'r = hij, persoonlijk voornaamwoord in de onderwerpsvorm, onbenadrukte vorm. zie ook heer. het weglatingsteken stelt de doffe e voor, de zogenaamde sjwa
aafstand = afstand
ajdste = oudste
altaor = altaar (mannelijk: den altaor)
altied = altijd
antwoord = antwoord
april = april
auch = ook
bedeend = bediend (vervoegd werkwoord)
beej = bij (voorzetsel, bijwoord)
bènne = binnen
bès = best
besjikke = beschikken (werkwoord) in de tekst staat het met eind-n "beskikken euver" omdat euver met een klinker begint
bewoeënd = bewoond (vervoegd werkwoord)
bissjop = bisschop
börgemeister = burgemeester
branne = branden. (werkwoord) woord toegevoegd door Carlos Montfort, gehaald uit brannende
brannende = brandende (vervoegd werkwoord)
braok (braok oeët)= brak (brak uit) (vervoegd werkwoord)
broor = broer
daag = dag. zei ook -deg
dae = die
daen = die, vóór mannelijke voornaamwoorden
dao = daar
dat = dat
dat 'r = dat hij. zie ook 'r
-deg = -dag. maondeg, vriedeg, zaoterdeg, zoondeg. de e in -deg is de doffe e, de zogenaamde sjwa. zie ook daag
deur = deur
dierek = direct. zie ook drek
di-j = die
doeëje = doden. doeëje is zowel enkelvoud als meervoud van dode
dörrep (Dörrepstraot) = dorp. dit woord kent de zogenaamde sjwa-invoeging tussen r en p
drek = direct. zie ook dierek
duudelek = duidelijk
ingeslôf = ingesloft. met sloffen oftewel pantoffels aan de voeten binnengaan, slenteren
effekes = eventjes
enne = en, voegwoord bij wijze van aanloop, vragend
es = als
ès = is (vervoegd werkwoord)
eur = uw, persoonlijk voornaamwoord in de voorwerpsvorm. meerheidsvorm en hoffelijkheidsvorm. g’r moot eure plan trèkke
euver = over
Euverslaag = Overslag (plaatsnaam aan de Maas, daar waar het lijnpad wisselde naar de andere oever van de rivier)
ezel = ezel
femielie = familie
g’r = jullie of u, persoonlijk voornaamwoord in de onderwerpsvorm. meervoudsvorm en hoffelijkheidsvorm. onbenadrukte vorm. het weglatingsteken stelt de doffe e voor, de zogenaamde sjwa. zie ook geer
gaon = gaan (werkwoord). woord toegevoegd door Carlos Montfort ter vergelijking met gaon
gaon = ga (vervoegd werkwoord) "iech gaon vader were"
gebore = geboren. in de tekst staat het met eind-n "geboren in" omdat in met een klinker begint
geboortejaor = geboortejaar
gebreurs = broers, gebroeders
gedoon = gedaan (vervoegd werkwoord)
geer = jullie of u, persoonlijk voornaamwoord in de onderwerpsvorm. meervoudsvorm en hoffelijkheidsvorm. benadrukte vorm. zie ook g'r. woord toegevoegd door Carlos Montfort ter vergelijking met g'r
gehuurd = gehoord (vervoegd werkwoord)
geit = gaat (vervoegd werkwoord)
gein = geen
gelege = gelegen (vervoegd werkwoord) in de tekst staat het met eind-n "gelegen in" omdat in met een klinker begint
geneump = genoemd (vervoegd werkwoord)
getrouwd = getrouwd
geuf = geeft (vervoegd werkwoord)
gewore = geworden (vervoegd werkwoord)
gezat = gezet (vervoegd werkwoord)
gistere = gisteren
good = goed
gooje = goede
getrouwd = getrouwd (vervoegd werkwoord)
