- Solidworks leren kennen
Voordat je kunt beginnen is het handig om even goed te kijken naar de Solidworks omgeving. Het scherm is verdeeld in een aantal gebieden die allen een eigen functie hebben. Je krijgt van deze gebieden en menu's een kort beschrijving.
Solidworks heeft erg veel mogelijkheden, je hoeft ze lang niet allemaal te leren. Je leert de basis om een ontwerp te maken die je vervolgens uit kunt printen met een 3D-printer.
Hier kies je wat je wil gaan doen. Wanneer je een 3D tekening wil maken kies je voor PART.
Wanneer je een 2D werktekening wil maken dan kies je voor Drawing.
Assembly kies je als je een 3D ontwerp wil maken dat uit meerdere onderdelen bestaat die je los van elkaar in 3D getekend hebt.
Op deze balk staan iconen van enkele veel voorkomende functies, zoals printen, bestand laden en opslaan. Door op File te klikken krijg je dezelfde opties in het menu te zien.
Als ' File' niet zichtbaar is kun je op het pijltje naast de tekst Solidworks klikken krijg je het uitgebreidere menu.
de command manager heeft alle tekenfuncties die je kunt gebruiken om je tekening te maken. Onderaan deze command zie je een aantal "tabbladen". Door van tabblad te wisselen zie je andere commando's. Ze zijn logisch gegroepeerd per functie. Je ziet in het voorbeeld de mogelijkheden voor een vorm in het platte vlak te tekenen.
In de Feature Manager selecteer je op welk PLANE je wil beginnen met tekenen. Je hebt de keuze uit drie PLANES.
De TOPPLANE is het bovenaanzicht, FRONTPLANE is het voor aanzicht en de RIGHTPLANE is het rechterzijaanzicht (zie hoofdstuk technisch tekenen)
staan alle bewerkingen in je tekening die je hebt getekend. Als je ziet dat je ergens een fout hebt gemaakt kun je deze bewerking selecteren en verbeteren. Ook dit menu heeft allerlei tabbladen.
in dit deel teken je het ontwerp. Je gaat dit deel in de volgende pagina's verder besturen. Het tekenscherm kun je zien als één grote ruimte: 3D. Het is geen 2D tekenomgeving.
Linksonder in het scherm staat een klein assenstelsel getekend. Dit assenstelsel geeft aan hoe de 3D ruimte is opgebouwd. Je herkent vast uit de wiskundelessende x-as en y-as. De diepte wordt met de z-as weergegeven. Elke as heeft een eigen kleur, x-as is rood , y-as is groen en de z-as is blauw. Door het scroll-wieltje van je muis ingedrukt te houden en daarna de muis te bewegen zie je dat je door de 30 ruimte beweegt. Het assenstelsel draait mee rond. Door met je muis zo te bewegen verandert je tekening NIET! Je kijkt op een andere manier naar de tekening. Je verplaatst als het ware de camera waar je doorheen kijkt.
Bij wiskunde heb je geleerd dat een assenstelsel een midden heeft. De coördinaat van elke as is op dat punt nul. Dit punt heet oorsprong. In het Engels heet het "Origin". Dit punt heeft de ruimte in Solidworks ook. De Origin kun je ook vinden in de Feature Manager. Klik erop en je ziet op je scherm een gekleurde stip verschijnen. Door dit punt slim te kiezen kun je later je werkstuk makkelijker samenstellen uit verschillende onderdelen.
Natuurlijk wil je niet elke keer als je de tekening nodig hebt deze opnieuw maken. Je kunt net als bij andere programma's als bijvoorbeeld Word en PowerPoint, de tekening opslaan.
Wanneer je aan een nieuwe tekening begint kun je deze het beste meteen opslaan door op het blauwe diskettetje te klikken. Deze staat boven in de menubalk. klik dan op 'Save As'.
Als je aan een tekening werkt die je al eens hebt opgeslagen, dan klik je op 'Save'
Je kunt ook op 'File' klikken en dan in het menu kiezen voor 'Save As'
Geef je bestanden handige namen zodat je later de tekeningen gemakkelijk terugvindt. Om je bestanden te ordenen kun je bijvoorbeeld de tekening dezelfde naam als de opdracht te geven.Je kunt ook de datum dat je begonnen bent in de naam zetten.
Maak in je mapje 'documenten' wel een map aan voor Solidworks, waar je al je bestanden in zet. Later kun je in deze map, projectmappen aanmaken met daarin alle bestanden voor één project.
een opgeslagen tekening kan je opnieuw openen als je naar File gaat en dan klikt op "open ". Je krijgt dan het "open"scherm te zien. In dit scherm staan afbeeldingen of bestandsnamen van de tekening die al eerder gemaakt zijn. Selecteer de tekening die je wilt openen en klik op de "open"-knop. Je tekening wordt nu geladen. Je kunt meerdere tekeningen tegelijk open hebben. Je kunt ook tekeningen openen in het beginscherm zoals je hier rechts in de afbeelding kunt zien.
Als je een nieuwe tekening begint, klik je op 'File 'en dan op 'New'. Je krijgt nu een nieuw menu, met een keuze uit verschillende soorten tekeningen. Kies het type tekening waarmee je wilt gaan beginnen.