Wanneer je met een wit hemd of witte broek in een met TL lampen verlichte zaal wandelt dan ziet die broek of dat hemd er anders uit dan wanneer je ermee over een zonovergoten strand wandelt.
Dat heeft te maken met de kleurtemperatuur van het licht. Het licht van een opkomende of ondergaande zon heeft een kleurtemperatuur van ongeveer 2 000 kelvin. Het licht van een TL lamp heeft een kleurtemperatuur van ongeveer 4 000 kelvin. Zie bovenstaande figuur.
Een lage hoeveelheid kelvin geeft een eerder rode kleur aan de omgeving, terwijl een hogere hoeveelheid kelvin een eerder blauw kleur aan de omgeving geeft.
Toch valt ons dit nauwelijks op. Dit komt omdat onze hersenen weten hoe wit er hoort uit te zien en ze passen de informatie die binnenkomt door onze ogen aan. Uiteraard doen ze dat niet enkel voor “wit” maar voor elke kleur.
Lichtgevoelige sensoren zijn minder slim dan onze hersenen. Wanneer we geen correctie doorvoeren krijgen we foto’s met een geel/oranje/rode schijn of net een blauwe schijn, we spreken dan van kleurzweem. Om dat te vermijden kunnen we de “witbalans” instellen. Hiermee geven we aan in wat voor soort licht we de foto maken. De meeste fototoestellen hebben hiervoor een automatische stand die prima werk levert.
In bepaalde situaties is het helemaal niet belangrijk om de juiste kleuren op een foto weer te geven.
Kleurzweem kan een leuk effect aan je foto’s geven. Stel je fototoestel daarom met opzet in op de foute witbalans.
✓ Stel je fototoestel in op de automatische stand (A)
✓ Maak eenzelfde foto op minstens 4 verschillende “witbalans” standen.
✓ Geef de foto’s de naam “witbalans-zonlicht.jpg”, “witbalans-gloeilamp.jpg” ...