In oude tijden was een "aalmoezen"-ier een hooggeplaatste geestelijke, die belast was met het beheer van de armenzorg-gelden, ook aan de hoven van hoge geestelijken en Rooms Katholieke vorsten. Tegenwoordig zijn aalmoezeniers de geestelijken, die belast zijn met de zielzorg voor een bepaalde groep van gelovigen, een organisatie of een vereniging (militairen, jeugdbeweging, gevangenis, ziekenhuis,...).
Het woord "aarts" betekent "het hoofd zijn", de eerste zijn, de hoogste, de voornaamste in rang. Zo heb je een aartsbisdom, aartsbisschop, aartsengel, aartsvader,...
Advent komt van het Latijnse woord ‘adventus’, dat (aan)komst betekent. In onze Kerk is de Advent de tijd van uitkijken en ver-wachten, op de komst van Jezus Christus. Ons Liturgisch Jaar start met de Advent. Je kan zeggen dat het dan Nieuwjaar is voor Christenen!
De Advent start niet altijd op dezelfde dag. Op 30 november is het de feestdag van Sint Andreas. De zondag die het dichtst bij deze feestdag valt, is de eerste zondag van de Advent. Dat betekent dat de Advent ten vroegste kan starten op zondag 27 november en ten laatste op zondag 3 december.
Het einde van de Advent is wel steeds gelijk, namelijk bij het avondgebed van 24 december. En ja, 24 december kan ook een zondag zijn. Zo telt de Advent steeds vier zondagen.
Tot midden de 20ste eeuw werd er in de Advent gevast, net zoals in de veertigdagentijd (vroeger : de vastentijd). En ja, in deze tijd van het Liturgische Jaar zal je vooral de boodschap van verwachting horen. Verwachten, uitkijken, waakzaam zijn, je voorbereiden ... dat zijn de kernwoorden van deze tijd.
En natuurlijk, de advent is maar een eerste stuk van de Kerstkring
Aswoensdag is van oorsprong een rooms-katholieke traditie. Tijdens de kerkdienst worden de groene takjes van Palmpasen van vorig jaar verbrand. Met de as tekent de priester een kruisje op het hoofd van de mensen. En hij zegt: ‘Stof zijt gij en tot stof zult gij wederkeren’. Deze woorden benadrukken de vergankelijkheid van het aardse leven. De vorm van het kruis wijst op het eeuwige leven. Steeds meer protestantse gemeentes hebben ook een aswoensdagviering.
Een biechtstoel is een meubel dat in kerken staat en waarin de biecht wordt afgenomen.
Meestal bestaat de biechtstoel uit twee delen, gescheiden door een rooster of gordijn. Het is de bedoeling dat de biechteling anoniem blijft, zijn ruimte is dan ook duister zodat de priester hem niet kan herkennen. De priester zit aan de ene kant, de biechteling knielt aan de andere kant.
Soms zit de priester in het midden en kan aan weerszijden een biechteling plaatsnemen, een tijdens de biecht terwijl de ander op zijn beurt wacht en in dat geval wordt het rooster aan de niet-gebruikte zijde met een schuifje afgesloten.
In religie wordt met de term 'canon' de religieuze boekwerken aangeduid die door de verschillende godsdiensten als heilig worden beschouwd, zoals de Tenach voor het jodendom, de Bijbel voor het christendom en de Koran voor de islam.
Het uitleggen en doorgeven van het christelijke geloof in een christelijke God die als een liefdevolle en rechtvaardige Vader is voor alle mensen en in zijn zoon Jezus die zijn leven heeft gegeven voor alle mensen om zo alle pijn en verdriet in de wereld te verminderen en te verzachten.
Een samenkomst van mensen, jong en oud, in naam van hun geloof in een christelijke God en in Jezus. Tijdens deze bijeenkomst wordt er geluisterd naar eeuwenoude verhalen over God en Jezus. Er wordt brood gebroken en wijn gedeeld als symbolen voor het geluk en het verdriet van elk mensenleven en als oproep om elkaar te helpen en solidair te zijn. De eucharistie staat symbool voor Jezus die zijn leven geeft voor alle mensen om zo alle pijn en verdriet in de wereld te verzachten en te verminderen. De eucharistie is een uitdrukking van dankbaarheid en een opdracht er voor elkaar te zijn.
