Zaterdag was de dag van de ODS Classic. In de dagen ervoor kwelden mij twee zorgen, namelijk of het weer nog wat zou opknappen en of mijn bike-run-bike voorbereiding in de Toscaanse Alpi Apuane wel voldoende was geweest. In vergelijking met de "echte" amateurs is natuurlijk 424 km in de bergen fietsen een lachertje. Het ritje van 86 km gefietst en 1147 km geklommen voldeed echter aan de 2/3 duursport regel. Deze luidt volgens Marc, onze Vlaamsche Reus: "Als ge 2/3 kan dan kunt ge ook 1." Verder ben ik een absolute mooi weer fietser. Pas als de zon schijnt en de temperatuur boven de 23°C komt ben ik genegen om op de fiets te stappen, mits het geen loopdag is.
De ODS Classic, inclusief het heen en terug rijden, voldeed achteraf gezien aan regel. Op de teller stond uiteindelijk 120 km en volgens de hoogtemeter was 1558 m geklommen. Het weer was ronduit subliem geweest, al stond de oostenwind op de tweede helft lekker door. Dat de enige zomerdag in augustus 2008 samenviel met het evenement kan geen toeval zijn. De organisatie moet bijzondere banden met boven hebben en krijgt verder wat haar toekomt. Nobody is perfect maar de organiserende ODS body is dat wel. Een schitterend parcours, goed bewegwijzerd, op alle kruispunten verkeersregelaars en een prima verzorging voor, tijdens en na de rit.
Tot ca 2/3 kon ik goed meekomen in de groep. Daarna reden zij echter één tandje te groot voor mijn bovenbeenspieren. De conditie was uiteraard geen probleem maar loopdijen zijn nu eenmaal slanker dan de opgepompte fietsdijen. Eén tandje te groot leidt daardoor, net als bij het hardlopen één stapje meer, onherroepelijk tot opblazen en dan ben je letterlijk verder van huis. Door schade en schande wijs geworden, trappen we daar niet zo snel meer in. In eigen tempo werd zonder problemen alleen verder gefietst naar het koele bier en de voedzame maaltijd. Hoewel alleen, België leek bezet door ODS Classic rijders en dat daaronder veel oud collega's zaten maakte het tot een aangenaam verpozen.
De nazit in het warme zonnetje met de vele bekenden werd enigszins nablijven. Bij het vallen van de avond zaten daardoor bij de terugrit de pilsjes goed verdeeld over de benen en het eten voldaan in de maag. De laatste kilometers brachten dan ook geen ongemak.
Zondag moest ik weer aan de bak voor de de Mergelland Marathon van 14 september a.s. Het open zonnige weer van de ODS Classic was veranderd in een kleffe warmte onder een wat fletse zon van rond de 28°C. Typisch het weer dat de poriën tot uitstroomkolken maakt. Eigenlijk trof dat wel goed want de Mergelland Marathon temperatuur varieert in de jaren zo ongeveer tussen de 16°C en 33°C. Het werd een retourtje Vaals via Orsbach (D) en Vijlen over het plateau van de Zinselbeek. Een heerlijk zonnig stuk om in het eigen zweet bij te bruinen. Dit gebeurde deels op het terras van de Kartbaan waar je voor 10 minuten ronkend rondjes mag rijden voor € 13.
Op het plateau ronkte het overigens ook flink. Het stro werd in bobines opgerold en daar kan een techneut niet aan voorbij gaan.
Dit stoppen loonde dubbel want tussen de stoppeltjes bleek een heuse Bufo Bufo te zitten. Ik weet niet of hij bevangen was door de hitte of in een shock verkeerde door het machinale geweld. In ieder geval bleef hij of zij gewillig poseren voor de foto en kroop keurig in het filmbeeld weg.
Om de Passo del Vestito op te komen moet letterlijk vanaf zeeniveau tot bijna 1100 m omhoog gefietst worden. Voor wat betreft het verzet geen punt maar wel het gewicht van de city bike. De klim is 20 km lang met gemiddeld ca 6% stijging. Dit zegt echter niets over de de steilere delen waar alles uit de kast gehaald moet worden.
Gelukkig leidt het landschap af. Eerst een mooie klim met zicht op zee vanuit Massa. Daarna een bebost stuk door Italiaanse dorpjes. De afsluiting vormt een deel dat het marmer doorsnijdt en letterlijk in de marmergroeve eindigt. Een minpunt vormt het motor verkeer. Een aantal jaren geleden kwam je daar geen kip tegen. Nu brullen pelotons motor idioten, die menen een grand prix te rijden, op en af. Gelukkig een zelfoplossend probleem aan het aantal kruisjes langs de weg te zien.
