Houtsoorten

Eiken Europees

Eiken kernhout heeft een geelbruine tot donkerbruine kleur en steekt duidelijk af tegen het 25-50 mm brede bleekbruine spint. Kwartiers gezaagd hout vertoont karakteristieke glanzende "spiegels", veroorzaakt door de brede stralen. Het hout is ringporig waardoor op het dosse vlak een vlamtekening ontstaat. Structuur en kwaliteit variëren afhankelijk van de groeicondities. Zo is Slavonisch eiken langzaam en gelijkmatig gegroeid, heeft het een rechte draad en een egale tint en het is zacht en gemakkelijk te bewerken. Eiken uit Polen is taaier en harder. Inlands eiken is meestal harder, zwaarder en vaster, sterker maar ook grover dan geïmporteerd eiken. Eiken heeft een hoog looistofgehalte, waardoor metalen in contact met eiken snel corroderen.

Het kernhout is matig tot duurzaam (natuurlijke duurzaamheidsklasse II-III)

Toepassingen

Het is niet mogelijk al de toepassingsmogelijkheden van eiken weer te geven. In vrijwel iedere industrie en vrijwel overal is het hout toe te passen, zowel voor constructiehout, op scheepswerven, bij bruggenbouw en waterwerken, als in de chemische industrie, de meubel-, speelgoed-, sportartikelen-, carrosserie- en landbouwmachine-industrie. Tevens voor kozijnen, ramen, deuren, parket- en strokenvloeren, triplex en fineer, remmingwerken, brugdekken, stortkokers, leuningen, wagon- en scheepsvloeren, kerkmeubelen en gereedschappen. Het inlands eiken wordt speciaal toegepast voor constructiehout (herstellen van oude gebouwen) kozijnen, ramen, balken, bedrijfsvloeren, laddersporten (essen is beter), scheepskielen en -huiden, dwarsliggers, remmingwerken, brugdekken, palen, sluisdeuren, dukdalven, walbeschoeiingen enz. Europees eiken is onvervangbaar voor de vervaardiging van vaten voor wijn, sherry, cognac en andere alcoholische dranken die veel van hun smaak ontlenen aan de in eiken aanwezige looizuren.

Eiken Amerikaans rood

Amerikaans rood eiken is een ringporige, roodachtig lichtbruin gekleurde houtsoort en wijkt dus duidelijk af van het geelbruine tot middelbruine Amerikaans wit eiken. Voor blank werk is het gemengd gebruik van deze twee houtsoorten dan ook absoluut af te raden. Het 25 tot 35 mm brede spint heeft een geelwitte tot bleekroze tint. Nat hout is corrosief ten opzichte van ijzer. Blauwzwarte verkleuringen zijn het gevolg van de reactie tussen ijzer en het looizuur (tannine) in het hout. Rood eiken is wat grover van structuur dan wit eiken. Rood eiken heeft geen thyllen in de vaten (de vaten zijn dus niet verstopt, zoals bij wit eiken), zodat het indringen van houtaantastende organismen onder vochtige omstandigheden gemakkelijk kan plaatsvinden. Het hout is daarom minder duurzaam dan wit eiken. Rood eiken uit de zuidelijke staten van Noord-Amerika groeit sneller dan dat uit de noordelijke staten. Het heeft daardoor hout met bredere groeiringen en levert harder en iets zwaarder hout dat meer werkt.

Amerikaans eikenhout is weinig duurzaam (natuurlijke duurzaamheidsklasse IV)

Toepassingen

Meubelen, betimmeringen, fineer en triplex, parket- en strokenvloeren, carrosseriebouw, trappen, speelgoed en andere houtwaren. De afwezigheid van thyllen maakt het hout ongeschikt voor bijvoorbeeld wijnvaten (poreus) en scheepshuiden. Dit neemt echter niet weg dat het voor talloze andere doeleinden (voornamelijk binnenshuis) wél geschikt is.