haet = heeft (vervoegd werkwoord)
han = handen
hand = hand. woord toegevoegd door Carlos Montfort ter vergelijking met han
haw = had (vervoegd werkwoord)
hawwe = hadden (vervoegd werkwoord)
heer = hij, persoonlijk voornaamwoord in de onderwerpsvorm, benadrukte vorm. zie ook 'r
hèt = heet (vervoegd werkwoord)
hieël(e) = heel, hele
hieër = heer
höbbe = hebben (werkwoord)
Hoch = Hocht (plaatsnaam)
hoeë-mès = hoogmis
hoeëshawwe = huishouden
hole (weghole) = halen (werkwoord)
höm = hem, persoonlijk voornaamwoord in de voorwerpsvorm, benadrukte vorm. zie ook 'm. woord toegevoegd door Carlos Montfort ter vergelijking met 'm
hout = hout
hure = horen (werkwoord)
iech = ik, persoonlijk voornaamwoord in de onderwerpsvorm
ieërs = eerst
ieërste = eerste
ierwaerdegen hieër = eerwaarde heer. "ierwaerdegen" eindigt op n omdat "hieër" mannelijk is (deze n is een genitief-n)
in ein gif = in een opwelling van boosheid
jannewarie = januari
jaommer = jammer
jaor = jaar
jôngessjaol = jongensschool
jôngste = jongste
jông = jongen
jônkman = jonkman, vrijgezel
kèrrek = kerk. dit woord kent de zogenaamde sjwa-invoeging tussen r en k
kèrrektrappe = kerktrappen
kanteneer = kantonnier
kappelaon = kapelaan
keers(e) = kaars(en)
kepot = dood, gezegd van dieren. ‘ne kepotten ezel
keump = komt (vervoegd werkwoord)
kestieël (Kestieëlstraot) = kasteel
klaejaasj (seremonie-klaejaasj) = kleedage, kledij
knaal = kanaal (mannelijk: de knaal)
koeër = koer, binnenplaats
kole = kolen
kômme = komen (vervoegd werkwoord)
kônne = kunnen (vervoegd werkwoord)
kóntent = content, tevreden
köster = koster
kraagkde = kraakte (vervoegd werkwoord)
kriege = krijgen (werkwoord)
krieg = krijgt (vervoegd werkwoord)
Leuve = Leuven (plaatsnaam)
loeëje = luiden (werkwoord)
Luuks(e) = Luiks(e)
'm = hem, persoonlijk voornaamwoord in de voorwerpsvorm. het weglatingsteken stelt de doffe e voor, de zogenaamde sjwa. zie ook höm
mès = mis, kerkdienst
maesje = meisje
maeter = meter
maond = maanden. meervoud gevormd door stoottoon
maondeg (maondegmörrege) = maandag. zie ook -deg
maondegmörrege = maandagmorgen
meid = meid, dienstmeid
meistal = meestal
memènt = moment
menieër = meneer, mijnheer
mer = maar
mèt = met
Mezeik = Maaseik (plaatsnaam)
muzieëk = muziek
miech = mij, persoonlijk voornaamwoord in de voorwerpsvorm
mieërt = maart
mooder = moeder
mônd (volksmoond) = mond
mörrege = morgen. dit woord kent de zogenaamde sjwa-invoeging tussen r en g
naef = neef
nao = na "nao de mès"
nao = naar "geit nao de staof"
neemes = niemand
neer = neer (bijwoord) woord toegevoegd door Carlos Montfort, gehaald uit het woord Neerhare
Neerhare = Neerharen (plaatsnaam). in de tekst staat het ook met eind-n "De pasteri-j in Neerharen is" omdat is met een klinker begint
neugetieën = negentien
noeëts = nooit
nog = nog
nôw = nu
oeët = uit
oeëtzonderlek = uitzonderlijk
ôm = om
oor = uur, tijdstip en tijdsduur
ooze(n) = onze
opene = openen (werkwoord) oopene??