Het is daar echt bergweer. Van november tot mei zijn sneeuwkettingen verplicht dus dat zegt wel iets. Dit keer was het boven noch warm noch koud in de voorbij drijvende wolkenslierten.
Na de fotosessie kwam het moeilijkste deel van de tocht. Twee onverlichte en ruw afgewerkte tunnels van ruim 1 km lang. Met eerst het licht van achteren gaat dat tot 1/3 goed. Daarna is het zwalken geblazen in de richting van het lichtend gat en hopen dat er geen auto aankomt. Na de tunnels is het 10 km dalen. Dit is echter minder ontspannen dan het lijkt. De bochten, kuilen en een bont tapijt van asfaltplakken vragen doorlopend aandacht. Dit levert in pijnlijk verkrampte handen op en een murw gebeukte kont.
Al met al werd 1147 m geklommen en 86 km gefietst.
Zaterdag dreigde het rijden van de ODS Classic mij duur te komen staan. Uit de deskundige analyses van mijn mede ploeggenoten bleek dat ik intussen op een fiets uit de vorige eeuw rij. Hij niet alleen te zwaar maar er zit vóór geen tripeltje op, waaraan ik, gezien mijn leeftijd, intussen wel aan toe zou zijn. Verder is mijn rugpijn na een kilometer of dertig het gevolg van het volkomen verkeerd op het rijwiel zitten. Kortom, er zit niets anders op dan een nieuwe fiets kopen en opnieuw te leren fietsen. De investeringsmotivatie was geen probleem want ook ik zou maar één keer leven.
Mijn loopbenen waren gelukkig wel in orde voor het fietsen. Met nog geen duizend km's fietsen in de benen en 60 km als langste rit gingen de 107 km van de ODS Classic met de bijkomende 28 km aan en afrijden best goed. Dat ik op het laatste stuk met steun van Frank even mijn best heb moeten doen en dat de terugrit met twee pilsjes in ieder been niet echt soepel ging hoort nu eenmaal bij het gebrek aan fietskilometers en het consumeren van koel tapbier in een lekker zonnetje na afloop. Na het bad, eten en nog veel meer (fris) drinken voelde ik mij weer fit voor het zondagse duurloopje. De Mergelland Marathon werpt immers zijn schaduw vooruit.
De organisatie van Jan Koks met zijn Gertie en Monique en niet te vergeten de vele vrijwilligers was perfect. Elk jaar denk ik: " Dit kan niet beter" en elk jaar wordt het nog beter. Het op de weg krijgen, houden en er weer vanaf halen van 2200 deelnemers is een absolute topprestatie. De organisatie binnen de ploeg liep ook uitstekend. Na een afsplitsing in het begin van de Sørensen brothers wegens een te groot snelheidsverschil gingen de Prominenten onder wisselende kopwerk op tempo naar halfweg. De verversing halfweg was weer uitstekend en gezellig. Jammer dat de ploegleider onverbiddelijk was en Frank en mij veel te snel uit het dames gezelschap rukte.
Netto werd de 107 km uiteindelijk binnen 5 h. gereden voordat de groepsfoto kon worden gemaakt. Een goede prestatie voor een verzameling die de uitdrukking: "Ik ben de jongste niet meer" al ruimschoots hadden waar gemaakt. Natuurlijk speelden de hormonen, vooral op hellingen, nog wel eens op maar dat werd met de kilometers minder. Frank hield de club goed bij elkaar, John en Panky leefden af en toe wat jonge hond nijgingen uit, de andere Simon vocht op karakter met succes terug tegen zijn gebrek aan kilometers.
Deze Simon overleefde het geheel uiterst tevreden. Overleven want het meefietsen hing deze week aan een zijde hechtdraadje. Direct na terugkomst viel ik planmatig weer in de handen van de Witte Jassen. Het resultaat van hun snijwerk in mijn oog was zeer verhelderd. Dat waren hun uitspraken over de nazorg ook. Gedurende een paar weken geen inspanningen die de bloeddruk kunnen doen oplopen met als verrassende medicatie Diamox. Dat spul had ik tot nu alleen in Nepal en Tibet preventief voor hoogteziekte geslikt. Dit alles terwijl ik tot mijn vreugde uit de literatuur had begrepen dat ik geen tuinwerk mocht doen.
