Advies voor degene die stottert
We spreken hier voornamelijk de jongeren en de volwassenen aan, omdat die, verreweg onafhankelijk van het ouderlijk huis, het meest voor zichzelf kunnen doen. Zij, en allen die op enigerlei wijze met stotteren te maken hebben, zullen het woord "stotteraar" niet uit de wereld kunnen helpen. Alle dingen in deze wereld hebben een naam, en mensen die stotteren, worden stotteraars genoemd.
Anderen kunnen het noemen zoals ze willen. Voor uzelf moet het een steeds sterkere overtuiging worden, dat het antwoord op de vraag: "Wat ben ik eigenlijk?" slechts luiden kan: "Ik ben een mens!". En al het andere wat mensen zo graag met "je bent!" verbinden, heeft te maken met gedragswijzen, die men aangeleerd heeft, en die men ook veranderen kan.
Gedrag van mensen komt voort uit de mening over zichzelf, de wereld, de medemensen en het leven. Deze meningen worden al vroeg in de kindertijd gevormd en we zijn ons daar grotendeels niet van bewust. Wie denkt dat de wereld gevaarlijk is, zal zich precies zo voorzichtig, teruggetrokken, en in aparte gevallen agressief gedragen, alsof het leven en de wereld inderdaad gevaarlijk zouden zijn. Wie denkt dat hij dom is, zal zich niet anders gedragen, alsof hij dom zou zijn.
Wie denkt dat hij een stotteraar is, zal zich naar dit zelfbeeld gedragen. Hij zou verwonderd zijn, als het spreken plotseling vloeiend gaat en uit een soort schrik daarvan direct weer met stotteren beginnen. Daarmee heeft alles naar de eigen mening dan weer zijn eigen plaats. Het stigma stotteren conserveert het stottergedrag, dat betekent, dat u zich net zolang als stotteraar zult gedragen, als u gelooft er een te zijn.
Hoe komt iemand ertoe, zich stotteraar te noemen en te geloven dat hij dat is? Zeker kan hier bij de vorming van dit zelfbeeld vroege kinderlijke ervaringen - thuis of onder vrienden zo genoemd te zijn - een rol spelen; maar waarom geeft nu juist de volwassene, die in veel situaties ook vloeiend kan spreken, dat geloof niet op?
Binnen een stottertherapiegroep behandelden we dit thema. We maakten duidelijk dat veronderstellingen zoals "ik ben iemand die faalt", " ik ben een zweter", "ik ben een blozer, "ik ben een stotteraar", net zulke grenzeloze overdrijvingen zijn als wanneer iemand die acht uren per dag aan een bureau zit, zichzelf een zitter noemt.
Duidelijk werd ook, dat iemand die eenmaal steelt en zichzelf een dief noemt, zich daarmee ook een uitzonderingsgeval noemt en zich de volgende diefstal al voorneemt. Je kunt van een dief toch alleen maar verwachten dat hij steelt, en ook hijzelf verwacht nauwelijks iets anders! Hij denkt echter ook niet voor zijn daden verantwoordelijk te zijn, want hij is helemaal niet zoals de anderen. Hij is een dief!
Wie zich een stotteraar noemt, maakt aanspraak op een bijzondere plaats. Hij denkt dat hij niet is zoals andere mensen en voelt zich niet voor zijn stottergedrag verantwoordelijk. Hij heeft behoefte, ontzien te worden. Als hij stottert, kan hij daar niets aan doen. Men mag het hem niet kwalijk nemen, als hij vloeiend spreekt, moet men hem bewonderen, met hem blij zijn, want hij is toch een stotteraar…..!
Onze aanbeveling: "Accepteer, dat u stottert, blijf daarbij, maar pin u niet met uw wezen op die ene gedragstrek vast, en noemt u zichzelf geen stotteraar. U bent net zo normaal als alle andere mensen. Elk mens heeft zijn problemen, zijn tick, zijn bijzondere manier van doen, zijn voortdurend terugkerende ziektes.
