Een heel speciale viering met onze vormelingen. Het woord zegt het zelf: het kruis, als teken van ons geloof staat centraal.
Dat kruis roept vele betekenissen op? misschien wel veel meer dan je op het eerste zicht zou denken.
Een kruisje als plus-teken. Het is een teken dat we mensen bij elkaar willen optellen, dat iedereen meetelt. 'Plus' wil ook dikwijls zeggen: 'positief', en zo willen we vooral het positieve in de wereld zoeken, de positieve dingen een duwtje in de rug geven.
Een kruisje als kruispunt. Op een kruispunt moet je kiezen welke weg je inslaat. Je zult ook ooit moeilijke keuzes moeten maken, want je wordt langzaamaan volwassen. Met dit kruisje willen we zeggen dat we met God willen praten en nadenken als we op zo'n kruispunt komen.
Een kruis als wegwijzer. Het kruis ver-wijst naar de woorden en het leven van Jezus. De verticale balk van het kruis wijst ons de weg naar God die Vader is, die Liefde is. De horizontale balk van het kruis wijst ons de weg van de liefde voor elkaar, door vriendschap te tonen maar soms ook door elkaar te troosten in moeilijke momenten. Op het kruispunt van de twee balken is Jezus ons voorgegaan, hij nam het lijden en verdriet van de mens op Zijn schouders en droeg al hun last.
Bij het doopsel gaven jullie ouders je een kruisje. Achteraf hebben ze ons geleerd een kruisteken te maken. Met de kruisoplegging ontvangen jullie een kruisje, een uitnodiging om nooit te vergeten wat Jezus deed voor alle mensen. Hij nam het lijden en het verdriet van de mens mee op Zijn schouders en droeg al hun lasten.
Een kruis is ook een teken van lijden.
In vele vormen:
Ziek zijn en niet meer kunnen dromen van genezing...
Niet kunnen doen wat je nog zou willen doen...
Tegenslag hebben met het gezin of met het werk...
Dat is een kruis voor vele mensen.
Bekeken worden als iemand die niets goeds kan doen...
Veroordeeld worden omwille van je afkomst of je verleden...
Dat is een kruis voor vele mensen.
Uitgesloten worden... Gepest worden...
Niet meer beschouwd worden als iemand van de klas,
Bij niemand nog een echte thuis vinden...
Dat is een kruis voor vele mensen.
Op de vlucht moeten... In honger leven...
Als kind moeten werken om wat geld te verdienen...
Ervaren dat de kloof tussen arm en rijk zo groot is...
Geteisterd worden door natuurrampen...
Dat is een kruis voor vele mensen.
En dan is ons kruis belangrijk!
Want Jezus leert ons dat het anders kan. Dat wij elkaar kunnen helpen.
Ons kruisje helpt ons te herinneren aan de vraag die Jezus aan elk van ons stelt: "Wil je Mij volgen?" "Geloof je in Mij?" " Doe dan wat ik je heb voorgedaan".
Het antwoord is aan ieder van ons.
Het lijdensverhaal van Jezus start met het Laatste Avondmaal. Na het verraad door Judas, wordt Jezus meegenomen van de Olijfberg en voor Herodus en Pilatus gebracht. Na zijn veroordeling volgt de Kruisweg. Jezus moet zijn kruis dragen van de gevangenis tot op de plaats van zijn terechtstelling. Na zijn dood verrijst Jezus! De vijftigdagentijd start: we gaan op weg naar Pinksteren.
Al wekenlang, al maandenlang had hij het voelen aankomen. De vijandige blikken van de Romeinse machthebbers. De venijnige woorden van de joodse leiders. Hun pogingen om hem vast te zetten met hun vragen. Hun haat en jaloezie als de mensen dicht bij hem wilden zijn en naar hem luisterden. Ze hebben hem tenslotte gevangengenomen als een misdadiger. En vandaag heeft hij zijn vonnis te horen gekregen: ze hebben hem ter dood veroordeeld.
Dood! Dat kan toch niet! Nooit meer samen met zijn vrienden door het land trekken. Nooit meer lachen en praten met mensen. Het doet pijn. Hij is alleen: zijn vrienden zijn allemaal gevlucht. Nu is er niets meer aan te doen.