Beuken

Nederlands (inlands), Belgisch en Frans beuken verschillen onderling vrijwel niet in kwaliteit. Frans beuken kan veelal in grotere afmetingen worden aangeboden. Het in Oost-Europa gegroeide hout is vaak zachter en milder dan het uit West- en Noord-Europa afkomstige hout. Beuken heeft een regelmatige en dichte structuur. De tot 4 mm hoge stralen zijn op het langsvlak meestal duidelijk te zien. Het kernhout is witachtig tot lichtbruin, nadonkerend tot licht geelbruin. Het Deense beuken is vrijwel wit van kleur, vast en hard en wordt speciaal om de kleur gezocht voor stoelen, boxen en andere producten waar een blanke en egale kleur is vereist. Gestoomd beuken is roze- tot lichtrood. Gestoomd hout heeft voordelen, zoals verminderde inwendige spanningen. In beuken komt vaak onregelmatig gevormd rood kernhout voor. Deze verkleuring heeft geen invloed op de sterkte, wel heeft dit een nadelige invloed op de impregneerbaarheid. Er is geen duidelijk kleurverschil tussen spint- en kernhout.

Het kern- en spinthout zijn niet duurzaam (natuurlijke duurzaamheidsklasse V)

Toepassingen

Vele toepassingen voor producten waar de duurzaamheidsklasse van het hout geen rol speelt. Een uitzondering hierop zijn dwarsliggers die worden verduurzaamd. Doordat het hout zich prima laat buigen, zonder stuik, is het een van de meest geschikte houtsoorten voor gebogen werk, randen en leuningen. Verder wordt het gebruikt voor triplex, boxen, traptreden, dwarsliggers (geconserveerd), riemschijven, gereedschappen (schaven enz.), sigarenpersblokken, vele huishoudelijke voorwerpen zoals broodplanken, lepelrekken, borstels, kastjes en bakken, speelgoed, meubelen, stofdorpels, pallets, gymnastiekvloeren, parket- en strokenvloeren, keukentrappen enz. Samengeperst beuken wordt gebruikt voor weefspoelen, tandwielen, slaglatten, kogelvrije en inbraakvrije deuren, industriële glijbanen, speciale vloeren enz. Het ongestoomde hout wordt vrijwel alleen gebruikt voor binnenwerk van meubelen, stoffeerwerk, rompen enz.

Kersen

Het decoratieve geelbruine, later iets roodbruine, soms wat geaderde kernhout, dat vaak groenstrepigheid vertoont, steekt slechts weinig af tegen het smalle lichter gekleurde spint. Hardheid en volumieke massa variëren sterk. Licht tot donker roodbruin gekleurd. Een typisch gebrek zijn de kleine zwarte gomgangen, vooral in Amerikaans kersen.

Het kern- en spinthout is matig tot weinig duurzaam (natuurlijke duurzaamheidsklasse III-IV )

Toepassingen

Europees kersenhout wordt de laatste jaren slechts sporadisch aangeboden. Amerikaans kersen is regelmatig leverbaar. Het is geschikt voor meubelen en binnenbetimmeringen, zowel massief als in de vorm van fineer. Verder voor draaiwerk, onderdelen van muziekinstrumenten en houtwaren als mesheften, borstelhout, tekenhaken en speelgoed.

Acacia

Kleur van het kernhout is licht geelgroen tot bruingroen, die na blootstelling aan licht goudbruin wordt. Het kernhout steekt scherp af tegen het ongeveer 10-20 mm brede grijsgele spint. In het hout van oudere bomen kunnen donkere aderen en strepen voorkomen, wat het gebruik voor decoratieve toepassingen beperkt. Acacia is ringporig en dit geeft op het dosse vlak een opvallende tekening. Door stomen verandert de kleur van licht geelbruin naar donkerbruin. Acacia heeft een hoog looistofgehalte, waardoor metalen in contact met acacia snel corroderen. Uit testen is gebleken dat acacia relatief langzaam water opneemt en relatief snel water afstaat. Voor geveltimmerwerk betekent dit dat het hout droog blijft.

Het kernhout is zeer duurzaam (natuurlijke duurzaamheidsklasse I-II )

Toepassingen

Constructiehout, gelamineerde liggers, gelamineerde kozijnen, gelamineerde wisseldwarsliggers, carrosseriebouw, waterbouw (brugonderdelen, damwand, beschoeiingen), land- en tuinbouw (fruitboompalen, afrasteringspalen, wijnstokken), wijnvaten, tuin- en straatmeubilair, vlonders, deuvels, wagenbomen, spaken, velgen, laddersporten, sjoelbakschijven, tandwielen, rongen en naven in de molenbouw, trommelstokken, kammen, oliepersen, gereedschapsstelen, slaglatten, draaiwerk, binnenbetimmeringen, meubelen, parket. In oude Engelse meubelen werd robinia toegepast dat dat men toen fraaier vond dan satijnhout. Blootstelling aan licht en lucht verdiept de kleur. Verder voor spaanplaat, board en emballage.