Zondag voelde de beentjes her en der wat stijf maar wel goed aan. Het plan was om rustig lopend voor xxL (x= 1h.) te gaan en later in de week nog een echte lange duur te praktiseren. Uiteindelijk werd het met 3:01 netto een keurige xxxL over een ook voor fietsers niet te versmaden parcours met gekende aardkloten zoals Huls, Kruisberg, Eyserbosweg en via Wylre als venijnig toetje Eyserheide. Tot mijn verbazing liep het ondanks het kleffe weer en de kilometers van gisteren als vanzelf. De conclusie is dus een keuzeprobleem tussen:
Fiets en loopspieren beïnvloeden elkaar absoluut niet.
Lopen en/of fietsen stelt absoluut niets voor.
De conditie is absoluut dik in orde.
De dag begon 's nachts met gerommel in de verte van onweer. Naar mate het lichter werd kwam het gerommeld steeds dichter bij. Rond acht uur begon het te plenzen en dat duurde zo ongeveer drie uur. Het resultaat was dat alle straten blank stonden en onderdoorgangen leeg gepompt moesten worden. Op zo'n moment is het duidelijk dat de stad gebouwd is op een drooggelegd moerasgebied tussen de bergen en de zee.
Daarna kwam de zon door en was het gelijk weer zomer. Dit weerherstel en het steeds makkelijker lopende fietsen gaf moed om naar Santa Anna te fietsen en daarvandaan te gaan lopen. Kortom, een klim van meer dan 10 km naar 650 m over de weg en dan wat rondstruinen over mulleteri (ezelspaadjes).
De fietsklim is vooral blijven doorstampen. In het begin zit er helaas een Keutenbergachtig stuk van een paar kilmeter in. Elk jaar denk ik "haal ik het nog" en jawel hoor het lukte weer. Na 1:14 kwam ik niet geheel tevreden boven want het liep, ondanks dat het net zo snel ging als vorig jaar, niet zoals het lopen moest.
Na een bezoek aan het indrukwekkende oorlogsmonument voor de 560 slachtoffers van het "Putten" van Italië" op 700m hoogte was ik klaar voor de afdaling over de asfaltweg. Het steile ezelspad was door de ochtendregen geen opties tenzij om de botten te breken. "Bedenk het wel want dalen gaat snel" is een oude loperswijsheid die steeds weer vergeten wordt.
De 400 m terugklimmen over het bergpad viel dus niet mee of beter gezegd het was vallen en opstaan. Driemaal ging ik op de gladde stenen onderuit maar ondanks dat was het genieten. Dit soort steile paden is eeuwenoud en allang in onbruik vanwege de voor auto's aangelegde "vlakkere" asfaltwegen. Toch zijn zij nog steeds verrassend goed begaanbaar. Slim het terrein volgend, keurig afgekant, regengootjes, trappen, bruggetjes en alles wat er nog meer bijhoort. De bouwkunde van onze voorouders dwingt bewondering af, zeker omdat de aanleg gebeurde met houweel, hak en beide handjes.
Terug op de fiets was het weer even bibberen en rijden met dooie handen vanwege het doorlopend in de remmen moeten gaan. Eenmaal in de warmte beneden werd het koude leed echter snel omgezet in het leed van de oververhitting. De cooling down in de bar was daardoor een weldaad maar het bier nog meer. De 4:30 op de pedalen en in de schoenen leidt namelijk maar tot één ding: "dorst, dorst en nog eens dorst!
Zaterdag stond de ODS Classic op het programma. Mijn deelname was overigens kantje bord want door overconcentratie tijdens de voorbereidingen was ik vergeten in te schrijven. Gelukkig streken Jan, Monique en Gerty van ODS ruimhartig hun handen over hun harten en zo kon het gebeuren dat ik bij de gasten mocht starten. Toch reed ik 's morgens met bibberende knieën van huis weg. Dat inrijden was namelijk broodnodig want met mijn voornaamgenoot Simon als ploegleider en John, het absolute fietsbeest, in zijn spoor voorzag ik afzien. De bibberingen werden verergerd door door het vastzitten van de schakeling naar het grote blad. Gelukkig kon de rijwielhersteller dit bij de start met één ruk aan de kabel verhelpen.
