De Five Ancestors Fist (Wuzuquan) is een eeuwenoude traditionele Chinese vechtkunst die is ontstaan in de provincie Fujian, Zuid-China, waarschijnlijk daterend uit de late Ming- en vroege Qing-dynastieën. Het heeft roots in de tradities van de Zuidelijke Shaolintempel. De principes en technieken zijn afkomstig van vijf verschillende, oudere stijlen van Chinees boksen, die alle aspecten van hand to hand combat. Dit omvat technieken zoals vuisten, palmen, gewrichtsklemmen, takedowns en trappen. Het integreert zowel harde als zachte technieken voor het ontwikkelen van interne energie.
De zes stijlen die bij de Five Ancestors Fist horen:
TaiZu (Keizersvuist): een oude militaire kunst die wordt gekenmerkt door lineaire, directe, krachtige en intimiderende slagen. Het benadrukt een stabiele houding en een sterke verdediging, ontworpen voor boerensoldaten om snel vaardigheid te verwerven.
LuoHan (Arahat Stijl): bekend om krachtige, vloeiende, cirkelvormige slagen die gebruikmaken van de heupen en schouders om door verdedigingen heen te breken. Het ontwikkelt zich van een harde stijl naar een zachtere, subtielere interne stijl op hoger niveau.
Baihe (Witte Kraanvogel): een "zachte" stijl die hoge snelheid, nauwkeurigheid en explosieve zweepkracht gebruikt met scherpe slagen die vaak gericht zijn op gevoelige drukpunten. Het omvat ook technieken waarbij de tegenstander vast wordt gezet of geblokkeerd. Hierbij worden stabiliteit en snel voetenwerk benadrukt.
Monkey (aap): deze stijl wordt gekenmerkt door snelheid, behendigheid en stiekemheid, waarbij slimme lichaamstechnieken worden gebruikt voor gevechten van dichtbij op verschillende niveaus. Het is een "zachte stijl" die afhankelijk is van techniek, snelheid en interne zinkende Jin om tegenstanders uit balans te brengen. Monkey is de moeilijkste stijl om te beheersen vanwege de complexiteit van de technieken en nadruk op gevoeligheid.
Da'mo (Bodhidharma): in tegenstelling tot de andere is Da'mo geen aparte gevechtsstijl, maar een intrinsiek onderdeel van de andere vier, geïntegreerd in hun bewegingen, ademhalingsmethods en interne technieken. Het werkt als de "lijm" die de verschillende principes van de verschillende stijlen samenbindt en draagt de spirituele en filosofische aspecten bij, aangezien Bodhidharma de grondlegger is van Chan (Zen) Boeddhisme.
WuMei: Onze stijl van Kung Fu erkent een "zesde voorouder" genaamd Wu Mei. Deze stijl wordt beschreven als een zeer geavanceerde manier om kraanvogel en intentie samen te voegen, gekenmerkt door zeer speciale, explosieve, losse en elegante bewegingen die bedoeld zijn om iemand pijn te doen. Het wordt beschouwd als een krachtig, dodelijk, stiekem, precies en een geavanceerd systeem.
Historisch gezien wordt de creatie van Wuzuquan toegeschreven aan Bai Yu Feng tijdens de Yuan-dynastie (1260-1368), die naar verluidt samenwerkte met vier andere meesters om deze stijlen te combineren. Een meer verifieerbare verklaring wijst op de aanzienlijke verspreiding in de 19e eeuw via Chua Giok Beng en zijn "Tien Tijgers" leerlingen in Fujian. De stamboom van Grootmeester Chee Kim Thong (de onze), is een prominente tak van Wuzuquan en werd aanzienlijk gevormd door zijn training onder Groot Grootmeester Lin Xian, die de traditie doorgaf aan Chee Kim Thong ondanks dat hij geen familie was. Grootmeester Chee Kim Thong benadrukte interne kracht boven brute kracht en personaliseerde zijn onderwijs om het behoud van de kunst te waarborgen. Naarmate beoefenaars volwassener worden, evolueert de kunst zelf van hardere externe uitingen naar zachtere, meer interne aspecten.