Vroeger was het Kelsbroek kadastraal ingedeeld in naamgebieden, zoals "Kelsbroek" zelf en "Naete weiden" en nog andere zie historische kadasterkaart hieronder.
Kadasterkaart Binderveld gedeelte Kelsbroek
Kadasterkaart Kelsbroek gedeelte Sint-Truiden
Een eerste tekst komt uit het verslagregister van de gemeenteraad van Binderveld uit 1886, en hij gaat over het gebruiksrecht van de inwoners op het zogenaamde nagras.
Graslanden in beemden werden in vroegere tijden in de regel door de eigenaar of de pachter in het begin van de zomer een eerste keer gehooid, en vervolgens hing het van het statuut van de beemd af of de eigenaar of pachter al dan niet ook nog mocht gebruikmaken van het gras dat daarna nog op zijn land doorschoot.
Dit gras dat groeide nadat het een eerste keer gemaaid was, werd de achtermaat of het nagras genoemd. In de meeste gemeenten was het zo dat alle inwoners het recht hadden om tenminste in een deel van de beemden hun vee te laten grazen in de achtermaat.
In Binderveld was dat niet anders. Daar waren de weilanden in het Voorste Broek, het Elsbroek en het Kelsbroek aan het openbaar gebruiksrecht van de achtermaat onderworpen.
In 1886 zag het gemeentebestuur hierin een mogelijkheid om de gemeentekas wat bij te spijzen.
Op 11 juli van dat jaar werd een reglement opgesteld waarin de voorwaarden werden vastgesteld waaronder de inwoners van het nagras gebruik konden maken.
In de eerste plaats werd vastgesteld dat enkel met koeien, vaarzen, ossen en kalveren van het weiderecht gebruik gemaakt mocht worden. Stieren werden om evidente redenen gemeden, maar ook varkens bijvoorbeeld mochten er niet geweid worden.
Zij zouden door te wroeten de weiden beschadigen en de eigenaars van de landerijen schaden.
Om die reden werd ook vastgelegd dat de dieren begeleid moesten worden door een koeienhoeder. Voorts werd vastgesteld dat men in de toekomst moest wachten tot het college van burgemeester en schepenen het Broek open verklaarden, alvorens men er zijn vee op mocht weiden.
Op die wijze kon voorkomen worden dat dieren op het broek gejaagd werden voordat alle gras gehooid was, en anderzijds kon men zo de eigenaars verplichten hun gras voor een bepaalde datum te maaien en het hooi af te voeren.
Hoewel de eigenaars van de gronden in kwestie voor dit weiderecht niet vergoed werden, was het gebruik ervan toch niet gratis.
De gemeente hief immers een taks op elk dier dat in het nagras geweid werd. Voor runderen van drie jaar of ouder werd de taks op twee frank vastgesteld.
Voor jongere dieren betaalden de eigenaars één frank. Om de taks vast te stellen die ieder moest betalen, werd besloten dat ieder die van het weiderecht gebruik wilde maken, dat uiterlijk op de eerste dag waarop het weiderecht inging bij het gemeentebestuur kenbaar moest maken, en dat hij tegelijkertijd moest melden hoeveel dieren hij wilde weiden, en de verschuldigde taks voldoen.
Het reglement van 1886 werd afgesloten met een aantal bepalingen over de straffen voor overtreders. Dat het gemeentelijk weiderecht in die tijd in Binderveld serieus genomen werd, blijkt uit het feit dat wie zijn dieren in het Broek liet lopen zonder ze op voorhand aangegeven te hebben, of wie dieren die aan iemand van buiten Binderveld toebehoorden op het gemeentelijk Broek liet lopen, zich mocht verwachten aan een boete die drie keer hoger lag dan het gewone weiderecht of zelfs aan een gevangenisstraf.
Een bijdrage van Rombout Nijssen.
Het Kelsbroek bevat nog enkele meters van bovenstaande tramlijn.
Tramlijn 498 (NMVB) Limburg was de buurtspoorweglijn Sint-Truiden - Herk-de-Stad.
Ze werd geopend op 15 mei 1913 en gesloten in 1948 voor het reizigersverkeer en in 1950 voor het goederenverkeer.
Inoverwegingneming, vergunning, aanleg en verpachting
De NMVB vroeg de inoverwegingneming van de lijn aan op 26 juni 1900 en verkreeg ze op 27 september 1902. De vergunning werd aangevraagd op 15 december 1904. Het duurde vijf jaar alvorens de gemeenten en de provincies hun aandeel in het kapitaal (nr. 168) hadden onderschreven en de tussenkomst van de Staat kon worden gevraagd: de gemeenten onderschreven voor 200.000 fr, de provincie Limburg voor 300.000 fr, de provincie Brabant voor 50.000 fr en de Staat voor 550.000 fr, totaal 1.100.000 fr. Op 21 augustus 1909 werd de vergunning verleend en kon begonnen worden met de aanleg van de lijn, die vertraging opliep onder meer wegens moeilijkheden bij de noodzakelijke onteigeningen. Op 22 februari 1911 werd de exploitatie van de lijn aanbesteed en verleend aan de Limburgse Stoomtramweg Maatschappij. De lijn werd op 15 mei 1913 geopend.