Het moet de organisatie veel kaarsjes opsteken hebben gekost om de Weergoden tevreden te stellen. Niet alleen regende het niet maar er was zelfs sprake van een zonnetje. Nadat de één dag oude bestuursvoorzitsters van ODS, Marjo Keuzenkamp, het startwoord had gevoerd was het zover voor de meer dan 2000 deelnemers. Nog voor de start had ODS van mij al de eerste prijs voor de organisatie gekregen. De organisatie van de tocht zelf en de nazit bevestigde dat dit terecht was. Als ervaringsdeskundige in het organiseren en praktiseren van lopen doe ik dat met graagte. Sporters consumeren het georganiseerde namelijk in verreweg de meeste gevallen stilzwijgend en als vanzelfsprekend. Je hoort meestal pas wat als iets niet naar believen is.
De Kinkenberg liep echter als een zonnetje. Het was even zuchten maar minder hevig dan in mijn herinneringen van vorig jaar. Het afdalen heb ik als prooi maar aan het fietsbeest overgelaten. De onzekerheid in het begin werd al doende vervangen door weer een beter gevoel bij het sturen. Dit ging later weer over in angst voor achterop komende gekken in de vorm van naar beneden vallende fietsers. Het in een peloton rijden bleek geen item want er was geen meter vlak. Materiaalpech was in mijn dromen niet opgekomen. Mijn vertrouwen in Miel van het Belgisch Rijwiel Huis in Houthem is daarvoor te groot. De pech in de groep bleef beperkt tot één lekke band, het bij tijd en wijle haperen van de broodnodige kleinste naar het grootste van Bernard en een telefonische stalker die Martin tot zijn wanhoop zelfs na de finish nog uit zijn ritme haalde.
Ten opzichte van vorige week ging het eigenlijk met twee vingers in de neus. Zelfs het saaie ronden van het stuwmeer na de pauze bij de Barrage de la Vesdre kon ik mentaal goed verwerken. In de staart zat echter nog wat venijn. De benen werden merkbaar en al ligt Nederland niet hoog, vanuit België is het Drielandenpunt even doorzetten. Het toegiftje van de organisatie met de klim van Vijlen naar de Eperbaan met de klim bij Buitenlust over de Groeneweg als slagroomtoefje was voor mij een passend einde.
Voor de echte fietsfanaten is mijn 996 km van dit jaar op de teller, met slechts twee tochten van boven de 100 km, natuurlijk een lachertje in het kwadraat. De (loop)conditie mag echter nog steeds naam hebben al is mijn bijnaam "de Beul van Hulsberg" met het verouderen ver in de vergetelijkheid geraakt. Er is echter in die beperkte kilometers redelijk veel en lang geklommen en dat telt hard mee in de ODS Classic. Mijn angstdromen vooraf waren dus beperkt gebleven. Slechts de beklimming van de Kinkenberg, het nog eens open geschuurd worden op het asfalt en mijn geringe ervaring met het in een peloton rijden verstoorden mijn nachtrust.
Voor de echte fietsfanaten is mijn 996 km van dit jaar op de teller, met slechts twee tochten van boven de 100 km, natuurlijk een lachertje in het kwadraat. De (loop)conditie mag echter nog steeds naam hebben al is mijn bijnaam "de Beul van Hulsberg" met het verouderen ver in de vergetelijkheid geraakt. Er is echter in die beperkte kilometers redelijk veel en lang geklommen en dat telt hard mee in de ODS Classic. Mijn angstdromen vooraf waren dus beperkt gebleven. Slechts de beklimming van de Kinkenberg, het nog eens open geschuurd worden op het asfalt en mijn geringe ervaring met het in een peloton rijden verstoorden mijn nachtrust.
De ploegleider tegen wil en dank wist met zijn bekende zachte hand de onderlinge verhoudingen aardig in balans te brengen. Het ging uiteindelijk maar om verschillen van minuten en dus deed even wachten hier, even vooruit rijden daar en zelfs even terug rijden wonderen.
Op de hellingen werden natuurlijk over en weer wat plaagstootjes uitgedeeld want het testoron gehalte was bij alle heren even hoog. Tegen het eind werd de stal geroken maar na de finish werd het weer een stralend geheel en kon de (telefonische) evaluatie beginnen.
De nazit van de ODS Classic is altijd genoeglijk. Het weerzien van oud collega's uit vele windstreken die ik heb aangedaan doet goed, zeker als zij zich nog inspannen voor mijn pensioen. Het bier was voor even best want de fiets moest nog nuchter teruggereden worden. De barbecue rook prima en smaakte aan de eters te zien uitstekend.
