Voetbalvlegels: de stadsderby (Geplaatst in De Brug, november 2024)
Deze week draait het om de clash tussen de ‘eeuwige rivalen’ DOS Kampen en Go-Ahead Kampen. De stadsderby is een unieke wedstrijd die de glorie van het Kamper voetbal uit de hoogtijdagen nog steeds weerspiegelt. Dit affiche wordt daarom zeer gewaardeerd door ‘vinkers’ en ‘stadionhoppers’ in heel voetballand. DOS - Go-Ahead prijkt zelfs in de top 50 van 'de mooiste derby’s wereldwijd', volgens het liefhebbersplatform ‘In de Hekken’.
Een verraderlijke actie zette de boel op scherp
Het is een gulden regel in de voetbalsport: hoe specialer de derby, des te meer er in het verleden is voorgevallen. Van Milaan tot Glasgow en van Buenos Aires tot São Paulo, overal zijn er conflicten of (uitver)grote tegenstellingen te noteren. In het geval van DOS en Go-Ahead geldt beide. De tegenstelling tussen de stad en volksbuurt Brunnepe was er al vanaf de oprichting van DOS in 1926, en ook de preferente geloofsstroming van de leden zorgde voor een scheiding. (En dat terwijl beide verenigingen statutair ‘neutraal’ bleven.) DOS stond bekend als ‘hervormd’ en Go-Ahead, met veel PTT’ers en ondernemers aan boord, als ‘gereformeerd’. In tijden van verzuiling betekende dit een onoverbrugbare kloof.
De lading tussen beide verenigingen werd verder gevoed door een verraderlijke actie in 1957. In dat jaar speelde het tweede team van Go-Ahead in een competitie met DOS 1 en Urk 1. Door een speling van het lot kon DOS tegen alle verwachtingen in kampioen worden als Go-Ahead 2 van Urk zou winnen... en dat deden ze. Een groot feest barstte op Seveningen los. Echter, wat niemand vermoedde, was dat een lid van de elftalcommissie bewust een ongerechtigde speler had laten opstellen om DOS een hak te zetten. Het ging om een teruggekeerde militair, die al enkele wedstrijden in het eerste had gespeeld en zich van geen kwaad bewust was. Een telefoontje naar Urk (onder een valse naam, die naar KHC verwees) bedierf de feestvreugde abrupt.
De KNVB luisterde naar het daaropvolgende protest van Urk, greep in en liet de wedstrijd overspelen. En... Go-Ahead 2 verloor, waardoor Urk kampioen werd. Dat DOS uiteindelijk bij keuze mocht promoveren, was een onverwachte meevaller. Het bestuur van Go-Ahead verbande de dader resoluut van het sportveld, maar de toon tussen DOS en Go-Ahead was door een rancuneuze Kowetter voorgoed gezet…
Vroeger liever derbystrijd met de Zwollenaren
De eerste stadsderby werd 130 jaar geleden al gespeeld. Het was een wedstrijd waarin de officieren in opleiding van Quick Kampen, in hun allereerste wedstrijd, met liefst 10-0 klop kregen van VV Celeritas. Een wedstrijd tussen Kamper ploegen werd altijd goed bezocht, maar niet als echte derby ervaren. De strijd tussen een Kamper en een Zwolse ploeg kende, in tegenstelling tot nu, juist wél een heel andere beleving. Een IJsselderby maakte de sentimenten pas echt los en zorgde steeds vaker voor ongehoorzaamheid op en naast het veld. Ook fysiek geweld werd gaandeweg een steeds groter probleem, met ‘Den slag om Kampen’ in 1926 als absoluut dieptepunt. Een derby leverde, mede vanwege de sensatie die op de loer lag, steeds grotere volksverhuizingen op. In het begin van de 20e eeuw tot aan de Tweede Wereldoorlog reisden duizenden supporters per trein, koets of fiets heen en weer voor een wedstrijd tussen Kampen en Zwolle.
Luchtigheid in de strijd
De echte neteligheid is anno 2024 verdwenen, maar een wedstrijd tussen DOS en Go-Ahead blijft speciaal. En dat geldt niet alleen voor de keurkorpsen. Op een gemiddelde zaterdag staat het affiche van jong tot oud een stuk of vijf keer op het programma. Bij de jongste jeugd zorgt het stadsduel eveneens voor drukte langs de lijn. Vaders, moeders, broers, zussen, opa’s en oma’s, ze komen altijd graag kijken. Toch zijn er ook notoire afhakers. Waar sommige opa’s strooien met bonuseuro’s voor gemaakte doelpunten, zetten de nukkigen onder hen nog steeds geen voet op ‘het verkeerde sportpark’ en komen om principiële redenen dus nooit bij hun kleinkinderen kijken.