Het kruis is zwaar. Hij moet het dragen, ook al kan hij het bijna niet. Hij kijkt om zich heen, zoekt naar een gezicht dat hij kent. Maar er is niemand, alle mensen lijken vijanden.
De soldaten duiden een man aan die langs de weg staat. "Jij daar, hier komen! Je moet het kruis van deze veroordeelde helpen dragen. Anders komen we niet vooruit."
Simon van Cyrene heeft er geen zin in. Hij kwam alleen een kijkje nemen. Eens zien wie die Jezus was over wie zoveel te doen was. Eerst snapt hij niet wat er aan hem zo speciaal is. Dan kijkt Simon in zijn ogen. Die zijn zo open dat het pijn doet. Deze man is eerlijk en goed, weet hij opeens.
Hij neemt het kruis vast en tilt een deel van het gewicht, zo goed als hij kan. Hij wil Jezus helpen, al weet hij dat het niet veel uithaalt.
Opeens hoort Jezus bekende stemmen. Die vrouwen kent hij! Hij heeft ze ontmoet toen hij rondtrok. Het zijn vriendinnen. Nu staan ze langs de kant van de weg en huilen. Ze kijken hem radeloos aan, steken hun handen naar hem uit. Maar ze kunnen hem niet helpen.
De stoet is aangekomen. Soldaten maken het kruis klaar. Ze trekken de kleren van Jezus uit. Niets blijft er van hem over. Ze nemen alles af: zijn leven en zijn vrienden, zijn hoop en zijn kleren, zijn toekomst en zijn zekerheden. Hij staat daar zo kwetsbaar, voor
iedereen te kijk. De soldaten maken Jezus vast aan het kruis. Ze nagelen dikke spijkers door zijn handen en voeten.
Nu kan niemand hem meer redden. Hij voelt zich door iedereen in de steek gelaten. Door God, door zijn vrienden. Alles in hem geeft het op: zijn bloed, zijn kracht, zijn adem. Hij laat alles los en geeft zich over.
Alles is voorbij.
Vrienden van Jezus halen hem van het kruis. Ze zorgen voor zijn arme lichaam. Jozef van Arimatea is een vriend van Jezus. Niet lang geleden heeft hij een nieuw graf gekocht, een ruimte in de rotswand. Daar wilde hij ooit liggen als hij gestorven was. Maar nu is er Jezus. Die gaat voor. Zo ’n goede mens, ter dood gebracht als een echte misdadiger. Jezus hoort thuis in een nieuw graf. Wat hij deed en zei, was altijd al nieuw. Het was het droevigste paasfeest van ons hele leven.
Ik had na de sabbat kruidige balsem gekocht om het lichaam van onze lieve Jezus te gaan zalven. Vroeg in de morgen op de eerste dag van de week ging ik samen met de twee Maria’s naar het graf van Jozef van Arimatea , waarin ze hem hadden neergelegd. Maria van Magdala was tegen haar gewoonte in heel zwijgzaam. Maria van Jacobus huilde aan één stuk door. Toen we vlakbij waren, zei Maria van Magdala opeens: “Hoe krijgen we die zware steen voor de ingang weggerold?” Ze had gelijk. We waren wel met z’n drieën, maar toch.
Toen we de laatste bocht om kwamen, zagen we dat de steen al weggerold was! We renden ernaartoe. Ze hadden toch zeker niets gedaan met het lichaam van onze Jezus! Hijgend holden we het graf binnen.
De plaats waar we Jezus hadden neergelegd, was leeg. Rechts zat een jongeman in een wit kleed. Hij zei: “Schrik niet. Jullie zoeken Jezus, maar hij is niet hier. Hij is tot leven gewekt. Hij gaat jullie voor naar Galilea. Zeg dat maar tegen Petrus en de anderen.”
We konden niets zeggen, zo bang waren we. We liepen achteruit naar buiten, het graf uit. We gingen naar huis en vertelden het aan de anderen, maar ze geloofden ons niet.