Kastanje

Het lichtbruin tot donkerbruin gekleurde hout lijkt veel op eiken, maar is lichter in gewicht en laat zich wat makkelijker bewerken. Het vuilwitte spint is ongeveer 13 mm breed. Tamme kastanje is ringporig en heeft op het dosse vlak eenzelfde vlamtekening als eiken, maar mist de \"spiegels\" die zo kenmerkend zijn voor eiken. Tamme kastanje heeft een hoog looizuurgehalte dat corrosie van metalen versnelt. Vooral bij ijzer en staal is voorzichtigheid geboden bij contact met vochtig hout. In het verse hout van Europees kastanje komen door oxydatie van inhoudsstoffen gele verkleuringen voor. Door lakken worden deze vlekken geaccentueerd die, aan licht blootgesteld, afhankelijk van de lichtintensiteit, na enige weken tot maanden zijn verdwenen.

Het kernhout is duurzaam (natuurlijke duurzaamheidsklasse II )

Toepassingen

Geschikt voor buiten- en binnentimmerwerk, gelamineerde houtconstructies, meubelindustrie, uitvaartkisten, binnen en buitenbetimmeringen, beeldhouw-, draai- en snijwerk, keukengerei, wandelstokken, lijsten, buitendeuren, tuinmeubilair, parketvloeren (massief en tapis), scheeps- en carrosseriebetimmeringen, kisten en vaten voor voedingsmiddelen enz. De minder hoge kwaliteiten worden, in verband met de hoge duurzaamheid, gebruikt voor (gekloofde) afrasteringspalen, fruitpalen, staken en boerengeriefhout. Dun hout en houtafval worden voor de spaanplaatfabricage gebruikt.

Esdoorn

Europees esdoorn is een fraaie blanke houtsoort met een wit- tot crèmeachtige kleur die aan het daglicht blootgesteld lichtgeel wordt. Om dit verkleuren tegen te gaan, maakt men wel gebruik van speciale vernissoorten en/ of bleekmiddelen. Tussen kernhout en spint van esdoorn bestaat geen of weinig kleurverschil. Over het algemeen vertoont het hout een gelijkmatige structuur. Door een vrij scherpe begrenzing van de groeiringen is op het kwartierse vlak meestal een fijn streepdessin en op het dosse vlak een bescheiden vlampatroon waar te nemen. Kenmerkend zijn de kleine spiegeltjes op het kwartierse vlak en de enigszins zijdeachtige glans. Bij oudere bomen kan een bruinachtige kern of donkerbruine streepvorming voorkomen. Dit geldt ook voor het Amerikaans soft maple dat ongeveer 25% zachter is dan hard maple. De kleur van hard en soft maple is sterk afhankelijk van plaats van herkomst. Ook van deze soort is het hart van oude bomen nogal eens donker verkleurd. In esdoorn kunnen mergvlekken voorkomen, veroorzaakt door insecten.

Het kern- en spinthout zijn niet duurzaam (natuurlijke duurzaamheidsklasse V)

Toepassingen

Meubelen, betimmeringen, fineer en triplex, turnartikelen, binnenlagen voor tennisrackets, parketvloeren (hard-maplevloeren), sportvloeren, drukrollen voor textielfabricage, mangelrollen, beeldhouw-, draai- en snijwerk, schaakstukken en damschijven, huishoude lijke artikelen, keukenvoorwerpen (lepels, borstels enz.), lijsten, knoppen en grepen, linialen, schopstelen, schoenhakken en muziekinstrumenten (gegolfd esdoorn wordt gebruikt voor de rugzijde van violen). Het tot panelen verwerkte fineer, in het bijzonder met fraaie tekening zoals geappeld, gemoest, gebloemd en gegolfd, komt zeer goed in betimmeringen tot zijn recht. Door de schaarste aan beuken in Noord-Amerika, wordt daar esdoorn toegepast voor toepassingen waarvoor in Europa beuken wordt gebruikt.