Lopers kunnen echter wel drinken na het sporten maar helaas niet eten en om met een doggy bag terug te rijden is ook zo wat. Terug moest ik de klim naar Banenheide en de Molsberg nog onder ogen zien.
Ondanks of dankzij de biertjes in die intussen in de benen zaten ging dat vanzelf. Of het de witte wijn was die later op de avond de dorst leste of de emoties van de classic dat weet ik niet maar ik sliep Blok Sport als een blok.
De cijfers liegen niet. Met half sporten en half rondhangen = netwerken werd zaterdag het doel van de ODS Classic volledig gehaald.
20/08/2006
Zondag kletterde het bij het opstaan vrolijk van de regen. Niet echt een dag om, vanuit kasteel Bloemendaal in Vaals en met het bedevaartsoord Banneux als keerpunt, ruim 100 km in de Voerstreek heuvel op en af te gaan verpozen op de fiets. Afspraak is echter afspraak en om 10.00, na de koffie in wielertenue in de zondags geklede ontbijtzaal, stond de groep "Bernard, Alex, Michel, Kees en Simon" klaar. Mijn taak was om de weg wat aan te geven en die begon met een rondje Oirsbach (D). Dit oord ligt, in tegenstelling tot wat de naam doet vermoeden, ongeveer op de Schneeberg. Met vierkante wielen kwam ik boven en het leek alsof ik jaren niet gefietst had. Een slecht begin is echter de andere helft van het werk en naarmate ik meer ontwaakte ging het beter. Ook het weer werd beter. Het regende meer niet dan wel en na het keerpunt konden de regenjasjes uitblijven en kregen we de wind schuin achter.Zelfs bij minder weer is de Voerstreek een plaatje om doorheen te rijden. Mooie vergezichten, aanzienlijke kastelen en dorpjes die nog dorps zijn. Alleen het laatste leverde door de uitgaande missen en wegomleidingen in verband met de aansluitende en overal heersende "Kermesse" wat problemen. De medetrappers waren middenin de voorbereiding van de Alpe d'Huez in de komende september. Er werd dus redelijk stevig maar wel zeer saamhorig gereden. Mijn geluk bij mijn ongeluk was dat mijn Italiaanse benen na wat kilometers weer goed terug kwamen.
Mijn ongeluk was dat het freewiel in mijn tandwielblok in toenemende mate blokkeerde. De fiets werd dus in meer en meer een krakende doortrapper op straffe van een aflopende de ketting. Intussen heeft Miel van het Belgisch Rijwiel Huis de volledige diagnose gesteld. De onderdelen achternaaf, tandwielblok en ketting kunnen op de schroothoop maar de ontspoorde derailleur is door een goede ingreep nog te redden. De ODS Classic van zaterdag a.s. ga ik dus als gerenoveerd in.
In Banneux werd, onder de goedkeurende ogen van een aantal Heiligen, in l''Europe de interne mens versterkt en Bernard van een niet meer leeglopende achterband voorzien
De 2e helft verliep zeer vlotjes hoewel de groep bij de Birven nog even dreigde te bezwijken onder een soort Keutenberg of Kinkenberg in het kwadraat. Daarna kwam Vaals weer op de borden en werd de stal geroken. Door dit laatste schoot het Drielandenpunt er bij in omdat in Gemmenich de afslag werd gemist. De klim naar de grensovergang en de 116 km rijden met 1690 m klimmen waren echter wel genoeg geweest. Het moet aan onze devotie in Banneux gelegen hebben dat mijn fiets de eindstreep nog haalde.
Het bier na afloop van de prima tocht was weer best, zeker omdat naast het hemelwater er toch ook wat lui zweet was uitgekomen. Gelukkig zakt bier in de benen zodat 's avonds de looptraining kon worden overgeslagen.
07/08/2006
De stelling is dat de vermoeidheid de derde dag toeslaat. Om dit te voorkomen werd niet gelopen maar wel voor het eerst wat meer serieus gefietst. De klim naar Montiggiori is een ellendeling. Ik haat het om vol op de pedalen in de laagste versnelling te moeten rijden. Gelukkig ging ik niet alleen dood. Een kreunende Azurri op een kleurig racemonster bestierf het met mij toen ik hem met mijn city bike inhaalde. De afdaling naar bracht geen ontspanning. Bij een maximale hartslag loop je goed warm en afdalen betekent dan weer sterven maar dan van de kou. Dat deden de vingertjes aan de rem ook want je knijpt het bloed eruit om de wielen op de soms redelijk hobbelige weg te houden. Deze heeft nogal wat te lijden van vorstschade zoals de borden met "sneeuwkettingen verplicht" aanduiden.
