“Een leven vol muziek” – mijn 74 jaren als muzikant bij “De Eendracht”
Het verhaal van onze fanfare door de ogen van Marcel Bouwen
Geschreven in januari 2022
HOE HET BEGON: 1946 - 1959
Ik begin mijn verhaal in het jaar 1946, ik was toen 11. De oorlog was een jaar voorbij en het gewone leven begon stilaan terug op gang te komen. Op zondag 17 november waren er terug gemeenteraadverkiezingen. Die avond ging ik met mijn ouders naar een cinemavertoning in het dorp om de tijd wat te verdrijven. Er was veel volk op de been in Koningshooikt. Iedereen zat namelijk gespannen te wachten op de uitslag van de verkiezingen. Er waren toen geen gsm’s waar je constant updates krijgt zoals nu wel het geval is. Het was net pauze geweest toen plots Clem De Meyer de zaal binnenliep: “De Geuzen zijn gewonnen met 18 stemmen!!”
Op 5 minuten was de hele zaal leeg. Buiten begon men muziek te spelen. We hoorden onder andere Emiel en Nest Bellekens, de ene met een harmonica, de andere met een trombone. Alle oude muzikanten van voor de oorlog die nog een instrument hadden, waren van de partij en trokken blazend door het dorp. Het werd een waar feest voor de Geuzen, de Sussen daarentegen dropen af, naar hun cafés of in hun kot…
De Eendracht had dan misschien wel de verkiezingen gewonnen, op muzikaal vlak was het lot hen minder goed gezind. Ze hadden geen lokaal om hun muziek te repeteren en ook niet genoeg instrumenten. De heer Verschaeren kwam toen met de oplossing. Hij had een schoenfabriek in het dorp ‘Het Withof’ en daar kon men ook repetitie houden. Daar is trouwens ook de eerste Vlaamse kermis geweest om de kas van de fanfare te spijzen. Zijn generositeit eindigde daar niet, hij schonk ook nog eens 10 à 15 nieuwe instrumenten aan de fanfare.
Er werd dus wekelijks gerepeteerd bij Verschaeren. Ons huis lag 150m verder en op de repetitieavonden kon ik meegenieten van de muziek. Op zo’n avond zat ik in het open venster te luisteren naar de repetitie. Ons moeder kwam kijken of mijn tweelingbroer en ik al sliepen, en zag dus dat ik uit mijn bed was. Voor ze kwaad kon worden zei ik: “Moeke, dat zou ik nu echt graag leren.” Tot mijn grote verbazing antwoordde ze: “Als ge van onze va moogt, moogt ge van mij ook. Maar volhouden hé!” En het was in orde, ik mocht bij de fanfare.
De repetitie voor de jeugd gebeurde ’s avonds tussen 19u en 21u bij Staf Van Vlaslaer. Er waren zeker 15 kandidaten die nog alles moesten leren. Noten lezen en zingen, de maat slaan,… Muziek is een raar taaltje, een beetje zoals wiskunde: moeilijk in het begin maar oh zo mooi eens je het onder de knie hebt. Staf had in het begin zijn handen vol aan ons, hij was in mijn ogen een man met engelengeduld. En ocharme zijn vrouw Lies, die al de smurrie kon opkuisen die wij met onze blaasinstrumenten achterlieten! Haar mogen we zeker niet vergeten in dit verhaal. Ik meen me ook te herinneren daar een jongetje gezien te hebben, van een jaar of 5. Klein Swa’ke Jacobs, die nu onze voorzitter is. We werden zo snel mogelijk klaargestoomd om mee te stappen en de grote repetitie te volgen want de concurrentie had ook niet stilgezeten, dat merkten we zelfs op school.
Omdat we geen repetitieruimte hadden, was de oplossing om te oefenen in de cafés die aan de kant van De Eendracht stonden. Daar hielden we 4 weken na elkaar, om de beurt, repetitie. Ik kan u zeggen dat we er steeds zeer welkom waren. Er kwamen heel veel members die er goed verteerden, er werd de ene bis na de andere gevraagd. De mensen wilden terug leven en genieten.
Onze fanfare deed het de volgende jaren opperbest. Inmiddels was het aantal muzikanten flink gestegen tot ongeveer 35 à 40. Robert De Cat was toen onze voorzitter en Staf Van Vlaslaer was onze dirigent geworden. In 1947 – 1948 waren er grootse plannen voor een eigen zaal. De aandeelhouders bestonden uit welgestelde boeren en handelaars. De ruwbouw en afwerking is gedaan door de eendrachters zelf. De zaal was een pareltje voor die tijd. Hij is twee jaar later zelfs nagebouwd in Neeroeteren, door Louis Engels uit Berlaar. Zelfs de naam hebben ze overgenomen, namelijk ‘De Lux’.