Es

Essen is lichtgekleurd met een heterogene porositeit. Net na het kappen is het kernhout parelmoerachtig wit met een roze of groenachtige schijn. Na droging kan het geler of bruiner worden. Het spint is er niet van te onderscheiden.

Hoe dikker de stam en hoe ouder de boom, hoe vaker het hart donkerbruin tot zwart is. Dat tast de mechanische eigenschappen van het hout niet aan. In een tussenfase is die verkleuring soms heel gegeerd, voor houtwerk of snijfineer. Het hout ziet er dan sterk geaderd uit, met een donkergroene schijn. Dan heet het olijfessen.

De jaarringen van essen zijn goed zichtbaar. Op kwartier heeft het strepen en op dosse een vlamtekening. De smalle, homogene parenchymstralen vormen een fijne spiegel op kwartier. De draad is meestal recht en regelmatig.

Essen is niet duurzaam (natuurlijke duurzaamheidsklasse V).

Toepassingen

Essen verzagen is gemakkelijk. Het versnijden ook, als het hout eerst een hydrothermische behandeling onderging. Het is een van de beste houtsoorten voor buigwerk: het is flexibel, en stomen vermindert zijn sterkte niet. Het heeft ook vaak een perfect rechte draad, zonder kwasten of scheuren. Ideaal voor buigwerk dus. Daarom was het een van de beste houtsoorten voor tennisraketten. Essen verlijmen? Ook geen probleem. Voor het verlijmen van fineer kiest u voor lijm met een hoge viscositeit om doorvloei van de lijm doorheen de fineerlagen te voorkomen. Boor het hout voor als het hard is en u het moet vernagelen of vijzen. Het hout laat zich goed afschuren.Essen kunt u goed beitsen. Het is ook een geschikte ondergrond voor vernissen. Gebruikt u acryl-PU-vernissen en uv-filters? Dan behoudt u de oorspronkelijke bleke kleur. Gebruik geen nitrocellulose of alkydvernis.

Gereedschapsstelen,ladders,geraamten van lichte bootjes,fineer,meubelen,(wand)betimmering,trappen,parket,binnenschrijnwerk

Europese lariks

De Europese lariks (of Lork) (Larix decidua Mill.) komt onder meer voor in de Alpen, Polen, het Tsjechische Sudetengebergte en het Slowaakse Tatragebergte.

Naast de Europese lariks komt ook de Japanse lariks (Larix kaempferi (Lambert) Carr.) voor in Europa. Hij werd in de negentiende eeuw ingevoerd en bleek beter bestand tegen larikskanker of schorsbrand (Trichoscyphella wilkommii (Hart.) Nannf.) dan de jonge inlandse lorken. Zo kreeg hij in lagergelegen bestanden stilaan de bovenhand op de Europese lork. Japans lorkenhout is iets minder zwaar en duurzaam dan Europees lorkenhout, maar wel stabieler.

De hybride lorkensoort Larix x eurolepis Henry is de natuurlijke kruising tussen de Europese en Japanse lork. Ze heeft een hoog groeipotentieel en is goed bestand tegen schorsbrand.

De lariks groeit en zijn naalden vergaan met een hoge snelheid. Zo verrijkt hij mee het fijnsparrenbestand. Hij draagt ook bij tot bosdiversificatie: onder zijn licht doorlatende kruin groeien kruiden en struiken, wat de bodem, fauna en flora ten goede komt. Ook voor boomsoorten die later in de onderlaag zijn aangeplant en langzamer groeien, vormt de lork een prima bescherming.

Lorkenhout gaat abrupt over van vroeg- naar laathout. Dat is goed te zien aan de duidelijke groeiringen. Het laathout is ook donkerder en dichter dan het vroeghout.

Het kernhout is roodachtig bruin en verdonkert aan het licht en door veroudering. Het is duidelijk te onderscheiden van het spinthout. Dat is geelachtig wit en heel smal bij lorken uit bergstreken.

