Leren is geen eenrichtingsverkeer. Om van effectief leren te spreken, moet een leerling wel degelijk ook zelf aan de slag gaan met de leerstof. Leerkrachten gaan hiervoor op zoek naar werkvormen die de leerlingen in actie brengen, die ervoor zorgen dat ze iets ‘doen’ met de leerstof om deze te herkneden!
Zoveel als mogelijk.
Als leraar moeten we er voldoende over waken dat alle leerlingen cognitief actief met leerstof aan de slag gaan. Idealiter kiezen we voor werkvormen die productief zijn. Dat wil zeggen dat leerlingen gestimuleerd worden om de leerstof onder de loep te nemen, deze te ‘herkneden’ en er iets nieuw mee te produceren (een samenvatting, een mindmap, een antwoord op een vraag, een presentatie…)
De bedoeling van dit soort werkvormen is dat leerlingen er 3 cognitieve processen mee doorlopen:
De belangrijkste ideeën selecteren uit een boek, uit wat de leerkracht heeft verteld, uit een presentatie, uit de cursus…
Daarna denken ze na over de betekenis van die kernideeën en maken onderlinge verbanden die ze organiseren tot een samenhangende structuur.
Tot slot verbinden ze die nieuwe leerstof aan hun voorkennis en wordt die geïntegreerd in hun langetermijngeheugen.
Let op: Leerlingen kunnen dit niet meteen zelf. Hier hebben ze voldoende expliciete instructie, ondersteuning en modelling bij nodig door de leerkracht.
Voorbeelden van activerende / productieve werkvormen
Samenvatten: Dit is een cognitief actief proces, waarbij leerlingen eerst de kerngedachten uit een bron moeten selecteren. Daarna gaat ze op zoek naar verbanden tussen nieuwe leerstof en proberen ze die te linken aan voorkennis. Dit samenvattingsproces zorgt voor een dieper begrip van de leerstof.
Door in de klas tijd vrij te maken om te werken aan het samenvatten en leerlingen bijvoorbeeld hun samenvattingen te laten vergelijken met elkaar en bespreken, laat je leerlingen reflecteren op zowel het samenvattingsproces (d.w.z. hun eigen manier van samenvatten) als het leerproces én werk je aan hun metacognitieve vaardigheden. Samenvatten moet je leren en dat start dus in de les!
Zelftesten: Leerlingen proberen zich iets te herinneren dat ze hebben geleerd (dus uit het lange termijngeheugen ophalen = retrieval practice) door zichzelf te toetsen daarover. Telkens wanneer leerlingen proberen zich iets te herinneren, wordt het geheugenspoor voor die kennis (en de daaraan gerelateerde voorkennis) versterkt.
Zelftesten kan bijvoorbeeld aan de hand van oefentoetsen, flashcards,… Wanneer leerlingen zichzelf toetsen tijdens het leren voelt dat veel moeilijker aan dan wanneer ze de leerstof bijv. herlezen in hun cursus. Zelftesten zullen leerlingen dan ook niet snel uit zichzelf doen. Ze zien het worstelen met leerstof onterecht als het signaal dat de strategie niet helpt bij het leren, terwijl het diep nadenken net zorgt voor de leerwinst op lange termijn.
Als leerlingen na het zelftesten reflecteren over waarom hun antwoord fout was en welke hiaten of misconcepties er nog in hun kennisschema’s zitten, versterken ze ook nog hun metacognitieve vaardigheden.
Een startquiz: Leerlingen moeten graven in hun geheugen naar de juiste informatie en dit zorgt voor leerwinst (retrieval practice, zie hierboven)
Exit tickets: Zorgen ervoor dat leerlingen bepaalde kennis uit de les nog eens actief moeten ophalen.
Oefentoetsen (low-stake toetsen): Quizzn, oefentesten, herhalingsvragen…
Mapping: laat leerlingen bijvoorbeeld tijdens de les werken aan een mindmap over de lesinhoud of laat ze aan het begin van de les een mindmap maken over wat ze nog weten van de vorige les, alvorens op die kennis verder te bouwen
Tekenen: Leerlingen zetten leerstof die verbaal (in cursus of van de leerkracht tijdens de les) aangeboden wordt om naar visuele informatie (een tekening). Voorbeeld: als je leest over hoe een accu werkt, kan je een tekening maken van een accu met de chemische reacties die daarin plaatsvinden.
Retrieval rooster: de leerkracht verzamelt in een rooster mogelijke toetsvragen over lesonderwerpen in verschillende categorieën: vragen over recente leerstof, maar ook over leerstof die veel langer geleden aan bod kwam.
De leerlingen kunnen bingo-gewijs gevraagd worden om zo snel mogelijk een volledige rij juist te beantwoorden.
Je kan de leerlingen ook alle vragen laten beantwoorden, waarbij ze meer punten kunnen scoren op de vragen die gaan over leerstof die al verder in het geheugen ligt.
Samenwerking: Laat leerlingen hardop aan mekaar vertellen wat ze doen en denken. De meerwaarde van dit samenwerkend leren zit hem in het samen overleggen en het komen tot gedeelde kennis en een gedeelde perceptie van de taak.
Denk hier bijvoorbeeld aan een opdracht volgens de jigsawmethode.
Flipping the classroom: Hier is het de bedoeling dat leerlingen voor de les zelfstandig de leerstof verwerven a.d.h.v. aangeboden leermateriaal. Maak de leerlingen duidelijk dat je van hen verwacht dat ze voorbereid naar de les komen, omdat ze alleen zo de lestijd optimaal zullen kunnen benutten. Zo komt er tijdens de les ruimte vrij voor diepgaande leeractiviteiten, (inter)actie en discussie. Je kan ervoor kiezen om de leerlingen tijdens de les de vertaling te laten maken naar de praktijk, moeilijke oefeningen te laten oplossen, een project te laten voorbereiden…
Voorzie als leerkracht regelmatig een formatief toetsmoment om te peilen naar de kennis en het begrip van de leerstof die studenten zelfstandig hebben moeten doornemen.
Contractwerk
Hoekenwerk