We hadden nu een eigen zaal en konden nu ons jaarlijks teerfeest geven. We teerden toen 2 dagen, samen met honderden mensen. Daar hadden we natuurlijk veel helpende handen voor nodig: groenten kuisen, koken, opruimen en opdienen… Daar had je sterke helpers voor nodig, helpers zoals Angèleke Vertommen. Daar heb ik haar voor het eerst gezien…
Door onenigheid tussen bepaalde mensen en muzikanten werd onze chef Staf Van Vlaslaer, zeer onterecht, aan de kant geschoven. Staf en Lies hadden in de beginjaren meer dan hun best gedaan voor de fanfare. De 3 broers van Staf hielden het toen ook (terecht) voor bekeken, waardoor de fanfare 3 goede muzikanten verloor.
De heer Jean Allaerts werd de opvolger van Staf. Hij was een muziekleraar in Lier en was van karakter een heel zachte en lieve man, mogelijks een beetje te braaf om al die jonge muzikanten in de hand te houden.
De repetitie werden van dinsdagavond naar zondagvoormiddag verschoven in onze zaal Lux. Onder de jonge muzikanten werd er heel hard geoefend om een instrument te krijgen, want voor elk instrument waren er 4 kandidaten! Spijtig genoeg is het nu omgekeerd, voor elke jonge muzikant liggen er 5 instrumenten te wachten. De instroom van zware koperinstrumenten is nu zo goed als onbestaande…
Ondertussen zijn we in de jaren ’50 beland, en de opkomst van de televisie in 1953 was een dooddoener voor het sociale leven in de gemeenschap, de fanfare bleef hier ook niet van gespaard. Met de jaren zagen we de instroom van jonge muzikanten minderen. Maar de jaren ’50 hadden voor mij persoonlijk wel enkele hoogtepunten. In ’58 trouwde ik met Angèle en later dat jaar werd onze dochter Marina geboren.
ZWARTE TIJDEN IN DE GOUDEN JAREN: jaren ’60 – jaren ‘80
Rond de jaren ’60 kwamen muzikanten uit andere fanfares ons helpen, zoals wel meer gedaan werd in die tijd. Muzikanten uit Berlaar, Kessel, Lier, Grobbendonk en Putte kwamen ons ondersteunen. Die traditie is jarenlang gebleven en gebeurt nu nog steeds.
Na Robert De Cat komt René Wouters nu als voorzitter. In deze periode van de golden 60’s werd ook de drumband opgericht, waar ook ons Marina deel van uitmaakte. Het was een pareltje voor die tijd! Er kwam wel veel werk bij te pas, want na elk optreden moesten er wel veters gemaakt worden, knopen aangenaaid worden, pailletten vervangen,… Gelukkig was er een helper die op alles voorzien was… Angèle Vertommen natuurlijk! Elke zaterdag kuiste zij de camionette uit, zette ze de zetels erin en ging ze de majorettes oppikken.
Bij de fanfare verliep alles goed in de jaren ’70 en waren er geen problemen. Het leven kabbelde verder en er werd muziek en plezier gemaakt.
Spijtig genoeg bleven deze gouden jaren niet zo gouden, integendeel zelfs. Vanaf de jaren ’80 ongeveer, ging het bergaf met de fanfare. Het beheer van de boekhouding was een ramp, er was een schuldenberg van wel 100.000 Belgische Frank. Na jaren van wanbeheer en schulden begon dit ook af te stralen op de muzikanten. De fanfare bereikte een dieptepunt: de aandeelhouders vroegen hun geld terug en de zaal werd verkocht. De muzikanten waren hier de dupe van.
Hoewel de zaken er slecht voor stonden, nam een moedige Jos Vertommen toch het voorzitterschap op zich. Hij slaagde erin de schuld weg te werken en daar mag de fanfare hem blijvend dankbaar voor zijn. Maar op dat moment stelde onze fanfare nog maar weinig voor. We waren nog met 8 muzikanten en moesten weer op zoek naar een plaats om te repeteren. We kwamen terecht bij café Sport waar we op zondagvoormiddag mochten repeteren. Ik denk dat het in 1988 was dat Jean Allaerts na vele jaren als dirigent op pensioen ging.