De volgende klim naar de Colli di Pedona is 100 m hoger maar loopt beter. Ik kreeg daardoor meer controle over de stijgsnelheid en dan is het eenvoudig doorduwen naar de top. De rest is dus met mijn gillende remmen naar beneden rijden. De oorzaak is de stick-slip tussen de remblokjes en de aluminium velgen. Het gillen houdt in ieder geval de weg vrij want het gaat door merg en been en eerlijk gezegd vind ik dat wel leuk.
De aan- en uitloop in de vlakte tussen de heuvels en de zee is een noodzakelijk kwaad van ruim 6 km. Het kwaad is niet het fietsen door het bijna Westlandse landschap maar de gaten in het asfalt. Even niet opletten en dan krijg je weer een optater. Verder is het uitrusten in bad, een koel biertje voor de dorst en Italiaans tafelen.
11/08/2006
Na de rustdag was ik klaar voor Santa Anna en de bovenliggende Foca di Santa Anna. Deze pas heb ik in het verleden nooit kunnen bereiken omdat ik de weg niet kon vinden.
Ook nu strandde ik met de fiets na ruim 700 m klimmen zonder de loopweg naar boven te vinden. Het alternatief "naar beneden" ligt dan nogal voor de hand. De oeroude weg van het pre-auto tijdperk naar Valdicastello ligt er nog steeds en verkeert nog in een redelijke staat. Dat deze oude wegen "mulatieri" of ezelswegen genoemd worden zegt voldoende. Ezels kunnen een onmenselijk stijgingspercentage aan en dat merk je ook bij het afdalen. Je valt gewoon naar beneden over de verrassend goed geëffende keienbestrating. De ouden wisten wel hoe de kortste weg duurzaam aangelegd moest worden. Eigenlijk wordt je daardoor na zo'n inspannende klim op de fiets te kort gedaan.
Valdicastello bestaat uit een paar huizen en een waterkraan maar het was er druk. De vermaarde Italiaanse dichter G. Carducci is er geboren. Zijn "casa natale" stelt niets voor maar Italianen zijn trots op hun beroemde zonen en staan er dus in drommen voor. Mijn probleem was dat zijn geboortehuis op ca 100 m ligt en dat mijn fiets op ruim 700 m stond.
Het alternatieve ommetje terug stond mij helder voor de geest maar de weg moest ik nog vinden. Vraag een vrouw nooit de weg is mijn credo maar om de plaatselijke schone kon ik niet heen. Zij vond zo'n grijze zwetende ouwe kennelijk wel komisch en ontpopte zich met veel "sinistras en destras" als ware inhoudsdeskundige. Hoofdzakelijk over schitterende bergpaadjes klom ik vlot terug. De afdaling met drijfnatte kleren met de fiets was natuurlijk weer koud maar eenmaal beneden is dat snel over.
Achteraf gezien had ik de goede dag voor de tocht uitgekozen. De andere dag was het dorp afgesloten vanwege de nationale herdenking van het afslachten van de ruim 500 bewoners in 1944 door Herr Kesselring. Afgezien van Italianen wordt het dorp nu het meest bezocht door Duitsers die hebben gehoord dat het een mooi toeristisch uitje is.
13/08/2006
Luca, de tweede ober, afkomstig uit Pietrasanta, suggereerde mij de marmergroeven van Carrera te doen. Voor het vlot aanrijden liggen deze echter te ver maar die bij Seravezza niet. Het doel werd een fiets-loop rondje naar Azzano. Dit is een van de mooiste dorpen in de streek en dat geldt ook voor de weg erheen. deze biedt een prachtig uitzicht op de vele groeves. Volgens Michel Angelo leverden deze de beste marmer en wie ben ik om daar aan te twijfelen.
De klim met de fiets naar Azzano van 450 m is uitdagend maar, behalve het eerste stuk, heel goed te doen.