Supporters van beide teams geven de derby nog meer glans en kleur. Streken worden al tijden heen en weer uitgehaald. Zo stond er ooit een geel-rood wrak van een ‘Lelijke Eend’ op het parkeerterrein, en kwamen supporters van Go-Ahead ten tijde van de vogelpest met mondkapjes naar De Maten. De meest absurde grap staat op naam van een stel Dossers: zij lieten elf pekingeenden ’s nachts voor de wedstrijd in ‘De Boerderij’ los. De beestjes flodderden de hele kantine vol uitwerpselen en joegen ’s morgens vroeg de nietsvermoedende kantinemedewerkers de stuipen op het lijf.
De wedstrijd van zaterdag vertegenwoordigt een reis van twee bijna-honderdjarigen en is geladen met een historie gebouwd op prestaties en verhalen van (over)grootvaders. Er zal uitgepakt worden op 30 november. De Ultra’s van de Poelänten (een uniek collectief in het amateurvoetbal) zullen hun imposante spandoeken tonen en rookgordijnen opwerpen. De Kowetters laten zich ook vast niet onbetuigd en zullen ongetwijfeld rookfakkels ontsteken en luidkeels zingen. Met dikke rijen toeschouwers langs de lijn en hopelijk een muziekkorps dat ouderwets ‘Koning Voetbal’ speelt, is het Kamper voetbal zaterdag weer ouderwets groots.
Voetbalvlegels: Oervoetbal bij 45+ (Geplaatst in De Brug, oktober 2024)
Onlangs kondigde mijn goede vriend Richard aan dat hij terug zou keren op het voetbalveld. Hij deelde het bericht uit het niets, dus wat volgde was ongeloof in onze groepsapp. Zo veel zelfs dat er een hele bibliotheek aan whatsapp-gifjes met zwaailichten en ambulances voorbijkwam. De voetbalhumor vierde weer als vanouds hoogtij, maar het duurde niet lang voordat de verwondering volgde. Wist hij het zeker? Ja, was het antwoord. Na een ingewikkelde periode, vanwege een maagoperatie, was Richard vastberaden om nog een keer het veld op te gaan. De schroeven in zijn rug, geplaatst na drie rugoperaties, hielden hem daarbij niet tegen. En daar stond hij op vrijdagavond in het doel van DOS 45+1, curieus genoeg met slechts één handschoen aan. Onder zijn ploeggenoten op De Maten trof ik veel oude bekenden, waaronder Marcel, die na het schudden van de hand aankondigde dat hij die avond niet zou koppen noch ingooien vanwege een naderende nekhernia…
Waar ik tot voor een aantal jaren geleden nog met 35+ meedeed, keek ik nu voor het eerst vanaf de zijlijn toe. En daar realiseerde ik me dat 45+ voetbal, voetbal is, zoals het ooit in Engeland bedacht werd. Oervoetbal was namelijk een spel dat gespeeld werd met het nodige respect voor elkaars ledematen. En misschien wel het belangrijkste: het was een sociaal evenement, waarbij team en tegenstander zich verheugden zich op een bruisende ‘donderbierjool’ achteraf. Het spel van toen draaide meer om scoren dan om doelpunten voorkomen. Hoewel er nog nauwelijks sprake was van tactiek stonden er altijd vijf spelers voorin, die met een lange hijs of een dribbelpoging bereikt moesten worden. Het ‘gezelligheidsvoetbal’ bleek echter een vorm te zijn die niet lang standhield.
Voetbal werd de eerste volkssport, doordat de arbeiders het spel overnamen van de elite. En zo werd de aloude dorpenstrijd nieuw leven ingeblazen en de cultuur in de basis gevormd. De hoffelijkheid verdween rap en voortaan zou de strijd voorop staan. Negentig minuten bloed, zweet en tranen, waarbij het recht van de sterkste voor altijd zou blijven gelden. In een poging deze ‘verloedering’ te keren, probeerden de bolhoeden nog met behulp van prestigieuze universiteiten de beteugeling in te zetten. Dit lukte ten dele met het formuleren van ‘The Laws of The Game’ en het uitroepen van Association Football. Voortaan zou iedereen zich aan deze regels moeten houden, in het Verenigd Koninkrijk en zelfs over de hele wereld. Alhoewel, ‘moeten houden’? Het zou een richtlijn worden die tot op de dag van vandaag met handen en voeten overtreden zou worden.