"U hebt uw stotteren", maakte bij één van de groepsdeelnemers de volgende reactie los:
"Ik heb het gevoel, betrapt te zijn." Ik dacht dat ik een mooie verstopplek gebouwd had, maar die is nu ontdekt. Mijn schuilplaats heet "Ik ben een stotteraar". Als ik die overtuiging, een stotteraar te zijn, opgeef, komen er ineens allerlei verantwoordelijkheden en belastingen naar mij toe, die ik niet aankan en waarop ik niet ben voorbereid. Ik voel me onzeker en bedreigd. Ik voel me naakt en onbeschermd. Wel is het zo, dat ik graag van mijn stotteren af zou willen komen, maar nu ben ik er nog niet aan toe om me mét mijn stotteren tot de normale mensen te rekenen. Als ik het etiket "stotteraar" afleg, moet ik mij bij de gelederen van de normalen inlijven. Ik wil er aan werken, maar ben erg bang.
Vanzelfsprekend wilt u liever vandaag dan morgen van uw stotteren bevrijd zijn, maar tot de realiteit van uw stotteren hoort dat het bij volwassenen niet gemakkelijk is op te heffen. Het stotteren is een deel van uw persoonlijkheid, en met uw eigen ontwikkeling kan het spreekgedrag in een voor uw gunstige richting ontwikkelen. Elk mens kan vooruitgang boeken, als hij actief wil zijn, en wat hij weet intelligent wil toepassen. Daar zou u in moeten geloven. Wie actief blijft, geduld met zichzelf heeft, en weet dat ook stilstand en terugval bij het proces van stabilisering behoort, kan plezierige vooruitgang boeken. Wie echter van vandaag op morgen iets groots wil bereiken, kan beter maar helemaal niet beginnen.
Accepteren
Het beste advies wat we u kunnen geven, is: accepteert u nu dat u stottert, en heb de moed, dat ook naar buiten toe te laten zien. Zolang u zegt: "ik móét vloeiend spreken" of: "ik mag in géén geval stotteren" brengt u zich in een onmogelijke situatie met almaar toenemende angstgevoelens.
Zolang u denkt: " alleen als ik vloeiend spreek heb ik een gelijkwaardige plaats temidden van medemensen", bereidt u het volgend falen en het toenemen van minderwaardigheidsgevoelens alweer voor. Het stotteren en de angst moeten geen reden zijn om iets niet te doen.
Uw stotteren accepteren betekent dat u stopt om met uzelf in gevecht te zijn; dat u ophoudt uzelf met "moeten" en "mag niet" en “alleen als …" onder druk te zetten; dat u ophoudt met het symptoom te vechten.
Laat het stotteren gaan, laat het wat meer los. U zou niet zoveel druk erop moeten zetten als u tot nu toe hebt gedaan. U drukt alleen omdat u denkt dat het woord er dan sneller uitkomt, of daarmee het stotteren onderdrukken kan. Intussen hebt u al lang gemerkt dat door het drukken de symptomen alleen maar erger worden.
Als u ophoudt met uzelf te vechten en ervan uitgaat, dat u stottert, u zich geen verwijten meer maakt, en uzelf slecht maakt, bemerkt u een beetje vrede met uzelf en dan kunt u er nuchter over nadenken wat u in een situatie met stotteren zou kunnen doen.
Bij de acceptatie hoort ook, dat u uw symptomen voor uzelf en voor ander mensen niet zo belangrijk maakt. Treur en mok er niet te veel over. Stotteren en eronder lijden is teveel. Een van de twee is al genoeg. Doet u, wat u te doen hebt, met of zonder stotteren. Dat gaat. U kunt met stotteren telefoneren, ook als dat soms duurder wordt; U kunt al stotterend een levenspartner vinden en trouwen.
Het allerbelangrijkste is, dat u een compleet normaal mens bent, die zo nu en dan stottert, zoals ieder ander mens zijn problemen heeft. Als u zo handelt, zult u merken, dat u zich minder schaamt, dat u minder wegkijkt, dat u minder samenkrimpt, u zich ook nadien niet meer zo slecht voelt, en u zult opmerken dat andere mensen ophouden u medelijdend te bejegenen, uw woorden of zinnen af te maken, u verantwoording en opgaven uit handen te nemen, omdat ze merken, dat u ondanks stotteren een gelijkwaardige partner voor hen bent. Het kan gebeuren, dat u zich zo nu en dan minderwaardig voelt, maar de anderen zijn niet zo groot. U maakt de anderen groot, omdat u knielt. U maakt de anderen groot, omdat u zich klein maakt.