Daar aangekomen viel mijn blijk op de aanduiding van de sentiere naar een pas die ik altijd al had gezocht. De keuze tussen een rondje lopen of verder omhoog was snel gemaakt. Dit resulteerde in nogmaals de zelfde hoogtemeters rennen over een stijlklimmend pad. De beloning was groot toen ik boven oog in oog stond met de sneeuwwitte Monte Altissimo.
Deze "Allerhoogste"staat in het natuurpark maar is sinds vorig jaar om industriële redenen een kopje kleiner gemaakt. De groeve 't Rooth protesten ontbraken echter want wat zou Italia zonder haar marmer moeten. De afdaling ging uiteraard iets rapper, zeker toen ik weer in het zadel zat. Deze ging op de terugweg langs de Fosso Sera. De bedding van deze rivier wordt gevormd door het marmerpuin van eeuwen en is blinkend wit. In het helder blauwe bergwater poedelt de bevolking als alternatief op de zee.
16/08/2006
De Passo del Vestito ligt op ruim 1000 m. Dat lijkt niet veel in vergelijking met bijvoorbeeld de Mont Ventoux. De pashoogte geeft echter wel de te fietsen hoogtemeters aan want Viareggio ligt aan de zee. Het leek een prima dag te worden voor deze expeditie met wat zontemperende de wolken boven de bergen. Deze bleken echter ook regen en onweersbuien mee te dragen. De klim werd dus een vochtige bedoeling.
Langs de kust werd er flink wat afgetrapt door medefietsers maar na het begin van de klim in Massa was ik eenzaam maar door de enkele auto's die langskwamen niet geheel alleen. Op de kaart van de Alpi Apuane wordt de route aangeduid als toeristische route en dat klopt op basis van de uitzichten, zelfs in de regen, helemaal.
Tijdens het klimmen deerde de nattigheid weinig want er werd heel wat warmte ontwikkeld om boven te komen.
Op de pas was het koud, winderig en verlaten. Alleen het ergens loshakken van een marmerblok was te horen. Rondom zie je niets anders dan de op sneeuwvelden gelijkende marmergroeves. Het leek dus winter en het voelde ook als winter. In de afdaling ging ik stuk. Niet van de inspanning maar van het niets doen. Het was koud, koud en nog eens koud in de eigen rijwind. De handen werden gevoelloos door het knijpen in de remmen en door het bibberen slingerde de fiets als een dronken man over de weg. Reken daarbij nog de zere kont door het slechte wegdek en tel dan de winst of beter gezegd het verlies maar uit.
Het leek eindeloos te duren eer ik weer op zeeniveau in de warmte kwam en als een koudbloedig dier kon opwarmen. Wielrennen is aan mij alleen besteed als de mussen door de warmte van het dak vallen. Daarna was het ontspannen terugpeddelen naar Viareggio. Dat de paar spoorwegviaducten moeite kostten mag geen verbazing wekken. Eind goed is na zo'n tocht natuurlijk al goed. Hoezo regen? Hier heeft de hele dag de zon geschenen. In de middagzon heb ik heerlijk aan het strand uitgerust en vooral veel bij gedronken.
08/07/2006
Het is natuurlijk gekkenwerk om na het lopen van de Mont Blanc Marathon gevolgd door een weekje in de Dolomiti struinen aansluitend 650 km heen en weer naar het hoge noorden te rijden om daar, na een dikke maand uit het zadel te zijn geweest, even 110 km te gaan fietsen met een wat gammele knie. Grijs is echter nog lang niet wijs en aan de conditie kon het niet liggen. Met alleen wat rug- en zadelpijn in het verschiet moet zoiets kunnen. Harrie Wendker (l) en Harm Noppers (r) van DSM Schoonebeek hadden voor ca 70 DSM-ers een prachtige tocht uit gezet in het fietsvriendelijke en licht glooiende Nederlands - Duits grensgebied van ZO Drenthe, NO Twente en Bentheim. Ook het weer was met 24ºC en een zonnetje goed georganiseerd. Het weerzien met vele noordelijke DSM ex-collega's uit Emmen, Schoonebeek en Zwolle was voorzien en deed deugd. Zo was eindelijk was de stem van Herbert met Anne en Laure aan zijn zijde weer eens live te horen. De verrassing was de aanwezigheid van DSM Fine Chemical uit Rotterdam met daarin een aantal oude loopmaatjes van het DSM RunningTeam.