Lorkenhout heeft meestal een rechte draad en een fijne tot matige grove nerf. Bij lorken uit vlakten met een gematigd klimaat is de nerf grof. Op dosse gezaagd vertoont lorkenhout fraaie vlammen. Lorkenhout is gemakkelijk bewerkbaar, zowel machinaal als met de hand. Soms blijft er hars aan het zaaggereedschap kleven, wat tot een abnormale opwarming kan leiden.Lorkenhout heeft een heel goede drukweerstand. Klieven gaat zeer regelmatig. De stabiliteit van het hout is middelmatig.

Het kernhout is matig duurzaam (natuurlijke duurzaamheidsklasse III) en is gevoelig voor aantasting door termieten. Het spinthout is niet duurzaam (natuurlijke duurzaamheidsklasse V).

Toepassingen

De afwerking van correct gedroogd lorkenhout levert geen problemen op. Ontvet wel de harsrijke delen vóór u het hout afwerkt met verf, vernis, was of beits.

Lorkenhout voor buitenschrijnwerk vereist een behandeling volgens procedé C1, gevolgd door C2, CTOP of een dekkende verf.

Dankzij zijn kleur, textuur en duurzaamheid kan lorkenhout ook onafgewerkt worden gebruikt. Het hout vergrijst dan met de tijd en houdt zijn natuurlijk effect.

Lorkenhout voor dragende structuren onder dak vereist een behandeling volgens procedé A2.1, onbeschermde structuren volgens procedé A3 en palen volgens procedé A4.1.

Wilt u het hout bevestigen? Boor het dan voor, want lorkenhout splijt gemakkelijk.

Divers binnenschrijnwerk zoals trappen, plankenvloeren, planchetten, meubelen, decoratie,buitenschrijnwerk zoals ramen, deuren, gevel- en dakbekleding,paaltjes, dwarsliggers, houten tegels, bruggen (werken in grondcontact),chalets,structuurelementen, stadsmeubilair en telefoonpalen,scheepsbouw,waterwerken,snijfineer,...

Douglas

Douglas heeft vers meestal een licht geelbruine kleur die aan licht en lucht op den duur verkleurt tot fraai oranjeachtig geelbruin. Van snel gegroeide, tamelijk jonge bomen is het hout meer roodachtig en het wordt in Verenigde Staten dan ook wel red fir genoemd, in tegenstelling tot yellow fir voor langzaam gegroeid fijnjarig hout dat geler is. Het witachtige spint is bij oude dikke bomen (old growth) maximaal 40-50 mm en bij jongere aanplant (second growth) 70-80 mm breed. Afhankelijk van het groeigebied (kuststreken of gebergte) is niet alleen de kleur maar zijn ook de volumieke massa en de sterkte variabel. Het in Nederland geïmporteerde hout is in de regel uit de kuststreken afkomstig. Douglas is harshoudend, waardoor soms vettige vlekjes of streepjes op het geschaafde oppervlak zichtbaar zijn. Ook komen, volgens de groeiringen verlopende, met hars gevulde holten (zogenaamde harszakken) voor. Door het kleurcontrast tussen het vroeg- en laathout van de groeiringen vertoont het kwartiers en halfkwartiers gezaagd hout een duidelijke streeptekening en dosse gezaagd hout een vlamtekening. Het in Europa gegroeide douglas is in uiterlijk en eigenschappen vergelijkbaar met het \"second growth\" uit Noord-Amerika. Het in Nederland groeiende hout dat onder de naam inlands douglas wordt verhandeld, is door de bredere groeiringen grover van structuur dan het geïmporteerde hout. Het bevat veelal brede banden dicht laathout die er voornamelijk de oorzaak van zijn dat het hout een behoorlijke sterkte heeft.

Douglas is matig duurzaam.(natuurlijke duurzaamheidsklasse III)

