Hieronder zie je een tijdsbalk waarop de archeologische perioden tijdens de laatste 12.000 jaren voor onze tijdsrekening worden afgebeeld.
Archeologen hebben de prehistorie ingedeeld in tijdsvakken op basis van de grondstof waaruit de mensen de meeste van hun werktuigen maakten: steen, brons en ijzer.
'Lithos' is het Oudgriekse woord voor 'steen'. Overal waar je in een periodenaam 'lithicum' aantreft, heb je te maken met een periode uit de 'steentijd'. 'Finaalpaleolithicum' betekent het allerlaatste ('finaal') stukje van de oude steentijd ('paleolithicum'). Het 'mesolithicum' is de 'midden-steentijd' en het 'neolithicum' de 'nieuwe steentijd'.
Tijdens het neolithicum veranderde de levenswijze van de mensen: van jager-verzamelaar werden ze boer.
De 'bronstijd' en de 'ijzertijd' kan je samenvatten onder de term 'metaaltijd'. De stenen werktuigen werden vervangen door metalen voorwerpen, eerst gemaakt uit brons en later uit ijzer.
In welke drie perioden wordt de steentijd ingedeeld?