We hadden dus een nieuwe dirigent nodig, dat werd Jos Malgaer uit Berlaar. Dit bleek al snel niet de beste combinatie te zijn met ons groepje. In plaats van te kijken naar wat wij als muzikanten aankonden, legde hij klassieke stukken op die boven ons muzikale kunne lagen. Op een bepaalde zondagochtend was er dan ook sprake van stoppen. Ik heb toen gezegd: ”Stoppen doen we niet. Als we vandaag uiteengaan zonder te spelen, dan is het voor altijd gedaan.” Gelukkig zijn we niet gestopt en sukkelden we verder.
VAN EEN NIEUW BEGIN TOT HET EINDE: jaren ’90 - 2022
In het jaar 1989 hadden we eindelijk het geluk aan onze kant. Voorzitter Jos Vertommen had vernomen dat de jonge Nancy Van Hoof, net afgestudeerd van het Lemmens Instituut in Leuven, ons groepje onder haar vleugels wou nemen en ons de nodige vaardigheden wou bijbrengen. Het was echt een fantastische tijd. Ons groepje groeide gestaag en onder leiding van Nancy speelden we hele mooie stukken muziek. Er werd hard gewerkt maar ook veel gelachen. Nancy gaf ook les aan de muziekacademie in Lier en via haar vonden ook jonge muzikanten terug hun weg naar de fanfare. Zo groeide ons kleine clubje terug tot een groep van dertig muzikanten. De stad Lier zorgde ervoor dat de 2 fanfares uit Koningshooikt (“De Eendracht” en “De Vrije Burgers”) terug in een deftig lokaal konden spelen, en dat doen we de dag van vandaag nog altijd met veel plezier.
Na vele jaren dirigeren heeft Nancy nu haar stokje doorgegeven aan haar dochter Julie. Zij heeft de kunde en het talent van haar moeder geërfd. Ook haar broer en twee zussen zijn enorm begaafd, ieder op zijn instrument. Nancy speelt nu zelf in de fanfare mee.
74 jaren maak ik deel uit van “De Eendracht”. Mijn eerste instrument was cornet, mijn tweede hoorn en mijn derde (en laatste) bariton. Hoe ouder ik werd, hoe groter mijn instrumenten. Ik speelde in totaal mee in 6 verschillende fanfares. 5 onder leiding van Nancy: “De Eendracht” in Koningshooikt, “St. Cecilia” in Berlaar, “Trouw in Deugd” in Putte, “St. Remigius” in Beerzel en “Trouwe vrienden” in Olen. In Heist-op-den-Berg speelde ik onder leiding van Jozef Ratajczak.
Muziek is altijd een belangrijk deel van mijn leven geweest, het is dan ook met pijn in het hart dat ik mijn bariton naast me neerzet. Toen we enkele maanden geleden terug mochten repeteren na een lange verplichte covid-pauze, heb ik 3 repetities geprobeerd, maar mijn zicht en mijn gehoor laten mij spijtig genoeg in de steek.
Ik had heel graag de mijlpaal van 75 jaren muzikant gehaald, maar ik ben vooral enorm dankbaar voor de 74 mooie jaren die ik in “De Eendracht” heb mogen meemaken. Ik wil jullie dan ook allemaal bedanken voor de vriendschap die ik in deze groep gekregen heb. Dank aan al mijn (vroegere en huidige) medemuzikanten en aan het bestuur . Swa Jacobs, onze voorzitter en trouwe muzikant. Mark Hellemans voor al het werk dat hij als technicus achter de schermen verzet. Robert Van Vlaslaer, de motor die de fanfare draaiende houdt. Marc Geyselings die onze hele administratie op een fantastische manier in orde weet te houden en Wim Uytterhoeven voor zijn inzet voor de jeugdwerking. Maar ik wil toch zeker ook speciaal mijn dank betuigen aan Nancy. Ik heb onder haar leiding gespeeld in 5 fanfares, en elke repetitie was ze goedlachs, bemoedigend en steeds correct tegen mij en de andere muzikanten. Ze haalde in ons het beste naar boven en koos mooie stukken uit, die op het nieuwjaarsconcert heel erg in de smaak vielen, zowel bij jong als bij oud.
74 jaren… Ze zijn voorbij gevlogen. En hoewel ik geen muzikant meer zal zijn, toch zal “De Eendracht” altijd deel van mij blijven uitmaken.
Mochten data of feiten niet juist zijn weergegeven of wat vervaagd zijn in mijn herinneringen, mocht er iemand door een vergetelheid niet of fout benoemd zijn, mijn verontschuldigingen hiervoor.
Groetjes,
Marcel
nvdr:
@Marcel: bedankt Marcel om dit verhaal te willen delen.
@Marina (dochter van Marcel): bedankt Marina om het verhaal van je vader te willen noteren.