Otto van Lingen jr (1919-2006) volgde de opleiding tot officier aan de KMA Breda. Hij behoorde tot de groep van 69 militairen (officieren en cadetten) die op 14 juli 1940 weigerden om de "Verklaring op Erewoord" te ondertekenen. Deze verklaring hield in dat de ondertekenaars daarvan op geen enkele wijze in verzet zouden komen tegen de Duitsers. Door te weigeren was hij, 3e jaars cadet, vanaf dat moment krijgsgevangen (Kgf 2928).
Eetzaal/slaapzaal kamp Juliusburg. Congsi van de marine .(coll.NIMH)
Otto van Lingen 3e van links
Nederlandse cadetten voor de hoofdingang kamp Juliusburg (coll.NIMH)
Otto van Lingen 1e van links
maart 1942 (2e rij van boven, geheel rechts) (coll.NIMH)
De sportploeg van Kapitein Boogh . Otto van Lingen is geheel rechts (coll.NIMH)
Op de dag van aankomst in Stanislaw is Otto van Lingen uit het raam gesprongen, van c. 6 m. hoogte, en gevlucht. Na een paar dagen werd hij opgepakt. “Otto van Lingen was, nadat het hem was gelukt uit de omgeving van het krijgsgevangenkamp te komen, in zuidelijke richting gaan lopen. Reeds spoedig bleek dat een van zijn enkels ernstiger was geblesseerd dan hij had vermoed. Om zijn been niet te zwaar te belasten klom hij, zonder te hebben gegeten of gedronken, in een boom om daar de nacht door te brengen. De volgende morgen begaf hij zich op weg doch met zijn inmiddels zwaar gezwollen enkel bleek hij nauwelijks in staat te lopen. Hij zette echter door en mikte op een bergpas in de Karpaten die hij in de verte zag liggen. Hoewel het zonder eten en drinken een ware martelgangwerd, wilde hij niet opgeven. Laat in de middag bereikte hij een bospad dat in de gewenste richting ging. Alvorens verder te gaan besloot hij te gaan rusten. De plaatselijkebevolking,die hem had zien passeren en meende dat hij een Duitse deserteur was, waarschuwde de Oekraiense politie. Deze pro-Duitse groepering arresteerde hem en nadat hij enige dagen in een cel had doorgebracht, was Otto van Lingen weer in ons kamp terug”. (Uit; Leo de Hartog-Officieren achter prikkeldraad)
22 op 23 januari 1944. Uit Neubrandenburg ontvlucht (via gat in omheining), samen met Leo de Hartog. Het plan was naar Zweden te gaan. Maar eerst moest LdH een brief met een Berlijns adres met geheime inhoud posten, in een Berlijnse brievenbus. In Berlijn zijn ze opgepakt, verhoord en na 67 dagen weer naar Neubrandenburg gebracht. “Deze [brief] was gericht aan iemand die in verbinding stond met de illegaliteit in Nederland. Zijn vrouw, die in verband met haar werkzaamheden voor ons contacten had met ondergrondse instanties, had Machiel [van den Heuvel] gewaarschuwd het adres in Berlijn zo spoedig mogelijk te melden dat wij ons in Neubrandenburg bevonden. Omdat van Lingen en ik met de brief op stap gingen hadden wij enkele authentieke formulieren meegekregen. Het betrof een distributiekaart voor levensmiddelen, twee formulieren die aan Nederlanders werden verstrekt die in Duitsland werkten. Van den Heuvel bezat daar slechts enkele van en het werd me toen duidelijk dat als we op het Anhalter Bahnof niet waren overvallen door een razzia, we dankzij deze papieren heel ver waren gekomen.” (Uit; Leo de Hartog-Officieren achter prikkeldraad)