In Kampen startte voetbal in 1889 netjes en bedeesd, veel later dan in Engeland werd er ontsporing gesignaleerd. Rond 1910 verschenen de eerste berichten over ‘voetbalvlegels’. Hun daden geven in het heden een glimlach. Spelers en supporters bleken destijds namelijk nogal graag met kluiten aarde of groenten naar de tegenstander of de scheidsrechter te gooien. Kwajongensstreken bij wat er later nog allemaal voor zou vallen. De kiem van de ongehoorzaamheid schuilde in Kampen in de grote aanwas van eigengereide burgerclubjes. Deze waren samengesteld uit allerlei pluimage en speelden op De Zandberg in IJsselmuiden. Massaal staken jongens lopend de brug over om vol testosteron een plekje en de eer te veroveren op het militaire exercitieterrein. De strijd om het veld leverde veel gedoe op, maar de echte rivaliteit ontstond in de derbysfeer tegen de ‘Zwolsen’ (daarover in een latere bijdrage meer). Wat wilden ‘we’ die Blauwvingers graag een lesje leren…
Op vrijdagavond was het dus weer zoals het in de eerste vijftien jaren van het Kamper voetbal. Met een paar grote verschillen. Het veld was gehalveerd en er stonden veertien spelers in plaats van tweeëntwintig op het veld. En voor Richard was een ‘kinderdoeltje’ om te verdedigen. De spelers waren ook gemiddeld wel vijfendertig jaar ouder dan die jongens van het gymnasium en torsten substantieel meer gewicht mee. De overeenkomst met hun voorgangers was dat 45+ers ook massaal voorin hingen, gewoon omdat ze nog steeds graag willen scoren. (En het mooie was dat grootmeester Jan Okke Koers ze dat de hele avond voordeed.)
Ook gelijk met vroeger is dat de verschillen in kwaliteit groot kunnen zijn. Als je bij de zwakkere partij (Lees: als de tegenstander fitter is) zit, kan 45+ voetbal zomaar voelen als ‘Alpine Football’ in Oostenrijk. Net als de pijnlijke enkels en knieën door het kunstgras, calculeert iedere speler dat ongemak in. Het samenzijn met gelijkgestemden overwint namelijk alles voor de laatste krijgers van het veldvoetbal (waar nog wel gerend mag worden). Zo ook voor Richard. Ik zag hem na het plotseling uitvallen van de verlichting, nog steeds met een grote glimlach op het veld staan… liefst vierenveertig kilo lichter dan bij zijn laatste optreden.
Een heugenis aan ‘de beste voetballer die nooit prof werd’ (Geplaatst in De Brug, september 2024 en op sportgeschiedenis.nl
Eind vorig jaar, bij het afronden van mijn boek Voetbalvlegels!, besefte ik heel goed dat mijn podium voor de Kamper voetbalgeschiedenis te klein zou zijn voor de lokale grootheden van het spel: Jaap Stam en Henk Kiel. De carrière van Jaap volgde ik als supporter vanaf het moment dat hij zich in het Oosterenkstadion deed gelden en later enige tijd professioneel als sportjournalist bij Canal+. De carrière van Henk daarentegen kende ik aanvankelijk slechts oppervlakkig. Het duurde echter niet lang voordat ik van de ene verbazing in de andere viel en me realiseerde hoe groots de daden van Henk in het Nederlandse voetbal waren.
Het meeste indruk maakte een 8mm-filmpje uit 1976, waarin Go-Ahead het opneemt tegen het Nederlands Elftal in Zeist. Terwijl zijn ploeggenoten ongemakkelijk met de bal aan het ‘pielen’ zijn, heeft Henk het druk met handen schudden. Alle spelers en de complete staf van het team dat twee jaar eerder het voetbal voor altijd veranderde en ‘Naranja Mechanica’ werd genoemd, begroeten hem. Enkele seconden en wat geruis later duelleert hij met Johan Cruijff. Aan zijn lichaamstaal is te zien dat hij zich comfortabel voelt. Het is een krachtmeting tussen twee veldheren: de ene prof, de ander (bewust) amateur.
