In deze tutorial zie je dertien simpele, goed bruikbare, creative montagetechnieken. In de bijlage hieronder staan ze nog eens keurig op een rijtje om na te lezen.
Standard cut/ harde cut: normale, gebruikelijke overgang tussen twee shots.
Jump cut: tijdsverschil.
Montage: ‘signify the passage of time’, geeft aan dat er tijd verstreken is, zoals bijvoorbeeld een flashback. Hier wordt vaak muziek aan toegevoegd om het te versterken.
Cross fade: tijdsverschil (bv een flashback) of om meerdere shots tegelijk te laten zien. Alleen gebruiken als je er een duidelijke reden voor hebt.
Wipe: beeld wegduwen met een ander beeld.
Fade in/out: tijdsverschil. Nacht naar dag, of als iemand in slaap valt.
J/L cut: maak van de tekst een voice over. J cut: de reagerende persoon wordt een voice over. L cut: initiërende persoon wordt voice over. Kijker het volgende shot in ‘trekken’ door middel van geluid.
Cutting in point of action: snijden als de beweging wordt ingezet of iets later.
Cutaways / inserts. Geven een extra context aan de scène.
Cross cut parallel editing: twee scènes door elkaar heen monteren die tegelijk in het verhaal gebeuren
Match cut: van de ene scène naar de andere gaan, waarbij iets in de compositie hetzelfde is.
Smash cut: van een heel druk heftig shot naar een heel rustig shot.
Invisible cut: een cut die je niet ziet. Gebruik een overgang die de cut camoufleert.