Symbolen. Iedereen heeft ze al gezien: verkeersborden, de op een kaartspel, op de afstandsbediening van de televisie,…
Symbool" komt van het Griekse "symbolon" en wil zeggen "teken"
Symbolen hebben twee doelen:
een tekening, een plaatje dat een afbeelding is van iets werkelijks, zodat je direct weet waarvoor iets dient, waar je moet zijn, waar je moet drukken,...
als hulpmiddel om gedachten of gevoelens over te brengen die moeilijk onder woorden te brengen zijn….
Sommige symbolen hebben dus een diepere betekenis. Het is niet zo eenvoudig uit te leggen, daarom geven we een voorbeeld.
Je had een hele goede vriend(in). Toen je klein was, heb je met hem of haar heel veel plezier beleefd. Op schoolreis, op kamp, op koorreis of sportkamp... hebben jullie een hele toffe tijd gehad. Misschien wel de leukste dag van je leven. Daar hebben jullie elk een sleutelhanger gemaakt. En met elkaar geruild.
Het schooljaar later moest je vriend(in) verhuizen. En gingen jullie niet meer naar dezelfde school.
Die sleutelhanger betekent dan ook veel meer voor jou dan voor een ander. Voor anderen is het gewoon een leuke sleutelhanger. Maar voor jou...
Dit voorbeeld was er een met een persoonlijk symbool. Maar er zijn natuurlijk ook symbolen die door een groep mensen gedeeld worden. Denk maar aan het beeld van Jezus aan het kruis dat je in kerken ziet. Het is een symbool om de dood en verrijzenis van Jezus te herinneren.
Symbolen helpen ons dus om dingen, personen of gebeurtenissen te blijven herinneren. Ze zorgen ervoor dat we die dingen, personen of gebeurtenissen sneller herinneren. Sneller en makkelijker dan als die symbolen er niet waren.
Een lied, een dier, een voorwerp, een woord kan je ziel beroeren. Het kan voor jou een persoonlijke betekenis krijgen. bvb. Voor je ouders is ‘een’ trouwring niet hetzelfde als ‘hun' trouwring. Je kan geraakt worden via al je zintuigen. Een geur, een foto, een moment, een melodie..