Voorkennis activeren = het oproepen/aanspreken van kennis die eerder al aanwezig was
Leerstof van vorige les(sen) of van langer geleden
Herinneringen, ervaringen uit het verleden
Roep alleen die leerstof op uit het geheugen die nodig is om de komende les te kunnen volgen! Haal je er ook irrelevante voorkennis bij, dan vormt dit een onnodige belasting van het werkgeheugen van de leerlingen.
Tip: Denk aan de ‘Wat voorafging’ aan het begin van een nieuwe aflevering van een serie. Dit bestaat uit fragmenten die de info herhalen die je nodig zal hebben voor het kunnen volgen van de nieuwe aflevering
Best aan het begin van elke les.
Of tijdens de les wanneer je aan een nieuw stuk leerstof begint.
Meestal hebben alle leerlingen al iets van voorkennis. Deze voorkennis oproepen helpt om de nieuwe informatie/leerstof in een groter geheel te zien en deze te kunnen vastkoppelen aan wat de leerling al weet. Als nieuwe info gekoppeld wordt aan reeds bestaande info, zal deze zich beter vastzetten in het geheugen.
Een beroep doen op wat leerlingen al weten, motiveert. Ze kenden immers al iets waar ze nu mee verder aan de slag kunnen.
Laat leerlingen alleen of met enkelen brainstormen (mondeling/schriftelijk) over wat ze al weten.
Laat alle leerlingen een voor een iets op bord komen schrijven over wat ze al weten
Toon eerder getoonde beelden (grafieken, foto’s, tijdlijn, …) opnieuw zonder uitleg en laat leerlingen noteren/bespreken wat ze er nog over weten
Stel uitdagende vragen over de leerstof die voorafging en zorg dat iedereen aan bod komt bij het geven van de antwoorden
Laat leerlingen in gesprek gaan met mekaar over wat ze al weten en hierover later verslag uitbrengen in grote groep
Geef leerlingen wisbordjes, waarop ze bijv: kunnen noteren wat ze nog weten, een schema kunnen maken over de voorgaande leerstof, vragen die de leerkracht stelt kunnen beantwoorden, …
Laat leerlingen deelnemen aan een quiz over relevante voorkennis. Denk aan Kahoot, een stellingenquiz, …
Laat leerlingen aan de slag gaan met een mindmaptool
Werk klassikaal met een padlet of andere digitale tool
…
Alleen relevante voorkennis oproepen.
Het activeren van voorkennis mag niet als resultaat hebben dat een leerling zich dom voelt. Ga bij elke leerling op zoek naar wat hij/zij wel weet, ook al is het niet veel.
Beoordeel leerlingen niet op het oproepen van hun voorkennis.
Betrek de hele klas als je voorkennis activeert. Activeer elk brein!
(Dus niet: 1 of 2 leerlingen aanduiden om te antwoorden terwijl de rest niet moet denken).