De evangelisten Marcus, Lucas, Johannes en Matteüs vertellen het verhaal van Jezus in de vier evangeliën, de kern van het Nieuwe Testament. Ze zijn misschien wel de meest afgebeelde heiligen. Hoe herken je hen bij je volgende bezoek aan onze kerk?
Johannes en Matteüs, twee van de apostelen van Jezus, maar ook Lucas en Marcus hadden het leven van Jezus van dichtbij meegemaakt en hebben de belangrijkste verhalen op schrift gezet. Deze vier evangelisten zijn erg belangrijk geweest in de verspreiding van het christelijke geloof en daarom kom je in bijna iedere kerk afbeeldingen van hen tegen.
Meestal zijn ze te herkennen omdat de vier evengelisten een boek - het evangelie dat ze zelf schreven - bij zich hebben. Maar ze zijn vooral te herkennen aan hun eigen symbool: Marcus een Leeuw, Lucas een Stier, Matteüs een Engel en Johannes een Adelaar.
Volgens een legende zou Marcus met zijn vader eens een leeuw zijn tegengekomen in de woestijn. Zijn vader was bang en wilde wegrennen, maar Marcus verzekerde hem dat hun geloof in Jezus ze zou redden. Hij begon te bidden en de leeuw viel dood neer.
Lucas benadrukte in zijn evangelie, dat Jezus werd geofferd als boetedoening voor de mensheid. De stier is een traditioneel offerdier.
De stier en de leeuw worden soms met vleugels afgebeeld als een verwijzing naar de profeet Ezichiël, die voorspelde dat iedere evangelist zou worden geholpen door een gevleugeld wezen.
De adelaar van Johannes is een symbolische verwijzing naar het verhevene van zijn evangelie. Soms kan je Johannes ook zien met kelk en een slang. Volgens een legende dronk Johannes namelijk eens een kelk met gif om zijn geloof te bewijzen.
Het symbool van Matteüs werd de engel, het vierde gevleugelde wezen uit het boek Openbaring. Hier staan vier gevleugelde dieren beschreven bij een visioen van de hemel: “Het eerste dier was een leeuw gelijk, en het tweede dier een kalf gelijk, en het derde dier had het aangezicht als een mens, en het vierde dier was een vliegende arend gelijk.”
Een federatie in de Katholieke Kerk is een samenwerkingsverband tussen verschillende parochies. Een federatie wordt geleid door een priester(s) en diakens, met aan het hoofd een federatiepastoor. Onze federatie Ekeren omvat drie parochies: St.-Lambertus Ekeren, St.-Laurentius Ekeren en St.-Theresia van het Kind Jezus Ekeren (Bunt). Zoals je op de afbeelding ziet, staan er vier gebouwen op. Dat is namelijk de kerk van Sint Franciscus aan Rozemaai, dat geen parochie is.
Om heilig te worden moet je eerst en vooral overleden zijn.
Vervolgens wordt jouw leven grondig onderzocht om er zeker van te zijn dat je heel wat goede dingen voor anderen hebt gedaan.
Valt dat onderzoek positief uit, dan krijg je het etiket ‘eerbiedwaardig’.
Dan is het zoeken of wachten op twee mirakels of wonderen die je als mogelijke heilige zou hebben verricht. Vaak gaat het om de wonderbaarlijke genezing van ongeneeslijk zieke mensen.
Worden die wonderen ook erkend door een speciale commissie, dan kan je heilig verklaard worden. Na wonder 1 ben je zalig, na wonder 2 word je heilig.
Een heilige is een voorbeeld voor gelovigen. Zij kunnen inspiratie opdoen uit de manier waarop de heilige geleefd heeft om zelf een christelijk leven te leiden. Ook voor niet-gelovigen of anders-gelovigen zijn heiligen vaak een voorbeeld, omdat ze over het algemeen laten zien wat het betekent om een goed mens te zijn.