Verloop van de lijn, stations en stopplaatsen
De lijn begon op het stationsplein van Sint-Truiden waar ze aftakte van de lijn Sint-Truiden – Luik. Ze liep over de Prins-Albertlaan naar de Diesterpoort (het huidige De Menten de Horneplein) en vervolgens over een eigen bedding (thans de Viaductstraat) onder een brug onder de spoorlijn Sint-Truiden – Hasselt door naar de Gorsemweg. Ze liep naast de Gorsemweg tot aan de Brede Akker en vanaf daar verder over een eigen bedding via Gorsem-Dorp, Terbeek en Binderveld naar Nieuwerkerken. In Nieuwerkerken boog ze noordwaarts af en volgde de Diestersteenweg tot voorbij de kruising met Klein Tegelrij en Rummenweg. Vandaar liep ze in noordwestelijke richting over eigen bedding naar het dorpscentrum van Rummen en van daar noordwaarts langs de Persoonstraat en verder noordoostelijk over eigen bedding (thans wandelpad ‘Oude tramweg’) naar de wijk Oude Molen, vanwaar opnieuw de Diestersteenweg gevolgd werd tot aan het tramstation en de stelplaats van Herk-de-Stad, op de plaats waar nu het Amandinacollege staat en waar de lijn verbonden was met de lijn Hasselt – Herk-de-Stad – Halen (baanvak Hasselt - Herk-de-Stad geopend in 1900, Herk-de-Stad – Halen in 1905).
De lijn was 17 km lang, met de volgende stations en stopplaatsen [Telegrafische afkortingen tussen vierkante haakjes]:
Sint-Truiden (Staatsstatie): met uitwijkspoor aan het begin van de Prins-Albertlaan [FST]
Sint-Truiden (Diesterpoort)
Sint-Truiden (Nieuw Sint-Truiden)
Gorsem-Dorp
Gorsem (Statie): uitwijkspoor
Gorsem (Runkelen)
Sint-Truiden-Terbeek
Binderveld
Nieuwerkerken (Statie): uitwijksporen
Gorsem-Schelfheide [toentertijd een enclave van Gorsem binnen de gemeente Nieuwerkerken]
Rummen (Steenweg): uitwijkspoor
Rummen-Dorp: uitwijkspoor
Rummen (Molen)
Rummen Bergeneinde: uitwijkspoor
Herk-de-Stad (Kraaienveld)
Herk-de-Stad (Weg naar Rummen)
Herk-de-Stad (Statie): stationsgebouw en stelplaats [LKV]
Eerste Wereldoorlog en de periode daarna
In maart 1917 werd de lijn opgebroken door de Duitse bezetter. Na de oorlog werd ze heraangelegd in april 1921 en vanaf dan rechtstreeks geëxploiteerd door de NMVB. In de tijd tussen de twee wereldoorlogen werd de concurrentie van het wegvervoer steeds groter. Op 29 augustus 1931 werd een nieuwe wet gestemd die de NMVB toeliet op haar lijnen reizigersvervoer per autobus te organiseren. In 1937 vroeg de NMVB daarvoor de toestemming onder meer voor de lijnen Hasselt – Herk-de-Stad – Halen en Sint-Truiden – Herk-de-Stad, en dit werd toegestaan bij Koninklijk Besluit van 19 mei 1937. Wegens de slechte toestand van de weg werd op de lijn Sint-Truiden – Herk-de-Stad evenwel het reizigersvervoer per spoor gehandhaafd; het werd uitgevoerd met spoorauto’s of autorails.
Afbouw na de Tweede Wereldoorlog
Na de Tweede Wereldoorlog werden tijdens een zogeheten ‘proefperiode’ bijgevoegde autobusdiensten ingelegd terwijl het reizigersverkeer gedeeltelijk ook nog per spoor gebeurde. Op 25 januari 1948 werd het reizigersverkeer op de lijn Sint-Truiden – Herk-de-Stad definitief stopgezet. De lijn bleef daarna nog een paar jaren in dienst voor het goederenvervoer. De Jaarverslagen van de NMVB vermelden voor 1949 nog 1.660 afgelegde km met stoom- of dieseltractie; voor 1950 nog 953 km. Vermoedelijk werd het verkeer op de lijn Sint-Truiden – Herk-de-Stad dus definitief gestaakt in de loop van 1950. De lijn werd opgebroken in de jaren 1950-1951.
De tramlijn kon niet meer concurreren met de wegverbinding van Sint-Truiden - Herk de Stad.
De bestaande wegverbinding werd toen ook gemoderniseerd.
Dienstregeling
Zowel voor als na de Eerste Wereldoorlog waren er een vijftal heen- en terugritten per dag, plus een extra heen- en terugrit op zaterdag, marktdag te Sint-Truiden. Zie hieronder bij wijze van voorbeeld de dienstregelingen uit de spoorboekjes van mei-juni 1914 (stoomtractie) en van mei-oktober
Dienstregeling 1914
Dienstregeling 1937
Tramlijn route kaart 1917 de lijn liep onderaan van Terbeek via het Kelsbroek naar Binderveld daarna naar rechts Nieuwerkerken en via Rummen naar Herk de stad
Tramstatie Nieuwerkerken
Tramhalte Krommenhof Binderveld
Dit is een authentiek brugje om het water onder de tramberm door te laten
Restant van tramberm Kelsbroek winteropname