Executieve functies zijn mentale processen die ons helpen om doelgericht te handelen, plannen te maken en ons gedrag te reguleren. Ze zijn een voorwaarde om onze intelligente ten volle in te zetten en bepalen in grote mate schoolsucces en succes in ons werkend leven. De ontwikkeling van executieve functies is niet alleen voor hoogbegaafde leerlingen belangrijk, maar voor iedereen. Bij hoogbegaafden zijn er een aantal extra uitdagingen omdat hun executieve functies vaak onderontwikkeld zijn omdat ze die niet nodig hebben wanneer taken te gemakkelijk zijn.
Executieve functies moeten getraind worden, geoefend. Dit is niet anders voor hoogbegaafde leerlingen. De buitenwereld heeft vaak te hoge verwachtingen van deze leerlingen en denkt dat ze alles vanzelf kunnen. Oefening baart kunst, zo ook voor de ontwikkeling van de executieve functies en dit bij iedereen. We moeten er wel voor zorgen dat de taken en/of leerstof moeilijk genoeg zijn om dit te kunnen trainen. Negatieve stress kan het executief functioneren beïnvloeden, vandaar is het belangrijk dat er een goede relatie leerkracht-leerling is. Dit zorgt tevens voor meer betrokkenheid en betere leerprestaties. Uiteraard heeft ook stress van bijvoorbeeld een thuissituatie invloed op het leerproces, het gedrag en de mentale gezondheid van jongeren.
Het is belangrijk om hoogbegaafde leerlingen in de klas te ondersteunen en hun executieve functies te laten oefenen. Verwacht niet dat dit allemaal vanzelf gaat, maar bied hulp aan. Breng hun sterktes en zwaktes in kaart om zo de gepaste ondersteuning te kunnen bieden. Belangrijk hierbij is dat de taken, opdrachten, oefeningen moeilijk genoeg zijn, zodat ze deze executieve functies ook daadwerkelijk nodig hebben.
Leerkrachten kunnen werken aan deze executieve functies, maar met extra aandacht voor de hoogbegaafde leerling. Zo is het belangrijk dat ze bv de STOP-DENK-DOE methode toepassen wanneer ze willen starten aan een opdracht. Heel vaak lezen ze de opgave niet omdat ze op het eerste zicht al denken te weten wat er gevraagd wordt. STOP – DENK na en lees de vraag – DOE start aan de oefening zou al een goeie stap zijn voor hen. Hun innerlijke rem werkt niet altijd even goed en ze kunnen daar best wat hulp voor gebruiken.
Dit geldt soms ook wanneer ze willen antwoorden in de klas. Ze gooien hun ideeën er uit, zonder anderen aan het woord te laten of zonder eerst even na te denken.
Om leerlingen te helpen met hun werkgeheugen en taakinitiatie, is het aangewezen dat leerkrachten ondersteunen zodat ze een grote opdracht leren opdelen in kleine opdrachten, om zo de berg kleiner te maken. Instructies opvolgen is niet altijd gemakkelijk en kan je ondersteunen door een geheugensteuntje op het bord te zetten of visueel de instructie te verduidelijken. Hoogbegaafde leerlingen durven ook taken uitstellen uit schrik om te falen, liever een opdracht niet maken dan een fout maken. Hier kunnen we meteen de flexibiliteit aan koppelen. Dit wil zeggen dat je kan switchen tussen taken, maar ook dat je kan omgaan met verandering. Vaak komen (hoogbegaafde) leerlingen hier in weerstand omdat ze onzeker zijn of angst hebben.
Een situatie van teleurstelling is moeilijk voor veel hoogbegaafde leerlingen. Ze hebben in hun jonge leven vaak heel veel successen gehad en hebben dus moeite met emotieregulatie wanneer ze in een situatie komen waar ze fouten maken, stress ervaren en durven geen hulp vragen. Het is belangrijk dat je zulke zaken benoemt als leerkracht en dat je zelf ook toont hoe je ermee omgaat. Zo hebben ze een voorbeeld waar ze zich kunnen aan optrekken.
Bij hoogbegaafde leerlingen is het belangrijk dat een taak hen intellectueel voldoende prikkelt, om hun volgehouden aandacht te oefenen. Wanneer een taak te gemakkelijk of als niet nuttig wordt ervaren, zal hun aandacht al gauw afdwalen. Om hen hierin te ondersteunen kan je een aantal tools aanreiken zoals de pomodorotechniek [1], het gebruik van loops/hoofdtelefoon, het gebruik van een timer of aftelklok en grote taken opsplitsen in kleinere taken. Een timer kan eveneens helpen om de leerlingen te ondersteunen bij timemanagement. Hoogbegaafde leerlingen onderschatten de tijd nogal eens die ze nodig hebben om een taak tot een goed einde te brengen. Zo kan je ook de geschatte tijd laten noteren voor de taak en de effectieve tijd na de taak. Zo leren ze een betere inschatting maken en kunnen ze hun timemanagement aanpassen.
[1] Pomodoro: 25min gefocust werken – 5min pauze, na 4x een grotere pauze van 15-30min om volledig te ontspannen.
Naast de aandacht die ze moeten volhouden, moeten ze ook leren doorzetten. In de lagere school hebben ze dit vaak niet geleerd, aangezien de taken te gemakkelijk waren. Wanneer ze in het secundair onderwijs een tegenslag tegenkomen, een opdracht die ze niet meteen kunnen oplossen, dan botsen we vaak op een weerstand. Help je leerling om toch door te zetten en opnieuw te beginnen wanneer iets niet helemaal lukt. Ondersteun de leerlingen hierin, ze kunnen dit nog niet alleen.
Geef leerlingen langlopende opdrachten of grotere taken, zodat ze moeten leren plannen en organiseren. Help hen om een overzicht te maken, de taken op te delen of werk projectmatig. Je kan gebruik maken van kleurcodes of afkortingen om op de planning te zetten. Dit is een vaardigheid die ze moeten inoefenen en bijsturen, met hulp van de leerkracht. Zo kan je in de smartschoolplanner gebruik maken van kleurcodes per vak (eventueel te koppelen aan een kaft in dezelfde kleur), maar ook eigen to do’s invoegen om de week te plannen. Zodra een taak is afgewerkt, kan je die daar afvinken, zodat de leerlingen ook merken dat hun to do lijst korter wordt. Dit werkt in veel gevallen motiverend.
Tot slot is het belangrijk om in te zetten op de metacognitie. Ga in gesprek met de leerlingen, uiteraard is dit voor álle leerlingen belangrijk en niet alleen voor de hoogbegaafde doelgroep. Wat gaat er goed, wat minder goed, wat is mijn aandeel hier in? Wat is oorzaak, wat is gevolg? Leer hen ook dat hulp vragen helemaal ok is. Je kan dit bijvoorbeeld organiseren in een wekelijkse/maandelijkse coaching waarbij je eerst inzet op de verbinding met de leerling om tot open gesprekken te kunnen komen.