Het venijn van de gezelligheidstocht zat voor mij in de staart. Ik heb het vele malen via de TV zien gebeuren, ben er altijd op bedacht en heb het altijd weten te vermijden. Toch "brak" zo'n 10 km voor de finish het achterwiel op wat losliggende steentjes uit. De helm ving de harde klap op de kop, op een beetje dufheid na, goed op. Ook de schouder bleek op wat beursheid na heel te zijn gebleven.
Het schuiven van het bruin gelooide maar blote vel over de steentjes toverde echter bloedrode kleuren te voorschijn. Een zwelling met een diep gat in natuurlijk de rechterknie, een gat in de elleboog, ontvelde vingers en her en der nog wat lichtere schaafwonden en beursheden was het resultaat.
Het uitrijden bleek gelukkig geen probleem. Het eerst ontgrinden en daarna ontsmetten nam daarna wat extra tijd in beslag. De ludieke overhandiging van het geld dat wij voor speeltoestellen als goed doel bij elkaar hadden gefietst gefietst moest ik daardoor jammerlijk missen.
Terug in de auto naar het zuiden vertelde een voor mij tot nu toe onbekend lampje mij tot overmaat van ramp dat de motorelektronica in de war was. Voor wat betreft de auto is dat natuurlijk de ouderdom. Mijn mankementen zijn gelukkig het resultaat van jeugdige onbesuisdheid!?
10/06/2006
Zondag ging Maastricht Mooiste mooi aan mijn snotterige neus voorbij. Het ergste druipen was weliswaar voorbij maar om nu gelijk half fit bij tropische temperaturen een wedstrijd te gaan lopen was een (Maas)brug te ver. Op de krent zitten zat er ook niet in en dan is de fiets altijd een alternatief, zeker als het bloedwarm is en de zon uitbundig schijnt aan een staalblauwe hemel. Ik had dit zaterdag al voorzichtigjes uitgeprobeerd en dat was goed bevallen.
Met de straffe oostenwind in de rug is naar Maastricht fietsen, afgezien van de Barrier bij Klimmen, de Emmaberg bij Valkenburg en de knip van de Oliemolenberg bij Meersen, een makkie. Bij Klimmen raakte ik bij toeval verzeild in een pelotonnetje en nu weet ik waar Jos de hoge gemiddelde snelheden vandaan haalt. Ik maal liefst solo maar voor een gemiddelde van tenminste 5 km meer moet ik misschien wat meer kuddegeest willen ontwikkelen.
Juist op tijd werd de start bereikt. In Maastricht wordt elk evenement standaard benaderd als een carnavalsgebeuren. De gardisten stonden dus ook nu weer met hun met het stadskanon klaar om in dit geval de lopers weg te schieten.
In de dringende meute bij de start zijn bekenden slechts waar te nemen als zij opvallen door vallen. Als iedereen overeind blijft dan is het een kwestie van de sluiterknop blijven drukken en later te zien of het raak was. Achteraf bleek het raak te zijn, alhoewel Jo volledig incognito meeliep. Het was iets in oranje terwijl de rest van zijn ploeg in Sabic outfit passeerden. Hij zal wel bevangen zijn door de oranje koorts. Zo rond de 13 km kon ik hem beter vangen. Hij lag een straatlengte achter op de koplopers maar ook een straatlengte voor op de rest van de meute. De eindtijd van de onder het uur zat er in maar het afzien was er van af te zien.
Na dit gebeuren werd België in gefiets om aan het voetballen of beter gezegd aan de supporters te ontsnappen. Door de Limburgse dorpen was bijna niet heen te komen. Niet alleen door de tijdelijke oranje voorzieningen op de openbare weg maar ook door de reeds vroeg zwalkende supporters. Op de brug bij Visé hebben we nog even op het Vaderland teruggeblikt. Het lag er van een afstand vredig bij ondanks dat voetbal oorlog is.
Met 140 km in het weekend op de teller kwam ik, via een ommetje over de Goudsberg en Huls, weer terug in het Heuvelland. Ik kon daarna zelf ook aan de pils infuus. De straffe oostenwind had alles tijdens het rijden redelijk koel en droog gehouden maar intussen was het lichaam wel behoorlijk gedehydreerd. Afgezien van de zere kont en rug kwam ik gezonder terug dan vertrokken. Sinds de eerste keer in 1987 heb ik geleerd dat voor de Mont Blanc Marathon de klimspieren belangrijker dan de loopspieren. De laatste verdwijnen niet in een week en de eerste komen snel te voorschijn bij het fietsen.