De eerste Nederlanders in Nederlands-Indie
De VOC
Het eerste contact van Nederlanders met Indonesië werd gelegd door Cornelis Houtman, die in 1596 met een kleine handelsvloot voor de kust van Java voor anker ging. Deze expeditie werd door Hollandse kooplieden uitgerust om, in navolging van de Portugezen en de Spanjaarden, een aandeel te verkrijgen in de riskante, maar zeer lucratieve (specerijen-) handel tussen Europa en Azië. De resultaten van deze expeditie bleken zo bemoedigend dat in 1602 de Verenigde Oost-indische Compagnie (VOC) werd opgericht. De VOC zou tot haar ondergang in 1795 de banden tussen Nederland en Indonesië beheersen.
Wat wilde de VOC?
Het doel van de VOC was winst te maken door handel te drijven. Toen al werd geschreven dat de Nederlanders alleen daaraan dachten en dat de Nederlanders het verkeerd deden: snel rijk worden en dan vlug terug naar Nederland. Vooral de Nederlandse vrouwen maakten zich daaraan schuldig. Ze kwamen sober, vooral naar Batavia, werden welvarend en wilden dan terug naar het vertrouwde Nederland. En als ze dan in Nederland weer arm geworden waren, gingen ze weer terug naar Indië.
De vermenging
Er kwam een roep om schoolmeesters en predikanten te sturen vanuit Nederland om de Nederlandse vrouwen in Indië beter te begeleiden. Maar de VOC wilde er geen kolonie vestigen, wilde niet te veel vrije burgers, ze wilde de winst bij haar eigen mensen houden. Er mochten dus geen / nauwelijks vrouwen overkomen uit Nederland. Het gevolg was dat de mannen gingen samenleven met de Inlandse (Aziatische) vrouwen. Bovendien was het -om een hoge baan te krijgen- nodig om connecties te hebben en ook om die reden moest men introuwen in een Indische familie (die relaties konden bescherming bieden). Het stereotyp voor veel van deze Indische vrouwen was: pronkzuchtig, lui, geen hand uitstekend naar het huishouden of de kinderen. Vandaar ook het woord indolent. De kinderen vormden een nieuw ethnisch element in de Indische samenleving: de groep der Indo-europeanen.