is een Belgische gitaarband ontstaan eind jaren vijftig. Gitaargroep uit de later jaren vijftig, begin zestig, die er als eersten in slaagden om "rock & roll" muziek vanuit België te exporteren. Ze speelden muziek in de trend van The Shadows, en hadden ook een podiumact die daar het een en ander van weg had. De basis van de groep werd gelegd binnen een orkest genaamd "La Jeune Equipe", dat zich vooral onledig hield met het opvrolijken van verjaardagsfeesten en -partijen voor de welgestelde Brusselse burgerij. Ze veranderden hun naam in "Les Cousins" toen ze gevraagd werden voor een optreden in een gelijknamige club op de 14de juli (Franse nationale feestdag). Op die dag werden ze ook ontdekt door platenbaas Jean Klüger.
De vrolijke en betekenisloze song "Kili-Watch" uit 1960 wordt een instant hit en een enorm succes. Binnen een paar maanden worden er meer dan 50.000 exemplaren van verkocht, een enorm aantal voor de Belgische platenindustrie in die dagen. De song, een compositie van bassist Derese, was naar verluidt een adaptatie van een indianenliedje dat hij bij de scouts geleerd had.
Er onstaat echter onenigheid over de royalties voor "Kili Watch", en Derese verlaat de groep. Hij richt het concurrerende "The Kili-Jacks" op, maar die zullen niet dezelfde impact halen. De groep slaagt erin zijn populariteit verdiend met de hit meer dan vijf jaar te rekken. In "Wit-Lof from Belgium" luidt het "Het waren cleane, altijd lachende jongens in nette pakjes die wisten waar ze de mosterd moesten halen. Inpikken op een buitenlandse rage, overgieten met een scheut folklore en een slappe Shadows-saus en bingo! Titels als "When the Cousins come twistin' in" en "The Limbo Rock" zeggen genoeg."
The Cousins hadden ook de pers en de toen opkomende tienerbladen mee, vermits zij de eerste Belgisch "rock-n-rollers" waren die het ook buiten België konden waarmaken : Duitsland, Italië, Frankrijk, Denemarken, Zaïre en Argentinië (waar ze de status van halfgoden kregen onder de verspaanste naam "Los Primos").