Hemelvaart valt 40 dagen na Pasen. Hemelvaartsdag valt dan ook altijd op een donderdag. Jezus Christus heeft geleden, is gekruisigd en daarna herrezen uit de dood. In de dagen tussen Pasen en Hemelvaart verschijnt hij regelmatig aan zijn leerlingen. Tot het moment dat hij naar de hemel gaat. In de bijbel staat dat Jezus voor de ogen van zijn leerlingen wordt opgenomen en dat hij aan hun zicht onttrokken worden door een grote wolk. Zijn leerlingen blijven bedroefd maar hoopvol achter. Jezus heeft hun immers de komst van de geest beloofd. Op de 10de dag na Hemelvaart daalt de heilige geest neer. Dan is het Pinksteren, 50 dagen na Pasen.
Het woord hostie komt van het Latijnse hostia, dat offer betekent. De hostie staat symbool voor het lichaam van Christus. Want Hij heeft zich geofferd voor de mensheid. Hosties bestaan uit ongedesemd tarwebrood en water. Ze worden volgens pauselijke voorschriften gemaakt. Vroeger deden nonnen dat met de hand, maar gelukkig zijn er tegenwoordig speciale hostiemachines. De priester breekt tijdens de mis de hostie in stukken en deelt andere kleinere hosties aan de gelovigen uit tijdens de communie als een symbolische herhaling van het Laatste Avondmaal
Een ander woord voor hostie is "ouwel"
Wanneer we kerk met een kleine letter schrijven bedoelen we meestal het gebouw. Kerk met de hoofdletter, dat is het instituut, de gemeenschap van gelovigen. Iedere christen, iedere gedoopte - dus ook jij - maakt deel uit van dat volk, dat samen de Kerk vormt
Jezus zelf heeft de Kerk ingesteld. Het is de gemeenschap van de mensen die Jezus willen navolgen in woord, daad en gedachten. De Apostel Paulus noemde de Kerk ‘het Lichaam van Christus’: Jezus is het hoofd ervan en alle andere mensen hebben hun eigen plek binnen dit lichaam. Net zoals we alle delen van ons lichaam nodig hebben, zo zijn alle lidmaten van de Kerk belangrijk voor de hele Kerk.
We hebben allemaal de taak om God aanwezig te stellen in de wereld. Dat doen we door onze manier van leven: zo kunnen mensen God herkennen in de wijze waarop wij met anderen omgaan.
Je zou de gelovigen in drie grote ‘groepen’ kunnen indelen, die ieder een eigen roeping hebben binnen de Kerk:
de "leken", de gelovigen
religieuzen
diakens, priesters en bisschoppen.
Over de ouderdom van het gebruik als kerstboom lopen de bronnen zeer uiteen. Waarschijnlijk hadden de Germanen, al voor de kerstening, rond de tijd van winterzonnewende een altijd groene boom in huis of op het erf.
Dankzij de protestanten kennen wij nu de kerstboom. Luther verklaarde in het begin van de zestiende eeuw de kerstboom tot symbool van de geboorte van Jezus. Eerst stond de boom alleen nog in de kerken. Pas eind 19de eeuw haalde men hem, allereerst in protestantse landen, de huiskamer binnen.
De kerstboom herinnert de christen volgens Luther aan de boom in het paradijs: de kerstboomballen aan de vruchten waarvan Adam en Eva aten. De piek in de boom staat voor de ster die de Wijzen de weg wees naar de geboorteplaats van Jezus. Soms wordt de piek daarom door een ster vervangen.
De katholieken gaven eerder aan de kerststal, eventueel met groene versieringen, de ereplaats in huis. Protestanten weerden echter in het algemeen de beelden van de kerststal, vanwege hun beeldenverbod, vandaar had de kerstboom bij hen meer succes.
Op het Sint-Pietersplein (Vaticaan) staat pas sinds 1982 een grote kerstboom. Het is een initiatief van paus Johannes Paulus II die vond dat het plein in de Kersttijd wel wat versiering kon gebruiken. Kerstbomen waren tot die tijd weinig gangbaar in Italië.