Daarom, sta op! Allen hebben hun minderwaardigheidsgevoelens! Als u bij het opstaan hulp nodig hebt, dan zoekt u een goede hulpverlener of therapeut. Voor het proces van het opstaan is het groeien van innerlijke spankracht belangrijker, dan het verdwijnen van symptomen. Spreekoefeningen alleen geven niet het beste resultaat, zoals u misschien al hebt opgemerkt. Het gaat erom dat u begrijpt waarom u doet, wat u doet, waarom u knielt en waarom u stottert. De vakman kan u helpen, deze vraag te beantwoorden, en met zijn hulp kunt u beginnen, stap voor stap uw situatie te verbeteren.
Kleine stappen
Als u vorderingen maken wilt, hebt u activiteit, geduld en een goed plan nodig. Het gaat niet om grote successen, maar om de doorbraak. Als u zegt, al bij verscheidene therapeuten geweest te zijn, en dat uw spreken niet verbeterd is, dan hebt u mogelijk van de therapie en de therapeut te veel verwacht, en te weinig van uzelf.
Niemand kan u het stotteren, zonder uw eigen actieve inzet, afnemen.
Het kan ook zijn, dat u zegt dat u door eigen activiteit al veel ondernomen hebt, maar ondanks dat geen resultaat gehad. Dan kan het zijn, dat u van uzelf teveel verwacht hebt, uw wensen te hoog opgeschroefd, en uw voornemens te groot gemaakt hebt.
U kunt een veelbelovende doorbraak maken, als de voornemens duidelijk, klein, en aan tijdslimiet gebonden zijn.
Onduidelijk zijn voornemens als:
Ik zal aan versteviging van mijn zelfvertrouwen werken.
Ik zal niet meer zo nerveus zijn.
Deze voornemens zijn onduidelijk, omdat ze niet aangeven, hoe en waar u wilt beginnen.
Te grote stappen zijn, zoals:
Vandaag zal ik tijdens elk gesprek rustig en duidelijk spreken.
Ik zal vandaag alle toehoorders aankijken.
Deze stappen zijn wel duidelijk, maar te groot, omdat u zich hiermee teveel voorneemt. Als u voornemens maakt, met: tijdens elk gesprek, de hele dag, bij elke ontmoeting, alle luisteraars, daarin voorkomend, is de stap te groot. U wilt teveel in één keer.
Zonder tijdslimiet zijn voornemens, als:
Vanaf nu zal ik me drie keer per dag ontspannen.
Ik zal elke avond voor het slapengaan in het kort opschrijven, wat ik op die dag van mezelf goed vond.
Hoewel deze stappen duidelijk en niet al te groot zijn, ontbreekt de begrenzing van tijd. Wanneer staat u zich zelf toe, met dit geplande, nieuwe gedrag te stoppen?
Als u met de beste bedoelingen en vol energie onduidelijke, grote, en naar tijd onbegrensde voornemens wilt uitvoeren, dan staat u daar tenslotte, net als zo vaak, met uw schuldgevoelens en verwijten. U denkt, dat u niet genoeg wilskracht hebt, en er toe neigt, te berusten en alles bij het oude te laten.
Wat denkt u van de volgende voornemens? Elk voornemen is van iemand anders en wil slechts als voorbeeld en aansporing dienen.
Vanmiddag ga ik in de middagpauze in de kantine bij iemand anders aan tafel zitten.
Bij het volgende telefoontje aarzel ik niet meer, ik neem gelijk op.
Morgen meld ik me een keer tijdens het college van prof. van Dam, met of zonder te stotteren. Van belang is alleen, dat ik spreek, en niet, of ik een goede indruk maak.
Ik schrijf vandaag of morgen op, wat ik vandaag goed vond van mezelf.
Ik ga nu naar de chef en kijk hem tijdens spreken en luisteren aan.
Bij het volgende telefoontje adem ik eerst uit, dan rustig in, dan pas neem ik op.
Bij het boodschappen doen in de slagerswinkel, waar ik doorgaans goed spreek, zal ik vanmiddag opzettelijk op een woord stotteren.
Deze voornemens zijn duidelijk en met een tijdslimiet.
