en als zijn ouders hem alléén aandacht zouden schenken als hij stotterde, zou dat aan het stotteren ontleende voordeel hem gemakkelijk tot een levenslange stotteraar kunnen maken zonder dat hij ooit zou weten waarom. 

    Stotteren heeft het effect van assertiviteit zonder het risico daarvan.


    Geboren stotteraars bestaan niet. Zelfs als een kind door erfelijke factoren er aanleg voor heeft, is het stotteren nog niet onvermijdelijk. Het kan voorkomen worden.

    Volgens een ruwe schatting is de kans dat een kind begint te stotteren, ongeveer vier op de honderd kinderen.

    Bijna de helft herstelt binnen een jaar. Ongeveer driekwart is tegen de puberteit hersteld.

    Slechts enkelen herstellen nog na de puberteit. Zoals u ziet, liggen de beste kansen voor herstel in de kinderjaren. Hoe vroeger hoe beter.

    Naast de voordelen voor uw hele gezin is het grootste voordeel van vroegtijdige interventie dat uw kind voorgoed bevrijd kan worden van stotteren.

    Stotteren is niet wat je hoort. Wat je hoort zijn verstoringen van het spreekritme die misschien klinken als stotteren, maar zolang het voor de spreker niet aanvoelt als stotteren, is het niet iets om je zorgen over te maken.