De Kerstkring bestaat uit twee grote delen:
De Advent (4 zondagen) en de kersttijd, de feestelijke tijd die op Kerstmis begint en eindigt met het Doopsel van Jezus, na Driekoningen. Vroeger stopte de kersttijd op Maria Lichtmis, de "presentatie" van Jezus in de tempel. Sinds het tweede Vaticaans Consilie is de Kersttijd ingekort tot het feest van de doop van Jezus.
Het is niet gemakkelijk om het juiste ontstaan van Kerstmis te achterhalen. De precieze geboortedatum van Jezus is niet gekend. In 336 n.C. vierde men in Rome Kerstmis op 25 december. Er zijn verschillende hypotheses waarom dit feest nu juist op dat moment werd gevierd.
Volgens sommigen zouden de Christenen het heidense feest van de winterzonnewende vervangen hebben door het feest van de geboorte van Christus. De Romeinen vierden de geboorte van de onoverwinnelijke zonnegod, terwijl de Christenen de geboorte van “het ware licht, dat iedere mens verlicht” (Joh 1,9) vieren.
Een andere hypothese gaat ervan uit dat de Christenen in de derde eeuw de juiste datum van Jezus’ geboorte probeerden te achterhalen. Hierbij speelde de symboliek van Christus als licht en zon van de gerechtigheid een grote rol. Daarom schonk men veel aandacht aan de natuurlijke standen van de zon. Zo plaatste men de geboorte van Johannes de Doper op de zonnewende van juni, wanneer de zon haar hoogste punt bereikt (vgl. Joh 3,30: Hij moet groter worden, maar ik kleiner) en omdat Jezus volgens het Lucasevangelie zes maanden later geboren werd, werd zijn geboortedag gevierd op de winterzonnewende.
Het woord Kerstmis is ontstaan uit de term ‘Christus-mis’, omdat tijdens de mis de geboorte van Jezus Christus wordt gevierd.
In de liturgie van Kerstmis vieren we de geboorte van Christus. In de vijfde eeuw sprak paus Leo de Grote over het mysterie van Christus’ geboorte, maar in feite is Kerstmis geen apart mysterie. Het wil ons eerder verbinden met het begin van het Paasmysterie. Kerstmis bereidt ons voor op het Paasmysterie, door dat Jezus, Zoon van God is, dan mens geworden is.
Bronvermelding: J. LAMBERTS, Volksgebruiken in de loop van het liturgisch jaar, Averbode, Altiora, 2001, p. 29-33.
Lepra of melaatsheid is een infectieziekte die vooral de huid, de zenuwen, de ogen en de bovenste luchtwegen aantast. De ziekte wordt veroorzaakt door een leprabacil (een bacterie).
Ze is besmettelijk en wordt doorgegeven via de ademhaling/luchtwegen (hoesten of niezen).
Er is intussen een goed medicijn (een cocktail van antibiotica) tegen de ziekte. Afhankelijk van de vorm van de lepra duurt de behandeling gemiddeld 6 tot 12 maanden.
Zie ook: damiaanactie.be.
Heel wat zieken lopen echter blijvende verminkingen op, waardoor ze voor het leven zichtbaar getekend zijn. Omdat lepra vooral voorkomt in arme gebieden betekent dit dat de zieken nog steeds vaak verstoten worden uit hun gemeenschap.
Het woord missie verwijst naar iemands speciale missie, opdracht of taak. Zo is het de opdracht van een christelijke missionaris om het verhaal van Jezus te verspreiden en mensen in nood te helpen.
Het woord missie komt van missio (lat.) dat ‘zending’ betekent.
Het nieuwe testament is het tweede deel van de Bijbel. De verhalen over Jezus werden eerst mondeling doorverteld. Ze zijn na de dood en de verijzenis van Jezus opgeschreven, vanaf de eerste helft van de eerste eeuw en het begin van de tweede eeuw in het Oud Grieks. De brieven van de Apostel Paulus aan de eerste christelijke gemeenschappen horen bij de vroegste teksten. In totaal zijn er 27 boeken en brieven die deel uitmaken van het Nieuwe Testament.
Ze hebben een verschillend karakter, zijn taalkundig ook verschillend en zijn vanuit diverse plaatsen en in diverse omstandigheden geschreven. Toch zijn er in deze 27 boeken ook veel overeenkomstige ideeën te vinden.