örregel = orgel
oomringd = omringd (vervoegd werkwoord)
ozen = onze
pak = pakt, neemt (vervoegd werkwoord)
pasteri-j = pastorij
permentig = parmantig
persessie-flambouwe = processieflambouwen
pestoeër = pastoor
plan trèkke = in: g’r moot dus eure plan mer trèkke. je kunnen behelpen
raoje = raden (werkwoord)
rauk (wieraukvater) = rook
richting = richting
riekelek = rijkelijk
rigglement = reglement
rujzing = ruzie
rös (op rös) = rust (op rust)
sakkresti-j = sacristie
seffes = seffens
seremonie-klaejaasj = ceremoniekledij
sjuins = schuin
spoojde = spoedde (vervoegd werkwoord)
staote = staten
sting = stond (vervoegd werkwoord)
Sin Truije = Sint-Truiden (plaatsnaam)
sjrienwaerkeri-j = schrijnwerkerij
sleete = sluiten (werkwoord)
snawt = snauwt (vervoegd werkwoord)
straot = straat
staof = stoof
staove-vinsterke = stoofvenstertje
teenge = tegen
teengeneuver = tegenover. tussen teenge en euver komt er een welluidendheids-n bij
teumpe = tumpen. de klok luiden met korte slagen aan één kant van de klok
tieëd = tijd
tössje = tussen
trèkke = trekken (vervoegd werkwoord)
trök = terug
trouwe (getrouwd) = trouwe
truf = treft (vervoegd werkwoord)
twieë = twee
Truij = korte vorm van Geertrui
uuch = u, persoonlijk voornaamwoord in de onderwerpsvorm. meervoudsvorm en hoffelijkheidsvorm. jaommer veur uuch = jammer voor jullie, jammer voor u
v’r = wij, persoonlijk voornaamwoord in de onderwerpsvorm. onbenadrukte vorm. zie ook veer. het weglatingsteken stelt de doffe e voor, de zogenaamde sjwa
vader = vader
vanaaf = vanaf
vater (wieraukvater) = vaten
veensterke (staove-veensterke) = venstertje
veer = wij, persoonlijk voornaamwoord in de onderwerpsvorm, benadrukte vorm. zoe ook v'r. woord toegevoegd door Carlos Montfort ter vergelijking met v'r
volksmônd = volksmond
verplich = verplicht (vervoegd werkwoord)
verslaope (zich verslaope) = verslapen (vervoegd werkwoord, wederkerend)
versting = verstond (vervoegd werkwoord)
vertèld = verteld (vervoegd werkwoord)
verwittige = verwittigen (werkwoord)
veur = voor
veural = vooral
verzörregde = verzorgde (vervoegd werkwoord)
vraog = vraag
vreej = vrij
vreug = vraagt (vervoegd werkwoord). zie ook vreugt
vreugt = vraagt (vervoegd werkwoord) "vreugt aan"; er komt in dit geval een t achter deze persoonsvorm. zie ook vreug
vriedeg = vrijdag. zie ook -deg
vriedegmörrege = vrijdagmorgen. in de tekst staat het ook met eind-n "vriedegmörregen in" omdat in met een klinker begint
vrief = wrijft (vervoegd werkwoord)
vri-j = vrij
vroor = vroor (vervoegd werkwoord)
wae = wie
waenter = winter
waerreke (sjrienwaerkeri-j) = werken (werkwoord)
waerrek = werkt (vervoegd werkwoord)
waor = was (vervoegd werkwoord) "Het waor ‘nen daag"
waore = waren (vervoegd werkwoord)
wawwelt = wauwelt, mompelt (vervoegd werkwoord)
wedevrouw = weduwvrouw, weduwe
weeg (Heiweeg) = weg
were = worden (werkwoord)
weggehaold = weggehaald (vervoegd werkwoord)
weghole = weghalen (werkwoord)
weit = weet (vervoegd werkwoord)
werrem = warm. dit woord kent de zogenaamde sjwa-invoeging tussen r en m
wieën = wijn
wieraukvater = wierookvaten
wi-j = toen. vergelijk met Duits wie
wi-jjer = verder. vergelijk met Duits weiter
wis = wist (vervoegd werkwoord)
woeënde = woonde (vervoegd werkwoord)
woeënde(n) = woonden (vervoegd werkwoord)
woeënt = woont (vervoegd werkwoord)
zaoterdeg (zaoterdegmörrege) = zaterdag. zie ook -deg
zaoterdegmörrege = zaterdagmorgen
zeker = zeker
zin = zijn (werkwoord)
zeet = zijt (vervoegd werkwoord) meervoudsvorm en hoffelijksheidsvorm
zevetieën = zeventien
zestieën = zestien
zichzellef = zichzelf. dit woord kent de zogenaamde sjwa-invoeging tussen l en f
Zjengske = verkleinwoord van de naam Jan
Zjier = korte vorm van Gérard (Gérard, Frans uitgesproken)
zjus = juist
zông = zong (vervoegd werkwoord)
zôndeg = zondag. zie ook -deg
zôndegmörrege = zondagmorgen
zou = zou (vervoegd werkwoord)
zouwe = zouden (vervoegd werkwoord)