De arts schrijft de medicatie (GLP-agonist, GIP) voor, en informeert de patiënt over belang van gezonde eetstijl en gezond bewegen.
De werking van de medicatie ondersteunt de persoon bij het zoeken naar een beter evenwicht tussen verzadiging en honger.
In het begin kunnen er nevenwerkingen optreden. Met enkele voedingstips kan dit meestal verholpen worden.
Via een stappenplan voeding en bewegen verkrijgen we meer kans op blijvend succes:
Voedingsbegeleiding (4 eetcompetenties onderzoeken, mogelijke voedingstekorten en ondervoeding voorkomen – zie > 65 jaar, aandacht voldoende vocht en vezels, realistische & haalbare doelen)
Aandacht voor bewegen en spierbehoud (startniveau bepalen, 150 minuten / week matige beweging, 2 /week krachtoefeningen, leuk bewegen)
Gedragsverandering en coaching (analyseren eetgedrag en patronen, bewuster eten, omgaan met triggers en emotioneel eten, motivatie, dagboek bijhouden)
Opvolging en bijsturen (lichaamssamenstelling, eetlust, aanpassingen in voedingsplan, evaluatie effect medicatie (in overleg met de arts))
Stabilisatiefase (eetpatroon automatiseren, eventueel afbouw medicatie, aandacht voor voedingstekorten, zelfmonitoring voor gewicht)
Nazorg om behaalde resultaat te behouden (opvolging over langere periode, ondersteuning bij terugvalpreventie, ondersteunen in verandering van sociale omgeving, mentale veerkracht, versterken autonomie en zelfzorg)