Er zijn eeuwenlang veel discussies gevoerd over welke boeken er in het Nieuwe Testament thuishoorden, de zogeheten canon van de Bijbel. Er waren boeken in het Nieuwe Testament, waarvoor dit duidelijker was dan voor andere. Zo stond tegen het einde van de tweede eeuw een vrij groot deel praktisch vast. Dat waren de evangeliën, Handelingen en de meeste brieven van Paulus. De canon, waar men het tegenwoordig wereldwijd over eens is, kreeg in 367 na Chr. een officieel karakter in de zogenaamde Paasbrief van Athanasius. Na die Paasbrief was er vooral nog discussie over het Bijbelboek Openbaring.
De verhalen zijn heel lang geleden geschreven, voor volwassenen. En zelfs voor hen zijn de verhalen heel moeilijk te begrijpen, te bevatten, te vertalen naar het leven van elke dag. Je leest dikwijls bij een bijbelverhaal : Verhaal naar... Dit zijn niet de originele teksten, maar de tekst vertaalt naar kinderen en jongeren van vandaag. Door mensen die daar mee bezig zijn zodat dit op een verantwoorde en zinvolle wijze kan doorgegeven worden door ons. Wij gebruiken heel dikwijls de verhalen uit "De bijbel in 1000 seconden".
Met Pasen herdenken Christenen het sterven van Jezus én vieren zij zijn wederopstanding. Jezus werd één dag voor Pesach, het Joodse Paasfeest, berecht. Toen Pesach aanbrak en de Joden feestvierden om hun uittocht uit Egypte te herdenken, werd Jezus door de Romeinen op een heuvel even buiten Jeruzalem gekruisigd. De dag na de sabbath gingen Jezus` volgelingen naar zijn graf. Tot hun schrik zagen ze dat het graf open stond en leeg was! Maar nog dezelfde dag zag een aantal van hen hem weer levend rondlopen: hij was herrezen!
Wat vieren we met Pinksteren? Wel, dan wordt herdacht dat de Heilige Geest neerdaalde over de apostelen van Jezus. De naam Pinksteren is afgeleid van het Griekse woord `pentekoste` dat vijftigste (dag) betekent.. Het valt precies 50 dagen na het Paasfeest. Met Pinksteren kwam er uit de hemel een hevig gedruis en boven ieders hoofd zweefde opeens een vlam. Deze apostelen begonnen daarop vol enthousiasme alle volken in hun eigen taal toe te spreken en het evangelie te verkondigen. De apostelen doopten duizenden mensen. Dit betekende het begin van de verbreiding van het christendom.
Een priester is een tussenpersoon tussen God en de mensen. Ook andere godsdiensten hebben priesters. Een priester staat dus heel dicht bij God. Hij is door God geroepen om zijn boodschap van liefde en respect te verspreiden en waar te maken, om brood en wijn te breken en te delen tijdens de eucharistie en om er te zijn als een vader voor alle mensen.
De rozenkrans kun je overal mee naar toe nemen. Het is een kralensnoer met vijf reeksen van tien kralen. Na een Onze Vader herhalen we tien keer het ‘Wees Gegroet’.
Tijdens het bidden van de rozenkrans sta je stil bij gebeurtenissen uit je leven en het leven van Jezus en Maria. De rozenkrans is als het ware een krans van gebeden (rozen) die we aan Maria aanbieden, terwijl we vragen om haar gebed.
Een school waar kandidaat priesters worden opgeleid. Het woord seminarie komt uit het Latijn. "Semen" is het woord voor zaad. Het zaad van de priesterroeping zal op deze school verder groeien.
“Urbi et orbi” is de zegen die de paus geeft aan de inwoners van Rome en de rest van de wereld. Vroeger werd deze benaming gebruikt voor alle uitlatingen van de paus die niet alleen voor de stad “urbis” maar voor de hele katholieke wereld “orbis” golden. Tegenwoordig wordt het urbi et orbi feitelijk alleen nog uitgesproken met Kerstmis en Pasen en bij bijzondere gelegenheden zoals het aantreden van een nieuwe paus.