Of u de stappen ook als klein ervaart, hangt van uw persoonlijke situatie en van uw houding ten opzichte van het stotteren af. Met duidelijke, kleine, en tijdsbegrensde voornemens maakt u geen grote sprongen; u maakt een doorbraak, en dat is genoeg.
Als u niet zo precies weet waar u moet beginnen, schrijft u dan eens op welke situaties, opgaven, personen, en woorden u normaal probeert te vermijden, en verbind daarmee uw voornemens, zodat u leert, minder uit te wijken en minder te aarzelen, dat is, opgaven en kontakten voor u uit te schuiven.
Wordt zakelijker, dat wil zeggen, meer op de opgave gericht, en vraag u niet af welke indruk u maakt. Zo wordt u moediger.
Een cliënte, die zich in dit groeiproces bevond, schrijft:"…Dit is een kleine ervaring met stotteren: ik stond in de winkel bij de toonbank met vlees. Ik moest nog even wachten, en bedacht mijn plan. Toen was ik aan de beurt. Ik zei duidelijk: " Ik zou graag worst willen hebben", en ging zelfbewust naar de gesneden waren. De "worstwensen" bracht ik er goed vanaf. Toen wilde ik nog een kilo rundvlees hebben, en ik herhaalde " rund" wel vijf keer en drukte opzettelijk met meer kracht, totdat ik het eruit had. De blikken van andere klanten deed me niets meer, want ik wist dat het stotteren niet echt was, maar gespeeld. Ik had mijn geheim. Ik wist dat ik niet meer het slachtoffer van mijn stotteren was."
Bemoedigen van jezelf *
We kunnen onmogelijk onze vooruitgang opbouwen door zelfkritiek, zelfonderschatting, zelfvernedering, zelfverwijten, schuldgevoelens, zelfhaat of op bestrijden van onszelf. Je kunt ook niet aan je stotteren werken, en vorderingen maken, als je niet accepteert, dat je stottert. Daarom was ook de eerste goede raad: "Accepteer dat je stottert, en heb de moed, dat naar buiten toe te laten zien."
Elke keer, als je merkt, dat je dit doet, moet je ook vriendelijk voor jezelf zijn en tegen jezelf zeggen dat het een vooruitgang is. Evenzo als je een goede vriend zou aanmoedigen met zijn eerste poging met een nieuw gedrag door te gaan, zo moet je ook, als je kleine stappen volbracht hebt, je zelfbemoediging niet van de resultaten laten afhangen, maar al je inspanningen positief waarderen.
Als je altijd naar succes lonkt, zul je jezelf nooit als goed genoeg beschouwen, nooit tevreden zijn over jezelf en nooit met jezelf in vrede leven.
Het komt misschien wat vreemd over, dat je vorderingen maken kunt, als je met jezelf in vrede leeft. Misschien denkt u ook dat u alleen vorderingen maakt als u zichzelf uitscheldt, zoals de slechte leraar op school dat tegen een leerling doet.
Het is een denkfout, een vooroordeel, dat je op deze manier vorderingen maakt. Wie zichzelf uitscheldt, zichzelf slecht maakt, voelt zich tenslotte zo slecht, dat hij niets goeds meer van zichzelf verwacht.
Vergelijk uw inspanning en vorderingen niet met dat, wat andere mensen doen. Vergelijk liever uw gedrag van nu met dat van vroeger, en kijk dan ook naar de kleinste vorderingen.
Heb geduld, en ga rustig verder. Grote sprongen helpen helemaal niet. Omdat alle mensen gelijkwaardig zijn, is er geen reden om aan te nemen, dat u minder waard bent dan alle andere mensen.
We moeten onszelf waarderen, als goed genoeg, zoals we nu zijn. Pas als we onszelf niet meer in de weg staan met schuldgevoelens, zelfverwijten, zelfvernedering, als we eindelijk ophouden ons af te vragen of we goed of slecht zijn, kunnen we nuchter en zakelijk aan onze vooruitgang werken, onze bijzonderheid waarderen en ervan genieten, en beter worden. Met de overtuiging "Ik ben ik, en zoals ik ben, ben ik goed genoeg", is het beter leven.
Geloof het niet, maar ervaar het!
Lees ook: De mens is een wezen dat beslissingen neemt ...