In mijn zoektocht stuitte ik ook op een opmerkelijk artikel in een krant, waarin de KNVB-top hardop speculeert: ‘Waarom laten we die jongen niet gewoon meedoen met het grote Nederlands Elftal?’ In het huidige tijdperk zou zo'n idee nauwelijks te bevatten zijn, maar Henk was toen al jaren aanvoerder van het Nederlands amateurteam en zijn naam was alom bekend in het Nederlandse voetbal. De gebroeders Van de Kerkhof en Willem van Hanegem verklaarden zelfs openlijk hun waardering voor de Kampenaar. En wat ook indruk maakte: in vier oefenpotjes tegen Oranje had Henk liefst acht keer gescoord. (Voor de puristen: alleen ene Harry Stapley van het Engels Elftal had in de oertijd van het voetbal ooit een beter gemiddelde.)
Henks talent kwam al vroeg bovendrijven. In 1963 debuteerde hij als vijftienjarige in het eerste team van Go-Ahead. Als achttienjarige werd hij al geselecteerd voor het nationale zaterdagteam. (Slechts vijf minuten na zijn debuut kopte hij al raak.) Zwolse Boys en PEC lonkten al vroeg naar zijn diensten en ook eind jaren 60 hing Jaap van Praag aan de telefoon met de vraag of hij naar Ajax wilde komen. Pa Kiel pakte op en wees het aanbod resoluut af. Of Henk zijn plek in een van de beste teams ooit had kunnen veroveren, is voor de kenners van toen geen vraag: zij zijn er nog altijd van overtuigd dat hij van ‘wereldklasse’ was en ‘net zo goed kon voetballen als Cruijff en Keizer’. Toch bleef Henk amateur, zelfs toen een lange rij aan profclubs uit Nederland en België hem op allerlei manieren probeerde te verleiden. Hij koos als hogeropgeleide bewust voor het amateurvoetbal, in een tijd waarin een financieel aantrekkelijk bestaan als profvoetballer nog geen vanzelfsprekendheid was. Een sigarenzaak opzetten voor na hun carrière was voor de meeste voetballers destijds het ultieme doel.
Henk werd twee keer verkozen tot amateurvoetballer van het jaar, beide keren zij aan zij met Johan Cruijff, die door Sporttribune werd uitgeroepen tot beste profspeler. In 1970 veroverde Henk met het nationale amateurteam de tweede plaats op het EK in Forte dei Marmi in Italië. Dit toernooi kreeg veel aandacht in de landelijke sportpers en onderstreepte de urgentie van een goed presterend nationaal elftal. Toch bracht het toernooi ongekende spanningen binnen het Nederlandse voetbal, aangezien de finale op zondag gespeeld zou worden. De klassieke strijd tussen het zaterdag- en zondagvoetbal kwam tot een eruptie met zaterdagvoetballer Henk als aanvoerder in de selectie. Henk koos ervoor om de finale op zondag te spelen, ondanks een verbod van de voorzitter van de zaterdagafdeling van de KNVB, Fokke Remmers. Dit tot groot genoegen van Jo van Marle, die eindverantwoordelijk was voor de zondagafdeling. Twee Zwollenaren lijnrecht tegenover elkaar en een Kampenaar die doorslaggevend was… Toen Go-Ahead het later dat jaar tegen Spakenburg in een promotiewedstrijd opnam, moest hij de prijs betalen voor die keuze. De Spakenburgers zinden op wraak, want de enige zaterdagvoetballer die wel principieel was gebleven, was namelijk een ‘rode’ dorpsgenoot. Henk werd op het veld zo zwaar gemolesteerd door supporters dat hij maanden niet kon voetballen. Er volgde een nieuwe rel in het Nederlandse voetbal, met opnieuw dezelfde hoofdrolspeler.
Na negentien seizoenen clubtrouw en bijna tweehonderd doelpunten kwam er na een conflict een einde aan Henks tijd bij Go-Ahead, de club waar zijn vader bestuurslid was en zijn broers Ab, Dick en Joop ook in het eerste elftal speelden. Henk stopte resoluut met prestatievoetbal en maakte de verrassende overstap naar het veteranenelftal van DOS Kampen.
Op 11 maart 2012 overleed de beste voetballer die het bijna honderdjarige Go-Ahead ooit voortbracht. Een fenomeen volgens velen. Maandag 23 september jl. zou Henk Kiel tachtig jaar oud zijn geworden.