Lijst burger-interneringskampen waar de familie heen moest, opgeschreven door Emmy van Lingen, c. 1990
dec. 1942
Karees kamp te Bandoeng
Moeder Bep, dochter Hetty met zoontje Gerard (6 weken), dochter Emmy, zoon Dick. ..."In het begin redelijk goed. Hetty en ik werkten bij de distributie van vruchten en mijn moeder en ik deelden de melk uit. Een beetje koken op een 'anglo' op een houtvuur ging nog wel; maar het eten kregen we van de gaarkeuken waar we lang voor in de rij moesten staan. Gelukkig waren er nog mensen die dat tegen betaling voor ons wilden doen"
1942
"Mijn broer Dick moest helaas naar Tjimahi- jongenskamp. Hij was toen wel al 13 jaar, mijn moeder had al een jaar gesjoemeld want officieel moesten ze er al met 12 jaar heen) Tot aan de capitulatie hebben we niets van hem gehoord"..."Mijn broer Otto was krijgsgevangen in Duitsland, mijn vader en broer Wally waren in Indie krijgsgevangen".
c. 1944
" Per vrachtauto naar Tjihapit-kamp in Bandoeng. Daar kregen Hetty en ik het veel zwaarder. We moesten sjouwen: meubels, piano's, vloerkleden, glaswerk, boeken enz, uit door de Hollanders verlaten huizen en per 'grobak' elder soort bij soort plaatsen. De verleiding was groot om wat mee te pikken uit de verlaten huizen, maar daar stond -bij ontdekking door de Jap- een flink pak slaag op, zelfs op meegenomen vruchten. Het vermoeiendst en vervelendst werk was eigenlijk het staan in de rij bij de gaarkeuken. Betaalde hulp was er niet. Gelukkig was er een goede kampleiding".
c. 1944 enkele maanden later
"Per trein naar Tjideng-kamp in Batavia, één van de beruchtste kampen omdat de Japanse commandant Sonei een onberekenbaar persoon was en elke keer als er volle maan was, de sadist uithing. Hij is na de oorlog voor zijn wandaden gefusilleerd. Persoonlijk gelukkig nooit iets met deze wandaden te maken gehad. Wel het 'buigen'bij het dagelijks appel, en het 'vasten': het onthouden van eten om te straffen".