Toepassingen

Douglas is, dankzij de gunstige sterkte-eigenschappen en de grote afmetingen waarin het te koop is, voor zeer veel toepassingen geschikt. In de bouw zowel voor binnen- en buitenwerk, bijvoorbeeld ramen en kozijnen, deuren (met kwartiers gezaagde stijlen en dorpels), riftvloeren (vloeren van kwartiers gezaagde delen), binnen- en buitenbetimmeringen, pergola\'s en hekken. Zwaar balkhout wordt onder andere voor dragende constructies toegepast. Aangezien douglas behoorlijk bestand is tegen zuren, wordt het ook voor vaten en kuipen voor de chemische industrie gebruikt. Bekende toepassingen zijn ook ladderbomen, turngereedschap (bijvoorbeeld banken, evenwichtsbalken, wandrekken), carrosseriebetimmeringen, lijsten, stelen, stokken en meubelen. In Amerika wordt het ook gebruikt voor dwarsliggers (verduurzaamd), pijpleidingen en spantconstructies. Verder voor de jachtbouw, zoals dekjes, huiden, spanten, masten, kano\'s, roeiriemen enz. Douglas is ook in de vorm van fineer in de handel verkrijgbaar. Tevens wordt douglas in enorme hoeveelheden voor de vervaardiging van constructietriplex gebruikt (Douglas fir plywood). West-Europees douglas wordt gebruikt voor allerlei soorten palen (heiningpalen, boompalen, perkoenpalen, heipalen). Het gezaagde hout wordt gebruikt voor damwand, voor al of niet gekantrecht potdekselwerk (over elkaar vallende delen gevelbekleding) en ook voor binten, balken en gordingen.

Grenen

De kleur van het verse kernhout is lichtbruin. Na verloop van tijd wordt het donkerder en varieert dan van geelbruin tot roodbruin en steekt scherp af tegen het 50-100 mm brede spint dat wit tot lichtgeel van kleur kan zijn. Het spint kan soms, meestal plaatselijk, enigszins donkerder dan normaal gekleurd zijn. Dit komt door de aanwezigheid van drukhout (reactiehout), dat als een natuurlijk gebrek moet worden gezien. In het kernhout valt deze afwijking met het blote oog vrijwel niet te constateren. Evenals de andere naaldhoutsoorten uit de gematigde luchtstreken vertoont grenen een duidelijk verschil tussen het licht gekleurde vroeghout en het donkerder gekleurde laathout. Op kwartiers gezaagd hout geeft dit een streeptekening te zien en op dosse gezaagd hout een vlamtekening. Grenen is harshoudend. Soms kunnen de harsgangen als uiterst fijne streepjes worden waargenomen. Op de langsvlakken kunnen soms opvallende donkerbruine, onregelmatig gevormde kleverige vlekken voorkomen. Deze worden veroorzaakt door het hoge harsgehalte dat plaatselijk in het weefsel aanwezig kan zijn. Vers gezaagd of geschaafd hout verspreidt een aangename hars- of terpentijngeur. Deze geur verdwijnt op den duur, maar als oud hout opnieuw wordt bewerkt, ruikt het weer als nieuw. Grenen dat afkomstig is van aanplantingen (vrijwel al het grenen dat tegenwoordig wordt aangevoerd) bevat een groot percentage spint, aangezien de pijnbomen pas op circa 25-jarige leeftijd kernhout gaan vormen. Uit onderzoek is gebleken dat de mechanische eigenschappen van grenenspint niet onderdoen voor kernhout. Europees grenen heeft een zeer groot groeigebied met zeer verschillende klimatologische omstandigheden. Als gevolg hiervan treedt er een grote variatie op in groeiringbreedte, volumieke massa, grootte van de cellen, celwanddikte en aantal en grootte van de kwasten.

Het kernhout is matig tot weinig duurzaam (natuurlijke duurzaamheidsklasse III-IV)

Toepassingen

Europees grenen kan voor veel doeleinden worden toegepast. Voor welk gebruik het geschikt is, hangt, vooral bij grenen, voor een groot deel van de kwaliteit af. Indien grenen buiten wordt gebruikt, verdient het aanbeveling, in verband met het vrijwel altijd aanwezige niet-duurzame spint, het hout te verduurzamen. Grenen wordt gebruikt in de bouw voor binnenkozijnen, ramen, deuren, binnen- en buitenbetimmeringen en balkhout. Bekend zijn de kwartiers (rift) gezaagde vloeren. In de botenbouw voor huidbeplanking, masten, roeiriemen en spanten. In de waterbouw als steigerdekken, paalhout, damwand en gordingen. Grenen met smalle groeiringen wordt gebruikt voor meubelen. Andere toepassingen zijn dwarsliggers, mijnhout, pallets, kisten en kratten, houtwol, papier, boompalen, hekpalen, speeltoestellen, fineer voor de triplexindustrie enz.